Partij van God (slot)
“Iemand heeft gebeld,†zegt ze tegen haar vriend. “Ik moet gaan.†Hij kijkt naar haar,
dan naar mij.
“Het zwembad sluit over tien minuten. Kunnen we je een lift geven?†Ik kleed me aan en vergezel ze naar de wagen. Een donkergroene Landrover Jeep uit ik weet niet welk jaar.
“Mijn vrouw is psycho-analytica. Vroeger had een stad aan een bakker, een politieagent en een geestelijke genoeg. Maar Beiroet moest er ook een hebben.†Ze zit naast hem en kamt haar haar.
“Wie is het,†vraagt hij. Ze noemt een naam. Tarak.
“Hij wil nu praten. De oorlog zit teveel tussen zijn oren. De Partij van God en de tepels van zijn moeder hebben al zijn dromen, gedachten en waanideeën bezet.â€
â€Waar moet de oorlog dan zitten,†vraag ik.
“Misschien in zijn maag,†zegt de jongen en lacht. “Eergisteren zocht ze hem op en kon hem niet vinden. Bleek hij in de schuilkelder te zitten. Bang als een muis, maar met een stuk watermeloen in zijn hand.â€
â€Noem het geen schuilkelder, het is een kelder die op dit soort momenten als schuilkelder wordt gebruikt. Beschaafde landen hebben een schuilkelder, wij hebben alleen maar kelders.â€
â€Hij woont niet ver van de buitenwijken vandaan maar vertikt het te vertrekken,†zegt ze.
â€Misschien moet je hem ervan overtuigen eerst zijn woning te verlaten, voordat je de sessie begint.†De jeep rijdt langs de kust en maakt na een paar kilometer een bocht de op het oog rustige wijken in. Plotseling klinken er drie, vier knallen.
“Tien doden,†zegt hij.
â€Op z´n minst,†zegt ze.
“En nu ga je zeggen dat je weg wilt uit dit land?â€
â€Nee,†zegt ze, “ik wil dat de oorlog weg gaat van mij.†Ze zetten de radio aan. Zonder het te beseffen rijd ik de wijk in waar ik niet zijn moet. Ze zijn misschien vergeten dat ik ergens afgezet moet worden, maar ik wil ze niet lastig vallen.
“Ik heet Karim,†zegt hij. “En ik heet Lana.â€
“Ik heet Abdelkader.â€
“Ben je Algerijn?â€
â€Nee, Marokkaan. Ik woon in Nederland.â€
“Niemand heet in het Midden-Oosten Abdelkader,†zegt Karim.
“Sommigen,†zeg ik.
“Sommigen zijn niemand. Met sommigen kunnen we niets.â€
â€Ga je zaterdag mee in het vredeskonvooi naar het zuiden? Israel zal minder makkelijk op Europeanen schieten. Alhoewel, jij ziet er niet uit als een Europeaan,†zegt hij.
“Ik haat deze stad. Geen electriciteit. Het vuil. Geen water. Ze moeten ons met rust laten. Ze moeten stoppen.â€
â€Jij wilt de stad in je eentje haten,†zegt haar vriend.
“Ja. Alleen ik mag deze stad liefhebben, alleen ik mag hem haten.â€
“Ik zal het doorgeven.†We stoppen voor een appartement.
“Kom,†zegt de jongen. “Hij maakt uitstekende koffie.†In het huis zit de jongen op ons te wachten. Hij is kort en dik. Zijn vrolijke ogen maken niet de indruk dat hij psycho-analyse nodig heeft. Uit de keuken komt de geur van koffie dat op een vuurtje staat te pruttelen.
“Waar waren jullie al die tijd?â€
â€Zwemmen,†zegt ze. “Moet je ook doen.†Ik stel me voor. Hij vraagt ons te gaan zitten en komt tien minuten later met koffie binnen.
“Hoorden jullie die knallen? Ik kreeg een telefoontje van mijn moeder in de bergen. Ze hebben hier weer de wijk geraakt. Mensen liggen onder het puin. Iemand die in zijn tuinstoel op straat uit zijn neus aan het eten was, is niet meer. Is dat Hezbolllah, die man in die tuinstoel?†Hij loopt naar het balkon en schreeuwt het theateraal uit: Zijn wij Hezbollah!?
“We zijn allemaal nu van de Partij van God,†zegt ze, “Of we nu willen of niet.â€
â€Op de Partij van God,†zegt de dikke jongen en drinkt zijn koffie. We lachen.
“Ik kan jou wel uit de Partij praten, maar de Partij niet uit jou,†zegt ze. De gastheer zegt dat hij een tijdje gefascineerd was door de Partij van God. “Maar ik ben geen sjiiet, dus geen kans.â€
“Ben je nog steeds bang?†vraagt ze. Het lijkt alsof de sessie begonnen is, tussen een kopje koffie in.
“Ik ben een moederskind,†zegt hij. “Eerder snijd ik mezelf een vinger af dan dat ik haar borst verlaat.†Toch heeft hij ervoor gekozen hier te blijven.
“Dat komt omdat mijn moeder geen psycho-therapie aanbiedt, alleen zij kan dat.†Ze staan op. De koffie is gedronken, alleen ik heb nog een klein plasje in het glas.
“Kom,†zegt de jongen, “we gaan naar beneden.†Ik sta op, in de gedachte dat zij naar hun therapie gaan in de schuilkelder en ik naar huis. De lift stopt in de kelder.
“Kom,†zegt het meisje tegen me, “je moet ook mee.â€
â€Maar dit is tussen jou en hem.â€
â€Nee, je mag mee. Het is tussen ons vieren. Hij vindt het wel prettig, als er een vreemde op bezoek is. Die vertrouwt hij meer dan een bekende. Het maakt hem loslippig en ik vind het niet erg.â€
Haar vriend keert zich om naar mij: “Had je gedacht dat we je achter zouden laten? Je moet dit ook maar meemaken.†Maar ik wil dit niet meemaken. Het meisje pakt mijn hand beet. Er gaan straks weer bommen komen. Het is voor even. Meteen daarop volgt er een knal. Harder dan al die andere die ik tot nu toe heb gehoord. Deze bom klinkt als betrokken bij deze samenzwering. Een bom die me dwingt mezelf over te geven.
“Misschien is het een goed idee,†zeg ik.
â€Het is een uitstekend idee,†zegt het meisje en we lopen de kelderruimte in waar de jongen al ongeduldig op ons is gaan zitten wachten.
(“Een Apache,†zegt de soldaat als ik hem vraag of hij de helikopter heeft gezien die vanochtend de oudste vuurtoren van Beiroet heeft geraakt. Hij wist met zijn AK de vuurtoren aan, waar de boel flink is weg geschoten, daarna een gat in de naastgelegen universiteit en, naast mij, de spliksplinternieuwe BMW waar een raket doorheen is gegaan. Ik kan in dit extra luchtgat mijn arm steken. Israël heeft Beiroet bereikt. Het is vijf minuten lopen vanaf mijn huis naar deze laatste aanslag. Niemand kan me vertellen waarom dit is gebeurd. De stad heeft er een nieuwe attractie bij: monumenten die zijn kapotgeschoten. Ik loop terug naar huis en neem een omweg en snuif in dit kwartier van de stad de lucht op van de over de heg hangende bomen en planten en struiken. Ik zweet maar het is niet erg. Mijn t-shirt is aan vervanging toe. Libanon wordt als een aftands tapijt opgerold en in zee geduwd. Er hangt een stralende zon boven de Corniche. Het zal straks avond zijn en de rust zal even terugkeren. Daarna begint het weer opnieuw. 30 000 man die in het zuiden staan te trappelen om binnen te komen. En morgen de optelsom van de nieuwe feiten ook wel beter bekend als internationale diplomatie, maar dat ga ik niet afwachten. Ik ga naar huis en neem mijn rust.)
Abdelkader Benali geeft een indringend beeld van de situatie in Libanon. Niet alleen van de gebeurtenissen die zich daar nu zoal afspelen, maar ook van wat de gewonen mensen op straat denken. Dat is misschien juist ook de kracht van zijn blogs.
Een aspect vind ik opmerkelijk. Als hij het in zijn laatste blog heeft over dat hij woont in Nederland en Marokkaans is dan geeft hij wel wat blijk. Zou de heer Benali ook gezegd willen hebben dat hij Nederlander was met een Marokkaanse achtergrond?
Als hij genaturaliseerd is, dan is hij Nederlander. Dan moet je je ok zo profileren, daar ben ik het mee eens.
Vuurtoren in het arabisch is al Manar.
Al Manar is de naam van de nieuwszender van de Hezbollah.
Daarom moest de vuurtoren denk ik kapot.
Niet omdat die strategisch gelegen lag.
Of omdat de Hezbollah er haar hoofdkwartier had.
Hoe ver kan een mens afzakken in zijn simplisme?