‘Ulysses’ voor de gewone man

door

Op zaterdag 16 juni, Bloomsday, verscheen een nieuwe vertaling van Ulysses, door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes. Moet je James Joyce’ monument gelezen hebben?

Hebben wij verkeerd of vergeefs geleefd als we de half miljoen woorden in Ulysses van James Joyce (1882-1941) niet op een of andere manier tot ons hebben genomen? Vroeger dacht ik van wel. Een jaar of twintig was ik, student Nederlands. Dat is ook de beste tijd om zoiets te denken en te doen. Hoe ouder je wordt, hoe minder prangend de behoefte aan zulke quasiverplichte literaire strafexercities.

James Joyce, circa 1918. Fotocredit: C.Ruf/Archive photos/Getty Images

Het gerucht rond Ulysses begon al op de middelbare school. Niet dat iemand daar dat boek gelezen had, maar het verhaal ging dat een geniale eindexaminandus uit een ouder jaar Ulysses ongelezen op zijn lijst had gezet. Een briljante greep want de kans dat de docent dat boek gelezen had, was te verwaarlozen. Overigens ging over hetzelfde genie het gerucht dat hij een onbestaand boek voor zijn lijst Nederlands had opgevoerd, wat het geheel een zowel formidabeler als onwaarschijnlijker glans gaf. Hoe dan ook, Ulysses, dat was topsport.

Stukgelezen
Ikzelf was er wat later bij. Ergens in het tweede jaar Neerlandistiek waagde ik het erop. Ik nam Ulysses in de goedkope Penguin-editie mee op reis. Omdat ik geen geld voor een zelfstandige vakantie had, vergezelde ik die zomer van 1975 voor het laatst mijn ouders. We gingen naar Wenen waar een soortement caravanvakantie het wereldcongres van de zevendedagsadventisten, de club van mijn ouders, omkranste. Op de camping was een zwembad en aan de rand daarvan worstelde ik me door Ulysses heen, want het moest, van mijzelf tenminste. En mijn Ulysses-exemplaar moest er ook zo door- en afgeleefd mogelijk uit komen te zien, gehavend door water en zonnebrandolie, met loslatende bladzijden, het omslag murw gebladerd, een verwoest en stukgelezen boek.

Ik moet er langsam, aber mit Hingabe ongeveer een jaar over hebben gedaan om het letterlijk stuk te lezen, want op de laatste pagina noteerde ik: ‘Athene-Argos 9.8.1976 in de bus op klapstoeltje’, tijdens een volgende vakantie kennelijk. Voor mijn toekomstige biografen snapt u wel. Vakantieboek Ulysses

Wat een pretenties! En nu moest ik natuurlijk zelf ook zo’n boek schrijven want Ulysses is, ook half of kwart gelezen, een bijzonder besmettelijk boek en de aanstormende joyceaan denkt ondanks de moeilijkheidsgraad al gauw: dat kan ik ook; hetzelfde wat je bij Queneaus Stijloefeningen hebt: hé, makkie eigenlijk. De wet van het zinkende cultuurgoed: revolutionaire boeken worden allengs gewoon en herhaalbaar. Niet veel later begon ik aan mijn Ulysses, getiteld ‘Erfelijk belast’ door Rob Schouten, twintig hoofdstukken over het leven van een student gedurende een dagje Amsterdam, in verschillende stijlen; het slingert nog altijd losbladig en bijna af in mijn werkkamer, vierhonderd pagina’s dik.

Ultieme diehards
Nogmaals: moet Ulysses? Die vraag kan alleen te maken hebben met de status van het boek, want Ulysses wordt niet alleen als een hoogtepunt van het modernisme maar vooral ook als een van de moeilijkste boeken uit de wereldliteratuur beschouwd. Natuurlijk, alles wordt overtroffen door Joyce’ volgende boek Finnegans Wake, maar dat is voor de ultieme diehards, ik ben er zelf niet verder in gekomen dan pagina 10 en ik schaam me er niet voor, al is het volgens Anthony Burgess een gewoon boek voor de gewone man, net als Ulysses trouwens. Lees wat-ie over beide literaire hemels schrijft in het voorwoord tot zijn Joyce-essay ‘Here Comes Everybody’: ‘De schijn van moeilijkheid is deel van Joyce’ grote grap; de diepzinnigheden worden altijd uitgedrukt in goede en ronde Dublinse termen: Joyce’ helden zijn eenvoudige mensen. Als er ooit een schrijver voor het volk was, dan wel Joyce.’ Klaar ben je als snobistisch lezer: Joyce de volksschrijver. Maar goed, Ulysses’ opvolger hoeft dus niet, ook niet van Nabokov, bewonderaar van Ulysses, maar Finnegans Wake vond hij slechts de vermomming van ‘a very conventional and drab tenement house’.

Reden genoeg dus om het bij Ulysses als verplicht nummer te houden. Maar hoe verplicht? Moeten we het origineel lezen of is het ook al mooi om het, op eenvoudiger wijze, in vertaling tot ons te nemen? Beschamend hoeft dat laatste niet te zijn. Zweedse lezers die bijvoorbeeld Multatuli willen lezen doen dat ook in vertaling, een vertaling die waarschijnlijk moderner klinkt dan wat wij in Nederland onder ogen krijgen. Toch had ik jarenlang het gevoel dat de vertaling van Ulysses een soort poor man’s leeservaring opleverde. Als je dan toch het gevoel had het te moeten doorploegen, dan ook het origineel. Dus woordenboek en commentaren erbij gehaald: Stuart Gilbert, Frank Budgen, Richard Ellmann. Je moet per slot van rekening wel weten dat hoofdstuk 5, ‘the Lotus Eaters’ weet je wel, als orgaan de genitaliën heeft, in het wetenschappelijk teken van botanie en chemie staat, de kleur oranje heeft, en als symbolen de nymf en de eucharist kent.

Verbaal experiment
Als geen ander boek in de wereldliteratuur sleept Ulysses een heleboel andere boeken en kennis met zich mee. Want begrijpen wij wel wat we lezen? Of is dat misschien ook helemaal niet nodig? Ik vroeg een paar mensen uit mijn kennissenkring van wie ik wist dat ze Ulysses gelezen hadden hoe het ze was vergaan, en eigenlijk wist niemand goed te vertellen waar het boek precies over ging of wat er allemaal in gebeurde. Wat ervan was blijven hangen waren vage scènes, aan zee, in de hoerenbuurt, de namen van de hoofdpersonen, en o ja, Molly Blooms monologue intérieur, maar wat haar brein daar allemaal aan gedachten voortbrengt? O ja, en ze kenden de beginregel: ‘Stately, plump Buck Mulligan came from the stairhead’ en het slot ‘yes I said yes I will Yes’.

Bloomstime in de James Joyce Tower in Sandycove. Het lijkt gedaan met de al te grote eerbied voor Ulysses. Fotocredit: Martin Parr/Magnum/HH

Ter vergroting van je mensenkennis hoef je Ulysses ook helemaal niet te lezen, de hoofdpersoon Leopold Bloom is een middelmatig mens met middelmatige verlangens en een evenwichtig maar passief zieleleven, een pleaser en een massamens, eigenlijk een nogal flat character. Geen wonder ook, we krijgen hem maar gedurende één doodgewone dag te zien. Ironicus en blasfemist Stephen Dedalus, veelal aangezien voor het alter ego van Joyce zelf, is wat uitzonderlijker, maar toch ook geen psychologische hoog- of laagvlieger. Voor duisterder hartstochten en hogere ambities kun je beter bij Dostojevski of Thomas Mann terecht. Maar zelfs andere ‘eendaagse’ romans leren je al gauw meer omtrent het menselijk karakter: het joie de vivre en de crypto-lesbische gevoelens van Virginia Woolfs Mrs Dalloway, het kleingeestige sadisme van Vestdijks Meneer Visser uit de gelijknamige hellevaart.

Nee, Ulysses lees je vanwege de taal, liever talen, en vanwege de stijl, liever stijlen. Dat is natuurlijk ook niet zo gek, Leopold Bloom, de advertentieverkoper, leeft beroepshalve ook van taal en stijl.

Dat Ulysses ons niets bij wil brengen, maar vooral een verbaal experiment is waarmee de schrijver met vorige praktijken brak, was voor veel lezers moeilijk te verteren. Harold Nicolson zei in 1931 in een radiotoespraak: ‘At moments Joyce becomes almost overpoweringly difficult to read, and, as such, almost overpoweringly dull. Yet this obscurity has its justification. Mr. Joyce is, above all, a pioneer in technique. It is, as such, disconcerting. (…) It is thus a mistake, when reading Joyce, to try to understand him.’ Iedereen boos, je moest hem juist wel zien te begrijpen, was de communis opinio.

Snoblijstje
Ook Simon Vestdijk, die als een van de eersten in Nederland een behoorlijk essay aan Ulysses wijdde en in zijn Meneer Vissers hellevaart met Joyce’ techniek aan de haal ging, legde de nadruk op het talige karakter: ‘Er gebeurt niets in Dublin. Ieder gebeuren, iedere wezenlijke handeling, alle gedachten, gevoelens, sensaties, iedere zichtbaarheid, ieder zintuig is onteigend ten behoeve van het woord.’

Daar moet je dan als lezer natuurlijk wel zin in hebben of voor zijn toegerust. Een lijvig boek, helemaal van taal en met nauwelijks ontwikkeling, drama, psychologie, of wat de modale lezer zoal van een roman verwacht. Daarom is Ulysses natuurlijk ook echt gefundenes Fressen voor literatuurliefhebbers en -kenners, en niet voor mensen die met een boekje in een hoekje willen zitten. Helemaal vast staat het niet, maar het schijnt dat Ulysses na de Bijbel en Homerus’ Odyssee, het meest bestudeerde boek in de literatuurwetenschap is.

‘Ulysses’ stond op de derde plaats van meest onuitgelezen boeken

In een lijstje uit 1998 met beste Engelse romans sinds 1900 van Modern Library staat Ulysses fier op nummer één – dat is het snoblijstje. Maar in een ander, aardser lijstje, opgesteld door The Guardian in 2007, van meest onuitgelezen boeken eindigde Ulysses op een afgetekende derde plaats (achter Vernon God Little, van D.B.C. Pierre, my God! en Harry Potter and the Goblet of Fire, van J.K. Rowling – sic!). Geen wonder dus dat Ulysses ook voorkomt in Pierre Bayards Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen: ‘Zo heb ik Ulysses van Joyce nooit “gelezen” en ik zal het waarschijnlijk ook nooit lezen. De “inhoud” van het boek is me dus nagenoeg onbekend. De inhoud ervan, maar niet zijn plaats. De inhoud van een boek valt echter nagenoeg samen met zijn plaats. Ik bedoel daarmee dat ik geenszins met lege handen sta, dat ik me zeer wel in staat voel tijdens een gesprek over Ulysses te praten omdat ik het vrij nauwkeurig een plaats kan geven in relatie tot andere boeken. Zo weet ik dat het een herhaling van De Odyssee is, dat er sprake is van een inwendige monoloog, dat de handeling plaatsvindt in Dublin op één dag, enzovoort. Daarom verwijs ik tijdens mijn colleges zonder mijn ogen te knipperen vaak naar Joyce.’

Ontsloten bolwerk
Inmiddels lijkt het met de al te grote eerbied voor Ulysses, die lezers ingaf ermee te geuren al hadden ze het niet gelezen, langzaamaan gedaan. Het gesloten bolwerk is in Nederland inmiddels driemaal door een vertaling ontsloten en het is helemaal niet meer nodig om alles in het Engels te lezen. Toen ik Ulysses las, was er nog slechts het pionierswerk uit 1969 van John Vandenbergh, in 1994 verscheen de vertaling van Paul Claes en Mon Nys, en een dezer dagen, precies op Bloomsday, 16 juni, ligt de jongste vertaling van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes in de schappen.

Anders dan bij vorige vertalingen het geval was, springen laatstgenoemden lichtjes om met de tekst. Meer naar de geest dan naar de letter, zal ik maar zeggen. We hadden van hen ook niet anders verwacht trouwens. Eerder waagden ze zich al aan Finnegans Wake (door de recensent in dit blad indertijd een ‘bloedbad’ genoemd) en ook bij Ulysses nemen ze het niet zo nauw. Het begint al bij de titel die verdietst is naar Ulixes, maar ook elders vallen de verschillen op. Een punctie.
Op pagina 1 zet Buck Mulligan zijn ironische mis als volgt voort, in het origineel: ‘For this, O dearly beloved, is the genuine Christine: body and soul and blood and ouns. Slow music, please. Shut your eyes, gents. One moment. A little trouble about those white corpuscles. Silence, all.’ Claes en Nys maakten daarvan: ‘Want dit, beminde gelovigen, is de ware Christine: met lichaam en ziel en bloed en tranen. Zachte muziek, alstublieft. Ogen dicht, heren. Even geduld. Een klein probleem met de witte bloedlichaampjes hier. Stilte, allemaal.’ Keurig vertaald zo te zien.

James Joyce bal in Dublin. Fotocredit: Martin Parr / Magnum/HH

Bij Bindervoet en Henkes is het geworden: ‘Want dit, beminde gelovigen, is de ware Euchristine: lichaam en ziel en blut en wonden. Trage muziek, aub. Ogen toe, damesheren. Een klein moment. We hebben een probleempje hier met die witte bloedlichaampjes. Stilte, allen.’ Vrijer en met eigen toevoegingen, die toespeling op de eucharistie, iets uit Bachs Matthäus erdoorheen, ‘damesheren’. Net als Buck Mulligan zelf dansen ze als het ware rond met het scheerbekken dat Ulysses heet en kwasten er hier en daar rustig nog wat bij.

Ik heb er eerlijk gezegd geen moeite mee. Ulysses/Ulixes wordt er transparanter en toegankelijker van, niet langer de sisyfusarbeid waar ik mijzelf nog mee opzadelde. Het lijkt me zelfs niet langer oneerbaar het verhaal in samenvatting te consumeren en voor het echte gevoel een select aantal hoofdstukken, boeken op zichzelf immers, helemaal te verteren. Welke dat dan moeten zijn? Mijn voorkeur gaat uit naar het eerste hoofdstuk, voor het bepalen van de smaak. Verder het veertiende hoofdstuk, waarin we het ziekenhuis voor een bevalling betreden en waar we tegelijkertijd het hedendaagse Engels/Amerikaans uit haar Angelsaksische oergrond geboren zien worden – de ultieme testcase voor de vertaler dunkt me. Dan het vijftiende hoofdstuk, de befaamde Circe-bordeelscène in de vorm van een toneelstukje vol liederlijke liedjes. En natuurlijk om echt mee te kunnen praten het slothoofdstok, de monologue intérieur van Molly Bloom.

En wie het echt nog steeds niet wil lezen, kan ook altijd nog wegkomen met het citeren van de mening van Virginia Woolf over Ulysses, genoteerd in haar dagboek: ‘Een analfabetisch, onopgevoed boek lijkt het me, het boek van een autodidactische arbeider, en we weten allemaal hoe vervelend die zijn, hoe egoïstisch, indringend, rauw, opdringerig, en volkomen misselijkmakend.’ Heel erg incorrect en onjuist, maar wel een sweeping statement in gezelschap van de Boeotiërs en onbelezen snobs.

James Joyce, ‘Ulixes’, vertaald door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, met een nawoord van Toon Tellegen, Athenaeum, gebonden, 800 p., € 44

Gepubliceerd op: | 1 Comment


  • Robert Gillesse

    Ulixes is een ode aan de alledaagsheid in nogal ongewone vorm en taal. En toch ook niet alleen hoofd: juist niet. Ulixes is een ook een hartstochtelijk vies (dichterssnot, onderbroekruiken), rauw, pijnlijk, geil, hartverscheurend en ook onweerstaanbaar grappig boek. Juist dat laatste hoor je zo weinig: Joyce de moppentapper. Vertaling van B&H lijkt – ik ben nog niet ver gevorderd – die grappen en grollen-kant nog eens te benadrukken. In een hoekje met een boekje en dan maar grinniken. Onuitstaanbare snobberij natuurlijk.  

© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.