★★★★★

De kaart en het gebied – Michel Houellebecq

door

Stel: u bent net terug uit la France profonde. Op de terugweg doet u Parijs aan, waar zelfs haveloze boulevards vertrouwd ogen. U lonkt ook naar het Parijs van le ‘people’, de media- en kunstwereld, de brouhaha en glamourama van de lichtstad. U vraagt zich af wat nodig zou zijn om daarbij te horen, of roem maakbaar is en rijkdom een kwestie van lot of marketing. Of u in dit universum een vreemde zou blijven, een migrant met illusies die echte Fransen allang niet meer koesteren. Een passant, een kaartlezer, maar wel een die z’n kans op geluk gegrepen heeft.

Michel Houellebecq verstrekt antwoorden en doet deze mogelijke levens voor in zijn rijke, wijze, in- en in-Franse roman La carte et le territoire. Vijf jaar na de De mogelijkheid van een eiland, waarin onsterfelijkheid de obsessie was, en tien jaar na Platform, zijn geseksualiseerde antiwesterse roman, schrijft hij over kunst en onthechting, beeld en vergankelijkheid, geboortegrond en sterfelijkheid. De symboliek valt samen in de metafoor van het kaartlezen: in goede kunst valt iets groters dan haar object te lezen en in een mensenleven de som van onvervulde verlangens. Achter producten zit een behoefte, achter succes een slimme strategie en de Michelinwegenkaart is de blauwdruk van de moderniteit, vol pulserende, levende geschiedenis. Ontcijferen, duiden, daar gaat het om.

Bekende Houellebecq-thema’s ontmoeten elkaar in deze levensgeschiedenis van de elckerlyk Jed Martin, een kluizenaar in een morsig appartement, die van obsessieve fotograaf van objecten uitgroeit tot puissant rijke schilder van wereldfaam. Mooi aan Jed is dat hij op een Candide-achtige manier onberoerd blijft door het tumult in de wereld; rijkdom noch liefde zullen zijn gewoontes, wereldvreemdheid en ouderwetse ziel veranderen. Een antiheld is hij, laconiek en gedwee, met een onvoorspelbare manier van werken. Spil van zijn succes is de bloedmooie Russin Olga, pr-vrouw bij Michelin, die op een groepstentoonstelling zijn kunstfoto’s van Michelinkaarten ontdekt. Zijn carrière zal zij veranderen, maar zijn non-existente liefdesleven niet. Waar Olga wel grip op heeft, is het territorium, Frankrijk zelf. Opgevoed in het communisme, dromend van Franse cultuur, is ze behept met een verlangen naar nationalistische behoudzucht. Wars van politieke correctheid schrapt ze een hotel met een Arabische eigenaar uit de Michelingids: de toeristen die ertoe doen, die uit de opkomende economieën, komen niet voor couscous maar voor de charme en gastronomie van de Franse provincie. Zelfs Jed huivert bij dit marktdenken, maar Houellebecq, lustig reflecterend op de back-to-basictrends in wonen en eten, schetst alvast een blauwdruk van het Frankrijk uit de jaren 2040, als de roman eindigt. Weg is het post-9/11-fatalisme. In handen van nieuwe, francofiele migranten is Frankrijk, in een spurt van conservatieve vooruitgang, van industrieland verworden tot succesland van toerisme en ecologische landbouw, alle krimpgebieden bevolkt door gastvrije kapitalisten.

Niet alleen in essayerende passages duikt Houellebecq op, hij wurmt zich ook als personage in het hart van de roman, als Jed bij hem aanklopt voor een catalogusvoorwoord. Twee keer bezoekt hij de beroemde schrijver in diens (op een paar plastic tuintafels vol manuscripten na vrijwel lege) Ierse bungalow, waar Houellebecq van worst en Chileense wijn leeft. Depressief, altijd kachel, in pyjama, onwelriekend, ten prooi aan eczeem. Fenomenaal steekt Houellebecq hier de draak met zijn mediabeeld en reputatie. Want juist in dit vunzige decor van eenzaamheid vinden sprankelende, koortsige, geestige discussies over beeldvorming, kunst en eeuwigheid plaats. Dialogen geplaveid met mini-essays gedijen in deze juiste setting – voor het eerst in Houellebecqs oeuvre. Zo duikt Jed letterlijk en figuurlijk in het laboratorium van de zielsverwante Houellebecq.

Even makkelijk schrijft Houellebecq zichzelf er ook uit, via een onheilspellende cliffhanger. Het derde deel van de roman begint dan ook als een onvervalste policier, compleet met verfomfaaide inspecteurs. CSI meets Maigret en het lijk is Houellebecq zelf. Uiteindelijk zal Jed de sleutelrol spelen bij het oplossen van deze moordzaak. Rest hem nog de sporen in zijn eigen leven te wissen. Nadat hij zijn laatste schilderij voor zes miljoen verkoopt aan een Indiase telecommagnaat, verhuist hij naar het plattelandshuis van zijn overleden grootmoeder. Hij koopt zevenhonderd hectare bos, laat die omheinen en doorsplijten door een asfaltweg. Een directe route naar de snelweg die hem elke dinsdagochtend voert naar een nog klantloze Hypermarché: zíjn paradijs. Op dit buiten glijdt hij dertig jaar lang uit het leven, foto’s makend van almachtige natuur.

Franse critici noemden deze roman kalm, vriendelijk, somber en fatalistisch. Bizar, want de moraal is optimistisch: alle modes ten spijt kan de mens het leven in haast boeddhistische schoonheid ondergaan. Ook het waardevaste Frankrijk komt tot inkeer: de xenofobe boer wordt verdreven door de vrolijke kosmopoliet. Verzoening alom. Zo schiep Houellebecq, verrassend genoeg, de rijke topografie van de anti-Weltschmerz.

Deze recensie verscheen september 2010 in Vrij Nederland en is een recensie van de het Franse origineel, dat verscheen bij Flammarion. (432 p., € 24,95). De Nederlandse vertaling van Martin de Haan is onlangs verschenen bij De Arbeiderspers.

Gepubliceerd op: | 4 Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.