‘Het kan op straat heel zwaar zijn’
door Kees Driessen
Het voelt goed, dat hij en zijn hoofdrolspeler Adrien Brody schouder aan schouder staan voor de promotie van hun film Detachment, bevestigt regisseur Tony Kaye.
Hoe belangrijk is Brody’s steun voor hem? ‘Hij is alles!’ roept Kaye uitgelaten, ‘Alles! Hij heeft mij en mijn benadering van het project beschermd. En ik hem ook, maar hij is veel machtiger dan ik. Bovendien, toen de andere acteurs zagen dat de hoofdrolspeler – een acteur met een Oscar op zak – het goed met me kon vinden, dachten zij natuurlijk: dan moet ik ook maar met die vent leren opschieten, weet je wel? Later heeft Adrien me geholpen bij de montage; hij vond dat ik goed bezig was en steunde mijn versie van de film. Het ging werkelijk verbazingwekkend goed.’
Dat Brody ook zelf voor interviews naar België is afgereisd, onderstreept die betrokkenheid bij de film. De Oscar-winnende acteur van The Pianist (2002), die in Detachment tegenover James Caan en Lucy Liu staat, heeft zijn volle gewicht achter de bescheiden film gezet.
Dat heeft Tony Kaye (Londen, 1952) wel eens anders meegemaakt. Hij was al een gelauwerd regisseur van reclames en videoclips, toen hij in 1998 ruzie kreeg over zijn speelfilmdebuut American History X met zijn producenten én met zijn hoofdrolspeler, Edward Norton. Kaye heeft zich nooit verzoend met de versie van American History X die uiteindelijk de bioscopen haalde – hoe indrukwekkend dat portret van Amerikaanse neonazi’s ook was.
Veertien jaar later is Detachment pas zijn tweede speelfilm en dit keer kan Kaye slechts jubelen over zijn hoofdrolspeler. ‘Ik wist wel dat Adrien goed was, maar hóé goed, dat ontdekte ik pas toen we begonnen. Al na vijftien minuten dacht ik: wauw!’ Kaye verwijst naar een scène waarin Brody speelt dat hij een onverwachte woede-uitbarsting krijgt: ‘Hij heeft zo’n geweldig gezicht en zo’n geweldige stem. Hij combineert beheersing met woede. Hij kopt die scène fantastisch in – op dat moment wist ik dat ik een film had.’
Reddingsboei
Adrien Brody speelt een invalleraar die voor een maand is aangesteld op een moeilijke school met veel achterstandskinderen. Het soort school waar, zoals we zien, een ontevreden leerlinge een lerares in het gezicht spuugt en dreigt: ‘I’m gonna get some niggers to gangrape your ass!’ De film is niet zonder hoop, benadrukken Brody en Kaye allebei, maar wel loodzwaar in zijn beeld van het beroep leraar. Zoals de invalleraar het verwoordt (onderstreept door Brody’s droeve gezicht, met zijn droeve wenkbrauwen en zijn droeve glimlach): ‘Het gevoel dat je een reddingsboei nodig hebt, terwijl je altijd dacht dat jij degene zou zijn die de boei zou werpen.’
Brody vertelt dat hij een persoonlijke motivatie had om aan Detachment mee te doen: zijn vader was leraar. ‘Mijn rol is een soort eerbetoon aan hem. Niet dat hij op dit personage leek. Maar mijn vermogen om hier nu weloverwogen met u te converseren, dank ik aan de aanmoedigingen van mijn vader.’
Want van zijn jeugdvrienden, op straat in de New Yorkse wijk Queens, moest Brody het niet hebben. ‘Wij hadden geen diepe gesprekken over de problemen in de wereld – integendeel. Het gold als zwak om over dingen na te denken. Je eigen mening hebben was niet cool. Daar moest ik me aan ontworstelen. Het was me nooit gelukt zonder mijn intelligente, bedachtzame vader. Ik zou een jonge crimineel geworden zijn, net als mijn vrienden. Want daar kijk je op dat moment tegen op. En als ik vroeger dronken thuis had kunnen komen zonder dat iemand dat wat had kunnen schelen, dan was ik dat pad waarschijnlijk opgegaan.’
Als hij naar de cynische, agressieve of juist gesloten jongeren in Detachment kijkt, ziet Brody wat hij had kunnen worden. ‘Ik ging naar een school waar veel aandacht was voor kunst. En ik hield van acteren. Ik had een idee van wat ik wilde gaan doen. Daardoor voelde ik me niet verloren, zoals de meeste van mijn vrienden. Als ik naar de plaatselijke school kijk, waar ik normaal gesproken heen zou zijn gegaan: die was ontzettend gewelddadig, met allerlei gangs en een hoge schooluitval. Dat had mijn toekomst ernstig kunnen beïnvloeden. En dat is het probleem. Het gaat om krachten waar je je op die leeftijd nauwelijks bewust van bent. En als er dan thuis niet genoeg aandacht voor je is – dan kan het op straat echt heel zwaar zijn.’
Uit haar schulp
Ter plekke schiet Brody iets te binnen. ‘Het lijkt me een goed idee om de film op scholen te vertonen, met een discussie achteraf. Misschien moet ik het daar met Tony over hebben. Het zou interessant zijn om de reacties van leerlingen te horen. Misschien op de school waar ik zelf op heb gezeten.’
Het zou inderdaad boeiend zijn om de reacties van middelbareschoolleerlingen op Detachment te horen. Vooral op de centrale relatie in het verhaal: die tussen de invalleraar en een stille, dikke en gepeste scholiere, die in hem een zielsverwant meent te herkennen maar in haar toenadering niet wordt bevestigd.
Eén trieste interpretatie van het verhaal is dat juist de goede bedoelingen van de invalleraar haar in de problemen brengen. Doordat hij een beetje contact legt, kruipt ze uit haar schulp. Maar hij kan haar vervolgens de steun niet geven die ze nodig heeft – en hij blijft natuurlijk ook maar een maand. Het was daarom misschien zelfs beter geweest als hij haar had genegeerd. ‘Zo heb ik het nog nooit bekeken,’ peinst Tony Kaye als ik hem deze interpretatie voorleg. ‘Ik zag het altijd zo, dat de leraar eigenlijk niet echt contact met haar legt. Hij praat niet met haar ouders of met het hoofd van de school over de problemen. Omdat hij op dat moment zelf ook aan het ontsporen is. Maar het is interessant wat u zegt. Het feit dat hij íéts doet om haar te helpen, speelt inderdaad een belangrijke rol in de problemen die ze krijgt.’
Kaye concludeert: ‘Het is een zeer complexe relatie tussen de leraar en de leerlinge. In wat hij doet en wat hij niet doet, wat hij had kunnen doen en wat hij had moeten doen.’ Wat niet alleen een samenvatting van de film is, maar ook een omschrijving van het beroep leraar.
Beschouwt de filmmaker, met zijn voorkeur voor sociale onderwerpen, zichzelf ook als een soort leraar? Kaye denkt na en zegt dan: ‘Eigenlijk niet. Ik beschouw mezelf als een leerling.’
Marlon Brando
In dat geval is Tony Kaye lange tijd een zeer moeilijke leerling geweest. Een absurde, moeilijke leerling, met wie jarenlang niemand in de filmwereld nog wilde werken. Als succesvolle reclamefilmer die een reeks prijzen had gewonnen, schoot het hem in de bol. Zo eiste hij bij vergaderingen lange tijd een aparte stoel voor de opblaasbare ET-pop die hij altijd bij zich had. Hij werd gearresteerd toen hij, verkleed als soldaat, een secretaresse van Saatchi & Saatchi ontvoerde. Tijdelijk, en het was een vriendin van hem, maar toch. Grappiger was de zwerver die hij, als bespotting van de moderne-kunstwereld, meenam naar galeries als het kunstwerk ‘Roger, by Tony Kaye’.
Echt ruzie kreeg hij toen een ontevreden opdrachtgever zijn Bacardi-reclame door iemand anders wilde laten veranderen, zoals The Telegraph beschreef in een lang portret. Om dwars te liggen stuurde Kaye zijn crewleden naar de Dominicaanse Republiek, waar de reclame was opgenomen, om de betreffende acteurs te verbergen. Toen de reshoot inderdaad was mislukt, liet Kaye de Dominicanen alsnog naar Londen komen om ze voor het kantoor van zijn opdrachtgever te laten paraderen. Lekker puh!
Nog erger werd het tijdens de montage van American History X. Kaye werd het, zoals gezegd, niet eens met zijn producenten en met hoofdrolspeler Edward Norton (die desondanks een Oscar-nominatie voor zijn rol kreeg) en had contractueel niet het laatste woord. Tijdens de ruzies hierover sloeg Kaye steeds verder door. Eerst bracht hij een priester, een rabbijn en een boeddhistische monnik mee naar een vergadering. Later communiceerde hij alleen nog via tientallen paginagrote advertenties in de filmvakbladen – wat hem zo’n honderdduizend dollar zou kosten. Hij wilde zijn naam van de film verwijderen en vervangen door Humpty Dumpty. Toen dat geweigerd werd, overwoog Kaye zijn naam dan maar officieel in Humpty Dumpty te veranderen – iets waar Marlon Brando hard om moest lachen. Brando was lange tijd nog zijn enige vriend in de filmwereld, omdat, zoals hij zei, ‘jij even gek bent als ik’. Maar toen Kaye kort na 9/11 op kwam dagen als Bin Laden had ook Brando het gehad. ‘Ik dacht oprecht dat het grappig was,’ schreef Kaye een paar jaar later in een lange biecht in The Guardian. ‘Ik was een kinderlijke idioot.’
Mislukte ouderavonden
Van dat heethoofd is niets meer te herkennen in de vriendelijke man die voor me zit. Hij is ingetogen, verlegen zelfs. Hij denkt vaak seconden lang na voordat hij antwoord geeft. Wel is zijn achtergrond als reclamefilmer nog altijd zichtbaar in de visuele speelsheid van Detachment. Want hoewel het gevoel van de meeste scènes documentair is – met zelfs interviewfragmenten tussendoor – gebruikt Kaye af en toe onverwachte camerabewegingen, felle kleuren, afwijkende opnamehoeken en geestige korte animaties met krijttekeningen op het schoolbord.
Detachment is dan ook niet zuiver realistisch, benadrukt Kaye. Hij verwijst naar het bijna mystieke verband dat in de film wordt gesuggereerd tussen het lot van de school en Edgar Allan Poe’s De ondergang van het huis Usher. En naar de mislukte ouderavond die de leraren organiseren: ‘Dat er helemaal geen ouders komen, is natuurlijk niet geloofwaardig. Zo zou het in werkelijkheid nooit gaan.’
Wat te midden van alle verwikkelingen wel altijd realistisch blijft, zijn de reacties van de invalleraar. Brody’s formidabele acteerprestatie vormt het trieste emotionele hart van de film. En al bereikt zijn personage niet al zijn leerlingen, hij raakt wel het bioscooppubliek – al op zeker vier festivals won Detachment de publieksprijs.




