Cognitief libido

door

‘Grandeur en misère van de emancipatie’ heette de lezing die Gerrit Komrij op 8 mei zou hebben gehouden voor het Soeterbeeck Programma van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Dat ging niet door omdat hij ziek was geworden.

Volgens de samenvatting vroeg Komrij zich in de lezing af of de emancipatie niet is doorgeschoten en of de verheffing van het volk, die zo lang het ideaal was geweest van de sociaal-democratie, niet was gekaapt door populisten om er een neerdaling van het volk van te maken: door mensen louter naar de mond te praten en zoet te houden met plat vermaak. De intellectueel die zich verre wil houden van deze neerdaling wordt niet meer serieus genomen. De gelijkschakeling op het culturele kleuterniveau is nu de nieuwe norm. Komrij vroeg zich af of een nieuwe emancipatie nodig is en of de literatuur daarin een rol kan spelen.

Dat ook Komrij het over doorgeschoten culturele nivellering wilde hebben geeft aan dat de nood hoog is. De nood is hoog omdat ook het onderwijs er door wordt aangetast. In het onderwijs, en ook in de opleiding tot leraren, wordt cultuur al snel tot de niet noodzakelijke extras gerekend. Vanaf de middelbare school tot en met de hogeschool en de universiteit staat het onderwijs nu voornamelijk in dienst van het praktisch nut: heb ik er iets aan voor het werk dat ik ga doen. Dat is instrumenteel en resultaatgericht denken. Dat leidt tot ‘preprofessioneel onderwijs’ en dat heeft geen ruimte voor nutteloze cultuur. Aan het leggen van een brede, solide algemene culturele ondergrond, wordt niet meer gedaan.

Peter Sloterdijk

Zo’n ondergrond zou de teloorgang van het verheffingsideaal kunnen tegengaan. Dat is tenminste gedachte achter het boek …en denken! dat op initiatief van de Hogeschool Utrecht en de Internationale School voor Wijsbegeerte is geschreven onder redactie van Gerard van Stralen en René Gude. De verschillende schrijvers, onder wie Peter Sloterdijk, Pieter Broertjes, Manon Uphoff, Désanne van Brederode en Agnes Jongerius, willen dat iets terugkeert van wat men in Duitsland vanaf het begin van de negentiende eeuw ‘Bildung’ noemde: de ontwikkeling van een houding die ervan uit gaat dat brede culturele kennis een voorwaarde is voor het ontwikkelen van morele en kritische oordelen. Het boek is speciaal gericht op leraren. Van hen wordt verwacht dat ze bij leerlingen, zoals Sloterdijk het weer eens onnavolgbaar uitdrukt, ‘een cognitief libido’ laten ontstaan en gaande houden. Dit permanent opspelende verlangen naar meer kennis en  cultuur bij leerlingen beschouwt hij als het ‘kernproject’ van de school en de leraar. De leraar moet ‘klimaatscheppend vermogen’ hebben om die cognitieve libido op te roepen, hij moet aan ‘sfeervorming’ doen, hij moet een ‘atmosfeerdidacticus’ zijn.

De samenstellers van het boek willen dat het begrip ‘bildung’ (met een kleine letter) algemeen ingang vindt. Bildung zou ook een onderdeel moeten worden van het onderwijsprogramma. De school moet los gemaakt worden van de lonkende samenleving: het moet een eigen wereld zijn waarin dagelijks een compromis wordt gezocht tussen disciplinering en liberalisering, tussen wat moet (concrete kennis opdoen) en wat niet moet (maar van jezelf moet). Iedereen geeft wel toe dat er een aantal oude, ten onrechte verdwenen kanten van het onderwijs terug moeten keren. Maar er komt ook veel nieuws bij, zoals dat spannende cognitieve libido van Sloterdijk. Dat zou Komrij ook wel aanspreken.

Gepubliceerd op: | 1 Comment


  • pacioli

    Ik vind het grappig dat jullie het begrip van bildung invoeren wilt terwijl zij in Duitsland – helaas – dit aan het afschaffen zijn. Inderdaad heeft P. Sloterdijk wat Bildung zou kunnen zijn ‘onnavolgbaar’ uitgedrukt. ‘bildung’ dat is een cognitief libido’ en onderwijsgevenden zouden bij lerlingen ‘een cognitef libido laten ontstaan. Maar, dat onderstelt dat de leraren zelfs blijvend een cognitiv libido plegen.