De kunst van de levende houtsnede

door

In de literatuur en de schilderkunst doet zich vaak het Breugel Effect voor. Het Breugel-effect duikt op wanneer een gewone dagelijkse situatie een bijbelse of mythologische associatie blijkt te hebben. In het werk van Harry Mulisch, zoals in De aanslag of De pupil, treedt dit effect geregeld op.

Wendelien Schönfeldt: Groot vlot, 2011

In De aanslag blijkt aan het eind van het boek dat de hoofdpersoon als een Oedipus zo onwetend is geweest over wat zich in de oorlog voor zijn neus heeft afgespeeld.

In de kleurenhoutsneden van Wendelien Schönfeld die nu in het Rembrandthuis in Amsterdam te zien zijn is het Breugel-effect een terugkerend motief. Een man – in dit geval ikzelf – achter een bureau, omgeven door stapels boeken met op de achtergrond een soort kardinaalshoed en links voor een slapende hond die voor een makke leeuw door zou kunnen gaan? Dat is een moderne Hiëronymus. Een houtsnede van een man die met een kind op zijn schouder door water waadt: dat is Christophorus. Een moeder met een kind op haar arm: dat is de Madonna. Wanneer Schönfeld een zelfportret als schilder maakt krijgen we tegelijk een vrouwelijke Sint Lucas. Een houtsnede van een man tussen de puinhopen van haar oude atelier aan de Nieuwendijk: dat is Job op de mestvaalt.

Hollandse Kamer, Hôtel Turgot, Parijs, 2005

Schönfeld heeft geen gebrek aan thema’s en motieven in haar werk, maar Hiëronymus is een speciale plaats in gaan nemen. En dan speciaal de Hiëronymus wanneer die zich in zijn werkkamer bevindt, omgeven door alles wat bij hem hoort aan boeken, schilderijen, snuisterijen, instrumenten, kastjes en papieren. Dit is de spreekwoordelijke werkende en studerende kluizenaar, zoals we die kennen van het beroemde schilderij van Antonello da Messina uit 1475, compleet met doorkijkjes links en rechts naar de tuin en de horizon. (Te zien in de National Gallery in Londen). Dit is de mens in zijn habitat.

Net zoals bij Da Messina gaat het Schönfeld om de geportretteerde, gesitueerd in de wereld waarin hij of zij letterlijk en figuurlijk thuis is. Ze schildert een ‘extended portret’, een mens in zijn vertrouwde materiële omgeving. Ruim voor ze de museumdirecteuren als moderne Hiëronymussen in hun werkkamers portretteerde voor Kunstschrift en daarna de medewerkers van Fondation Custodia in hun vertrekken in Hotel Turgot in Parijs, maakte Schönfeld een boekje met gouaches van de kamers, hoekjes, gangen en uitzichten van haar ouderlijk  huis in de Cornelis Muschstraat in Rotterdam. Ook al zijn haar ouders niet op deze gouaches te zien, ze zijn er moeiteloos bij te denken. Wat ze hier schilderde was in zekere zin het uiterlijk van het innerlijk van haar ouders: de persoonlijke voorwerpen, het bureau, de stoelen, de kasten en de uitzichten van hun leven. Wat je ziet is alles waar ze aan gehecht zijn of aan gewend zijn geraakt, door Schönfeld op een bijna Vuillard-achtige manier geschilderd.

Regenboog, 2001

Op dezelfde informele manier tekende en schilderde ze de persoonlijke habitat van de museumdirecteuren als Hiëronymussen in hun werkkamer. Ze wil, zegt ze tegen Gijsbert van der Wal in de catalogus, ‘de kijker alle hoeken van de kamer laten zien’. Die werkkamers zijn een onderdeel van het portret. Aan de gouaches van haar ouderlijk huis zie je dat zich nog steeds een gezonde tweestrijd in Schönfeld afspeelt tussen het schilderen van die wervelende en kleurrijke gouaches en het maken van robuuste, maar steeds verfijnder wordende houtsneden. De kleurrijke gouaches van de vertrekken van de Fondation Custodia, die ze als voorstudie voor de houtsneden maakte, doen niet onder voor de uiteindelijke houtsneden.

Wat in de houtsneden duidelijker uitkomt is haar fascinatie voor ruimte. Ze lijkt op zoek te gaan naar de meest ingewikkeld ruimtes om daarna oplossingen te kunnen vinden om ze af te beelden. Het zwevende trappenhuis van het Hotel Turgot leek speciaal voor haar gemaakt. Dit levert altijd een dans van donkere en lichte vlakken  op, van licht en schaduw, waarvoor wel vier of vijf drukgangen nodig zijn. Het verleent de houtsneden ook een zekere abstractie; elke ruimte wordt een vernuftige compositie. Schönfeld is inmiddels een virtuoos in de verschillende drukgangen, en ook in het bedenken van technieken om bijna tekenend en schilderend houtsneden te kunnen maken. Je ziet die techniek speciaal aan het werk in de houtsneden waarop water voorkomt. In haar stadslandschappen met grachten, de Amstel of het IJ schildert ze met ijzeren gereedschap, met een guts, maar het water beweegt, glinstert, reflecteert en spat. De houtsneden met zwemmers op en bij een vlot zou je geen houtsneden noemen als je niet beter wist, zo losjes en luchtig is haar handschrift geworden.

Tot 30 september in het Rembrandthuis in Amsterdam     

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.