Een koninklijke culturele revolutie

door

Lodewijk Napoleon legde in de vier jaar dat hij in de jaren 1806-1810 koning was een aandoenlijke ijver aan dag om zich geen vreemde te voelen in het land waar hij van zijn broer koning moest spelen. Er kwamen dagelijks missives uit Parijs met suggesties en bevelen, maar Lodewijk verzette zich tegen een al te drastische verfransing van Nederland. Hij wilde juist dat alle veranderingen en vernieuwingen in het Nederlandse culturele patroon pasten.

Lodewijk Napoleon was een tragische verlichte despoot die Nederland alleen maar goeds heeft gebracht. Het door zijn broer Napoleon geëngageerde huwelijk met de levenslustige Hortense de Beauharnais (de dochter van zijn vrouw Josephine) was niet erg geslaagd. Bij de gedachte dat ze in Nederland moest gaan wonen kreeg Hortense tranen in haar ogen, schreef ze in een brief, ‘Mijn God, ik zal er nog van verdriet sterven’. Dat deed ze niet. Ze heeft het hier een tijdje geprobeerd, maar vertrok weer snel om niet meer terug te keren. Lodewijk werd op zijn kop gezeten door zijn dirigistische broer. Hij was een ongedurig man die in Utrecht, Den Haag, Haarlem en Amsterdam huizen en paleizen liet inrichten om er maar kort te verblijven. Hij liet het geld rollen, werd zelfs ‘wuft en spilziek’ genoemd.

Het portret van Lodewijk van Charles Howard Hodges

Dat kan allemaal zo zijn, de paradox van een verlicht despoot is dat hij twee kanten heeft. De andere kant van Lodewijk was dat hij scherp zag dat Nederland behoefte had aan van alles, aan een grotere economische bedrijvigheid, aan een centraal archief en bibliotheek tot en met een efficiëntere postbestelling. De lijst van door Lodewijk in die vier jaar geïnitieerde nieuwe instituties voor het algemeen belang is verrassend lang. Hij heeft een kleine culturele revolutie veroorzaakt.

Lodewijk realiseerde of gaf de aanzet tot wat nu de Koninklijke  Bibliotheek is, tot wat nu het Rijksmuseum is, tot wat nu de Koninklijke Academie van Wetenschappen is. Hij zorgde voor een nieuw Wetboek van Strafrecht (en nam deel aan de beraadslagingen), richtte de Posterijen in naar Frans model, organiseerde de Waterschappen, zorgde voor de verbetering van de gezondheidszorg en verplichtte het inenten. In 1808 kreeg Nederland van hem de jaarlijkse Prix de Rome. De Rijksacademie voor beeldende kunst ontstond. Hij organiseerde nationale kunst-en nijverheidstentoonstellingen waar ook prijzen aan verbonden werden. Hij verbeterde de opleidingen voor architectuur. Hij stelde ridderorden in. Er kwam een Wetboek van Koophandel. Hij richtte de Rijksmunt op waar een nationale munt werd geslagen. Hij gaf de aanzet tot de Burgerlijke stand en tot de uiteindelijke standaardisering van maten en gewichten. Hij zorgde dat er religieuze gelijkheid kwam en dat joden en katholieken ambtenaar konden worden. Katholieken kregen hun kerken terug (onder meer de St. Jan in Den Bosch). Na de ramp in Leiden door de ontploffing van een kruitschip hielp hij mee met het verzorgen van gewonden en liet de vele huizen die verwoest waren zo snel mogelijk herbouwen. Toen de Betuwe onder water kwam te staan was hij erbij om te helpen en zorgde voor de verbetering van de dijken. In Nederland werd rond 1815 de dienstplicht ingesteld, maar Lodewijk had dat lang tegen weten te houden omdat het Nederland veel te veel geld zou hebben gekost. Hij vond andere zaken belangrijker. Tot zijn uitspattingen behoorde het kopen van een compleet circus.

Op de tentoonstelling Koning Lodewijk Napoleon & zijn paleis op de Dam is te zien hoe Lodewijk tijdens zijn korte verblijf (van 1808 tot 1810) in het Paleis in Amsterdam leefde (het Etiquetteboek ligt er, het Wijnregister ligt er opengeslagen). Er is daarbij jammer genoeg niets te zien van het servies dat toen werd gebruikt. De achtergrond van dat servies is een voorbeeld van de mate waarin Lodewijk zich voor kunst, vormgeving en de ambachtelijke kanten ervan interesseerde. Een maand na zijn aankomst in Amsterdam bracht hij op 16 mei een bezoek aan de fabriek van Dommer & Comp. te Ouder-Amstel waar het Amstelporselein werd gemaakt. De fabriek had de opdracht gekregen een servies voor het Paleis te leveren voor honderd personen. Het geheel zou bestaan uit 1000 onderdelen, waarvan zes honderd platte borden. De bewaard gebleven offerte specificeert alle onderdelen afzonderlijk, van radijsbakjes tot botervlootjes en haringbakjes.

De armstoel van Joseph Cuel

Wat Lodewijk, die de Nederlandse economie op alle manieren wilde bevorderen, in de fabriek zag beviel hem zo dat hij nog dezelfde dag een decreet ondertekende waarin de fabriek toestemming werd verleend zich te tooien met het predicaat ‘Koninklijk’. Daar bleef het niet bij. Lodewijk vond dat de fabriek nog hoger kon stijgen door te profiteren van de kennis van de Sèvresfabriek in Frankrijk. Dommer werd door Lodewijk op dienstreis gestuurd naar Parijs en omstreken. De fabrieken die hij bezocht (keizerlijke en particuliere) moesten hem hun geheimen prijsgeven. Van zijn reis zou hij een verslag schrijven dat hij moest voorleggen aan de afdeling kunsten van de Koninklijke Academie. Aldus geschiedde. Toen de protectie van Lodewijk wegviel bij zijn aftreden in 1810 raakte de porseleinfabriek in het slop, maar het Amstelporselein is sindsdien een begrip.*

Lodewijk Napoleon liet het Paleis op de Dam naar de Franse mode inrichten in de empirestijl. Dat is jammer, aangezien dat een protserige, aanstellerige keizerlijke nonstijl is met verwijzingen naar de klassieke oudheid. In de catalogus van de tentoonstelling staan lelijke harde foto’s van even lelijke fauteuils van Joseph Cuel: bruiner dan bruin glimmend hout, met gouden leeuwenkoppen op de hoeken van de leuningen. Alles ‘imperiaal’, dat wil zeggen, met keizerlijke decoraties bestaande uit verheerlijkende kransen en tierelantijnen. Het is jammer dat de tentoonstelling zoveel nadruk legt op die stijl, want het gaat ten koste van waar Lodewijk Napoleon nog meer voor stond. Lodewijk wist wat hij deed: hij liet gravures maken waarop hij in de modder staand te zien is terwijl hij in de Betuwe aan het helpen is bij de watersnood. Zulke veelzeggende afbeeldingen ontbreken.

De reden dat nu weer een tentoonstelling wordt gehouden over Lodewijk Napoleon en zijn verblijf in het Paleis op de Dam is dat het Paleis de laatste jaren van binnen grondig is gerestaureerd. Daarbij is alles zoveel mogelijk terug gebracht in die empirestijl. Maar dit is wel de derde keer dat er middels een tentoonstelling en catalogus aandacht is voor de in 1808 vernieuwde inrichting van het Paleis, na Empire in het Paleis (1983) en ’s Konings Paleis op de Dam(1989). Eigenlijk is die metamorfose van het interieur in 1808 in de empirestijl een grote vergissing geweest. Alleen de stoelen voor de eetzaal met hun strak-rode zitting en zwarte vierkanten, gemaakt door Carel Breytspraak naar een bestaand Frans ontwerp, kunnen ermee door.

Gelukkig heeft het ontwerp van het servies dat Lodewijk bestelde bij de Amstelfabriek niets met empire te maken. Het is wit en heeft slechts een rand met gouden lauriertakjes en een subtiel strooipatroon van die takjes op de witte vlakken. Wat er met die 1000 onderdelen is gebeurd? Er werd door het personeel van het Paleis niet erg zorgvuldig mee omgegaan. Tegen de tijd dat de kamer en de speciale kasten die er voor werden gemaakt klaar waren, was een groot deel van het servies al gesneuveld. Er zijn nu nog veertig onderdelen van over, wat borden, wat grote en kleine schalen, een deksel van een soepterrine. Ze zijn verspreid over Nederlandse musea. Helaas niet te zien op de tentoonstelling.

*Een deel van het servies is afgebeeld bij het artikel van Cyp Quarles van Ufford over Lodewijk en het Amstelporselein in het Mededelingenblad van de Nederlandse vereniging van vrienden van ceramiek en glas Vormen uit vuur, 193, 2005/4).

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.