Het orgaan van Eerbied
door Carel Peeters
Het is geen bedrog, omdat de citaten die ze geeft wel echt uit het oorspronkelijke dagboek afkomstig zullen zijn, maar toch ben je er niet op voorbereid wanneer Kate Summerscale in de laatste zin van haar boek De geheime liefde van Mrs Robinson schrijft dat ze het echte dagboek, waarom alles in het boek draait, niet gelezen heeft. Het is vernietigd. Alles wat ze citeert is afkomstig van openbare bronnen: verslagen van de processen in kranten, tijdschriften en boeken.
De geheime liefde van Mrs Robinson, dat door de NRC in de maand september tot het non-fictie-boek is gekozen waarover getwitterd kan worden, is al een boek dat tegen de larmoyantie aanleunt, en dan ook nog deze mededeling. Het dagboek wordt rond 1850 bijgehouden door Isabelle Robinson, een impulsieve vrouw uit een goede Engelse familie die getrouwd is met een volslagen oninteressante man. Het is zo’n man die graag naar de faillissementsrechtbank gaat ‘om te genieten van wanhopige mannen die er ooit warmpjes bij zaten’, zoals zijn vrouw schrijft in een brief aan een vriend. Dat is een frenoloog, iemand die aan schedelmeting doet. Hij onderzoekt haar hoofd wanneer zij verliefd wordt op een dokter die Moore Park beheert, een luxe homeopathische spa.
Ook al heb er je alle begrip voor dat Mrs Robinson de liefde buiten haar treurige huwelijk zoekt, haar liefde is van de dweperige en romantische soort. Hier wordt getwijfeld, verlangd, gesmacht en gezucht. En Summerscale romantiseert mee wanneer ze de ontmoetingen tussen de vrouw en haar dokter lardeert met uit de duim gezogen sfeertekeningen. Summerscale voegt er roman-elementen aan toe, zoals in haar eerdere boeken. Summerscale weet precies wat Isabelle voelt: ‘Toen de dokter haar kuste vielen de onzekerheid en de plagerijen weg en werd Isabelle overvallen door een meeslepende duizeling.’ Of, nog een keer: ‘Toen hij haar kuste leek Edward te smelten tot een warreling van zachte krullen en huid, en de man van vlees en bloed viel samen met het idool van haar dromen.’ Dit is lastig te aanvaarden, zeker wanneer Isabelle’s man het dagboek ontdekt. Hij gaat het als bewijs van overspel gebruiken in een echtscheidingsproces dat tot een publiek schandaal uitgroeit. Tijdens het proces ontkent de dokter ooit een verhouding met Isabelle te hebben gehad. Meer dan goede vrienden waren ze niet geweest. Lief dagboek heeft alles verzonnen. Summerscale doet voortdurend alsof Isabelle helemaal te vertrouwen is en niets verzint. Wanneer ze beschrijft wat zich in een Madame Bovary-achtige scène in een koets voordoet, neemt Summerscale het voor waar aan, ook al lijkt het haar wel erg veel op een passage in het Handboek Ondeugende Vrouwen: ‘Isabelle’s gedrag in het rijtuig was bepaald schaamteloos: er zat een kind op de bok – haar eigen zoon – terwijl Edward Lane en zij binnen zaten te fluisteren en elkaar betastten.’
Je kunt bewondering hebben voor wat Summerscale allemaal heeft uitgezocht om het dagboek tot leven te laten komen. Maar daar zit ook erg veel trivialiteit tussen. Wat het boek redt zijn de eigenaardigheden en krankzinnigheden die erin opduiken. De vele ingebeelde ziekten die in het kuuroord van de dokter worden behandeld. Dat Charles Darwin de spa bezoekt omdat hij last heeft van zijn spijsvertering. Dat Charles Dickens in dezelfde kringen verkeerde als Isabelle. Dat de geliefden zouden hebben getorteld in dezelfde grot waarin Jonathan Swift zijn Esther beminde. Dat de uitgever van het eerste openhartige boek over anticonceptie en geslachtziekten Edward Truelove heet. En dat de schrijver van het boek een maniakaal masturbant was die een paar jaar eerder had gedaan alsof hij dodelijk verongelukt was. Regelmatig duiken Byron, Shelley, Coleridge, Wordsworth of Goethe op omdat Isabelle van poëzie en literatuur houdt. Haar al dan niet vermeende minnaar gaat daarin mee. Sociologisch interessant is wat langs komt omtrent de plaats van de vrouw rond 1850. In 1857 werd een nieuwe echtscheidingswet van kracht die vrouwen eindelijk rechten gaf.
Het boek is bij vlagen interessant vanwege deze extra’s. Je komt heel wat te weten over schedelmeting rond 1850. Isabelle’s vriend de frenoloog liet haar zien dat haar ‘Zinnelijkheid’ gevaarlijk was omdat ze een gering vermogen ‘tot Voorzichtigheid en Geheimhouding had, functies die vlak boven haar oren zaten, aan de zijkant van haar schedel; dat wees erop dat ze onderhevig was aan impulsiviteit en indiscretie.’ Zorgwekkend was ook de te kleine holte op haar kruin: ‘het orgaan van Eerbied’. Mrs Robinson had daardoor te weinig ‘respect voor aards en hemels gezag.’ Hoe raar dit ook mag zijn, dit heeft Summerscale in ieder geval niet verzonnen.



