Het Stendhal Syndroom uitgedaagd

door

Bij het verlaten de Santa Croce in Florence in het jaar 1817 voelde de Franse schrijver Stendhal zijn hart wild te keer gaan. ‘Het leven liep uit me weg’, schreef hij, ‘bij het lopen was ik bang elk moment te vallen.’ Dat bezoek aan Florence betekende de geboorte van het Stendhal Syndroom: over je toeren raken door het zien van te veel mooie kunst achter elkaar. Ook wel ‘esthetische overkill’ genoemd. De symptomen van het Stendhal Syndroom zijn: een versnelde hartslag, duizeligheid, verwarring en, bij ernstige vormen, flauwvallen. Er zijn niet veel mensen die aan het Stendhal Syndroom lijden, maar er zijn wel heel veel mensen die de milde variant ervan kennen: iedereen die na een dag musea bezoeken glazig voor zich uit gaat kijken en denkt: nu even geen kunst meer. Dat is het Stendhal Syndroom Minor.

Master of the Hartford Still Life, Fruitstilleven, 1600

Te veel goede kunst achter elkaar zien is moordend. Het is permanent op je tenen lopen. Het is elke minuut examen moeten doen. Het is te veel van je lievelingstaart eten. Het is gevangen zitten in de duurste winkelstraat van de stad. Het is dromen dat je iemand bent die alleen maar tienen krijgt. Het is alleen maar uit het beste mogen kiezen. Het is op de hoogste berg vastzitten.

In principe kan het Syndroom zich ook thuis voordoen bij het bladeren en lezen in kunstboeken. Maar het gevaar is met kunstboeken minder groot. In een boek met het werk van één kunstenaar zitten altijd een paar schilderijen of werken die iets minder zijn. Dat maakt het bekijken van het boek dragelijk en houdt het Syndroom op een afstand. Niet alleen topstukken betekent dat er ruimte is om de beste werken goed in je op te nemen. Bij de bestandscatalogus van een museum is het niet anders: ook daar zitten mindere werken tussen en er staan bovendien kunstenaars in waar je minder affiniteit mee hebt. Veilingcatalogi horen hier ook bij: daar zitten ook veel schilderijen bij waar je snel aan voorbij kunt gaan.

Maar er is één soort kunstboek dat uitgesproken Syndroom-prone is. Dat is het boek waarmee een gerenommeerde kunsthandelaar het feit viert dat hij dertig jaar bestaat, zoals het geval is met de kunsthandel van Bob Haboldt. Gewone stervelingen komen niet gauw in het bezit van zo’n boek, in dit het geval het bijna vijfhonderd pagina’s tellende monumentale werk Singular Vision, het jubileumboek in cassette van Haboldt & Co. Er staan zo’n vijfhonderd kunstwerken in afgedrukt van de naar schatting tweeduizend die Haboldt sinds 1983 in Amsterdam, Parijs of New York heeft verkocht aan de grote musea in de wereld en aan particulieren. Twintig kunsthistorici hebben bij de schilderijen toelichtingen geschreven, onder wie Peter Schatborn (Rembrandtkenner), Wouter Kloek, Ben Broos en Ed Wingen.

Cesare Dandini, Sint George, ca. 1640

Singular Vision zo uitgesproken Syndroom-prone omdat de meesterwerken-dichtheid zo groot is. Haboldt verkoopt louter op museum-niveau. Alle evergreens van de grote musea zijn hier vertegenwoordigd: tekeningen van Rembrandt, Jan Lievens, een Bleekveld met het landhuis Hartelust van Jacob van Ruysdael, Goltzius, Cornelis van Haarlem, Dirck Hals, meerdere portretten van Michael Sweerts, genretaferelen van Eglon van de Neer (Dame met brief). Pronkstillevens van De Heem, Pieter Claes en Frans Francken.  Het mooiste fruitstilleven is van een kunstenaar die wordt aangeduid als de ‘Master of the Hartford Still Life’, werkend tussen 1590-1610.  Het is lichtelijk manieristisch geschilderd waardoor het fruit ietsje gestileerd is, maar vooral door de compositie is het van een grote charme. Het mooiste portret van het boek is het enigszins arrogant kijkende, maar heel gevoelige, androgyne portret uit 1635 getiteld Saint Georgvan de Italiaan Cesare Dandini.

Na een tijdje moet je op adem komen als je achter elkaar de mooiste Ruisdaels hebt gezien, twee Adriaen Coortes, maar liefst vier zeldzame Sebastian Stoskopfs, zes Jan van Goyens, waaronder twee unieke tondo’s, twee Floris van Schootens. Haboldt heeft in die dertig jaar veel schilderijen en kunstenaars gehad die mij toevallig erg bevallen, vooral in de afdeling stillevens. Er zijn twee sublieme kleine stillevens van Fantin-Latour, de een met een bord druiven en een appel, de ander idem maar dan met een mes erbij. Het zien van de twee Avercamps was terugzien, want ze waren allebei niet lang geleden in het Rijksmuseum. Dat terugzien was ook het geval met de twee Coortes, die waren in 2008 in het Mauritshuis. De zeventiende eeuwse vlinders van Pieter Holsteyn vragen er om dat een museum eens een tentoonstelling speciaal aan hem wijdt. Dat geldt ook voor de Hoornse schilder Mattias Withoos van wie hier een weergaloos schilderij is afgedrukt van een groepje baadsters onder een brede haag van bloemen. De baadsters en de witte bloemen lichten op tegen de donkere achtergrond.

Henri Fantin-Latour, Stilleven met druiven en een appel, 1874

Aan deze Withoos is te zien dat Haboldt niet alleen in erg beroemde namen handelt, al is dat wel zijn specialiteit. Dat hij maar liefst vier Stoskopfs kan laten zien wil zeggen dat hij zelf ook zo zijn voorkeuren heeft, in dit geval voor de Straatsburgse schilder uit het begin van de zeventiende eeuw die strenge stillevens maakte, veelal met ovale houten dozen met een zacht bruine kleur. Een van de vier is een klein schilderij (Coorte-formaat) van Een Roemer geflankeerd door een walnoot.Zulke schilderijen van eenzame objecten zijn, mits perfect geschilderd, onweerstaanbaar. Haboldt moet ook speciaal gesteld zijn op de eenzame blauw/bruine pruim op een grijze ondergrond van Johann Wilhelm Preyer, want hij drukt hem twee keer af, een keer op de prominente Franse titelpagina.

Op de twee interieurs van de Oude Kerk in Amsterdam van Emanuel de Witte valt het licht in banen naar binnen. Het zijn strakke plassen licht die een onderdeel worden van de architectuur. Daardoor krijg je hetzelfde effect als van de zon die door de bladeren van bomen schijnt en lichtvlekken achterlaat op straat of laan (iets waar Nabokov het in Speak Memory over heeft: het is een van zijn herinneringen aan het bos bij zijn ouderlijk huis in Rusland). Vooral mooi aan Singular Vision is dat er zoveel onbekend werk van bekende schilders in voorkomt. Dat zie je niet snel zo bij elkaar. Voor gewone stervelingen is Singular Vision een te luxe uitgave, maar als een middel om mee te testen hoe vatbaar ik ben voor het Stendhal Syndroom heeft het goede diensten bewezen. Ik heb het gered. Nu even iets anders.

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.