Michael Sandel en het leven als handeltje
door Carel Peeters
Elke school in Amerika heeft in zijn bibliotheek Mark Twains Huckleberry Finn, Scott Fitzgeralds Great Gatsby en The Adventures of Augie March van Saul Bellow. Er was een tijd dat ze permanent uitgeleend waren, of dat er zelfs meerdere exemplaren van in omloop kwamen om in de vraag te voorzien.
De vanzelfsprekende gretigheid waarmee ze in de jaren zestig en zeventig werden gelezen is verdwenen. Om jongeren in achterstandswijken aan het lezen te krijgen wordt op scholen in de stad Dallas een beloningssysteem ingesteld. Drie dollar voor een gelezen Gatsby, vijf dollar (dubbel zo dik) voor de March.
Zonder deze boektitels en schrijvers te noemen is dit een van de voorbeelden die de Amerikaanse politiek filosoof Michael Sandel geeft tijdens lezingen over zijn boek Niet alles is te koop. De morele grenzen van de marktwerking. De intrinsieke waarde van het lezen wordt door het onderwijs niet meer serieus genomen. Hoe goed bedoeld ook, er wordt van het lezen een handeltje gemaakt. Om de in het gewone leven inbrekende marktwerking mee te illustreren heeft Sandel nog meer sterke voorbeelden: heb je gebrek aan vrienden? Koop ze. Heb je geld nodig: verkoop je stem bij de komende verkiezingen. Wil je misschien je nier verkopen? Ben je aandeelhouder? Verkoop je stem. Zijn hier morele bezwaren tegen? En welke dan?
Sandel vindt het betalen voor het lezen van boeken op school natuurlijk belachelijk, maar hij is lang niet altijd in staat, en wil het vaak ook helemaal niet, om de grenzen van de marktwerking aan te geven. Hij wil discussie over deze praktijken. Hij wil dat de moraal terugkomt en dat min of meer duidelijk wordt wanneer ‘de markt’ zijn gang kan gaan en wanneer hij uit de buurt moet blijven. Hij wil niet zelf te veel de moralist zijn.
Bruce Springsteen verkoopt de kaartjes voor zijn concerten zo laag mogelijk opdat iedereen er naar toe kan gaan. Dit heeft tot gevolg dat handelaren ze groot gaan opkopen en ze tegen woekerprijzen door verkopen. Misschien behoort dit wel tot de folklore van de handige zakenman: everyday a shaky deal? Toch is het geen aangenaam idee. Ander voorbeeld: moet je kunnen betalen voor niet in een rij te hoeven staan? Moet je kunnen betalen om op het vliegveld sneller door de veiligheidscontrole te kunnen gaan? Willen we dat politieauto’s gesponsord worden om de bezuinigingen op te vangen?
Wie nog maar een paar pagina’s gelezen heeft over de geleidelijke overgang die heeft plaatsgevonden van een ‘markteconomie’ naar een ‘marktsamenleving’ krijgt onvermijdelijk een déja vu: was dit niet precies wat Jan Marijnissen, Freek de Jonge, Mies Bouhuys, Karel Glastra van Loon en tientallen sympathisanten in een Comité van Aanbeveling aankaartten in 2001 in het manifest Stop de uitverkoop van de beschaving? Wat Sandel nu de ‘marktsamenleving’ noemt heette toen dat de samenleving ‘geëconomiseerd’ werd: ‘het marktdenken, dat voorheen slechts een beperkt deel van het maatschappelijk verkeer beheerste, is alomtegenwoordig geworden’. Wat het Manifest de ‘beschaving’ noemde, heet bij Sandel de moraal. Het ging in het Manifest om dezelfde zaken die Sandel noemt: de publieke sector. De markt moest uit het onderwijs, de sociale zekerheid, publieke werken en de gezondheidszorg blijven. Publieke scholen moeten goed functioneren zodat er geen particuliere scholen hoeven te ontstaan. Een verschil is natuurlijk dat het Manifest van Marijnissen onvermijdelijk een politiek tintje had, en dat Sandel een ongebonden politiek filosoof is, ook al is hij natuurlijk een ‘liberal’.
Sandel geeft in Niet alles is te koop zulke snijdende en overtuigende voorbeelden zonder al te radicaal zijn (hij is niet tegen ‘de markt’, het is een uitstekend instrument voor het creëren van productie en welvaart) dat zijn boek een gevoelige snaar heeft geraakt. Het is alsof veel mensen een licht opgaat wanneer ze bij Sandel lezen dat het skybox-principe ons dreigt te gaan domineren: koop een skybox en geniet prinsheerlijk van de wedstrijd en voel je bovendien verheven boven de rest van het publiek. De skybox als symbool van de nieuwe klassesamenleving.
Niet alles is te koop is het recenste boek dat breekt met het individualisme. Het respectabele individualisme dat in de vorige eeuw ontstond onder schrijvers en intellectuelen als Julien Benda, André Gide, W.H. Auden, Menno ter Braak, E. du Perron, George Orwell en Albert Camus is in het laatste kwart van de vorige eeuw gekaapt door de neoliberalisme en casinokapitalisme. Wat de schrijvers en intellectuelen mogen, dat kunnen wij ook, dachten Milton Friedman, Ronald Reagan en Margaret Tatcher. Maar het individualisme van die schrijvers was geen asociaal individualisme, het had vooral te maken met de noodzaak onafhankelijk te willen denken.
Het dagelijks leven moet in het teken van het leven staan, en niet in dat van de commercie
Het neoliberalisme en casinokapitalisme hebben dit respectabele individualisme geperverteerd door er grof eigenbelang van te maken. Met als gevolg de financiële crisis en een aanslag op de levens van miljoenen mensen, bijvoorbeeld de 24 miljoen werkelozen in Amerika, om het maar niet te hebben over de 50% jongeren in Spanje die geen werk hebben. Niet alles is te koop pleit daarom voor de herwaardering van het solidaire denken. Volgens Sandel wordt het tijd dat we het, na vrijheid en gelijkheid, over broederschap gaan hebben. Er moet een nieuw burgerschap ontstaan waarin aan het algemeen belang wordt gedacht, en niet alleen aan het eigenbelang.
Sandel is een communitarist, een gemeenschapsdenker, iemand die het maatschappelijk middenveld onontbeerlijk vindt als intermediair tussen het individu en de staat. Hij citeert Tocqueville om het belang van maatschappelijke organisaties en verenigingen van allerlei aard te benadrukken. Het dagelijks leven moet in het teken van het leven staan, en niet in dat van de commercie. Mensen ontlenen hun idee van vrijheid nu te veel aan het feit dat ze van alles kunnen kopen, als consument, terwijl ze hun vrijheid zouden moeten zoeken in een burgerschap dat keuzes maakt aan de hand van persoonlijke en gemeenschappelijke waarden. Die dansen maar zeer ten dele naar de pijpen van de economie.
De terugkeer van de moraal bij Sandel wil zeggen: de terugkeer van het denken in menselijke en niet in economische termen. Daarmee is zijn boek een onderdeel van een groter onbehagen dat te vinden is in boeken als Niet voor de winst van Martha Nussbaum en The Price of Inequality van Joseph Stiglitz. Nussbaums boek is een verdediging van de geesteswetenschappen tegen druk van de economisering van alles. Stiglitz laat zien dat in Amerika een belachelijke tweedeling is ontstaan waarbij de 1% rijken over net zoveel geld beschikt als de 99%. De herverdeling van de rijkdom zou de economie en het nu ernstig verwaarloosde publieke domein ten goede komen. Maar daarvoor is een andere moraal nodig. Wanneer Robbert Dijkgraaf een boek publiceert met de titel Het nut van nutteloos onderzoek heeft hij het over hetzelfde: de noodzaak dat niet alles tot economie wordt gereduceerd, dat er ruimte is voor vrij en vrijmoedig denken en werken dat niet meteen aan winst denkt. De titel van Michael Sandels kon niet eenvoudiger en duidelijker: Niet alles is te koop.
-
Michel Gastkemper



