Op naar de Pax Technologica
door Carel Peeters
De Engelse conservatieve politicus en schrijver Edmund Burke (1729-1797) had een aantal minder conservatieve kanten. Hij was voor de Amerikaanse Revolutie van 1776, tegen de slavernij en hij zorgde ervoor dat Warren Hastings, een corrupte Engelse gouverneur van India, werd afgezet. Daarnaast was hij een spreker waarvoor je in je Lager Huisbankje bleef zitten. Hij was wel tegen de Franse Revolutie omdat die al te abrupt een einde maakte aan bestaande structuren. Burke’s conservatisme, waaraan zelfs Christopher Hitchins goede kanten wist te zien, moet niet worden verward met het neo-conservatisme dat de Amerikaanse politiek de laatste dertig jaar onveilig heeft gemaakt met intellectuelen als Norman Podhoretz en Irving Kristol, en politici als Ronald Reagan, Donald Rumsfeld, Dick Cheney en George W. Bush.
Het verschil tussen conservatisme en neo-conservatisme is het verschil tussen oorlog willen voeren en geen oorlog willen voeren. Dat zei de vroegere Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger toen hij in april van dit jaar in New York de Edmund Burke Award kreeg, ingesteld door het culturele tijdschrift The New Criterion. Het interessante aan Kissingers dankwoord was dat hij van de gelegenheid gebruik maakte om zich van de neo-conservatieven te distantiëren, met name van hun imperialistische neigingen om de Pax Americana over de wereld uit te smeren.
Een ander onderwerp waar hij zich zorgen over maakte was, wat hij noemde, ‘the YouTube and Twitter generation’ en de politiek. Die generatie is voor Kissinger gelijk aan oppervlakkigheid , al zegt hij dat niet zo ronduit. Een conservatief is niet voor revolutie, maar voor evolutie, voor geleidelijkheid. Daardoor heb je tijd om je in de geschiedenis te verdiepen en kennis te vergaren die behulpzaam kan zijn. Opzoeken, uitzoeken, je grondig in iets verdiepen, dat is niet kenmerkend voor de Twitter Generatie. Kissinger noemt dat het verschil tussen informatie en kennis. Informatie is kennis die is losgezongen van de context. Informatie heb je even nodig en vergeet je daarna weer. Het is geen duurzame kennis. ‘Sustainability’, daar gaat het Kissinger om. De Twitter Generatie zorgt nog voor een ander verschil: dat tussen ‘the immidiate’ en ‘’the important’, tussen het onmiddellijke en het belangrijke. Of, nog een ander onderscheid: dat tussen reactie en reflectie, vluchtig reageren en nadenken. Kennis, het belangrijke en de reflectie moeten niet verdrinken in de vloedgolf aan technologie waar we mee te maken hebben.
Hoe aardig het twitteren ook is, van het begrip ‘Twitter Generatie’ ga je huiveren. Alleen maar afgaan op de snelle kennis van twitterberichten is genoegen nemen met poor man’s knowledge. Dat is je cognitieve libido op water en brood zetten. Dat is van jezelf een behoeftige internetueel maken. De huiver bij de gedachte aan de Twitter Generatie bekruipt ook Evgeny Morozov, de schrijver van The Net Delusion, het boek dat vorig jaar korte metten maakte met de alom gehoorde bewering dat de technologische wonderen – van Internet tot Facebook, van Twitter tot Cyberspace – alleen maar voor bevrijding zouden zorgen (zie ook de Tegenlicht uitzending). Morozov laat niet af: zijn nieuwe slachtoffer is de TED, de organisatie die twee keer per jaar conferenties houdt in Long Beach, Palm Springs en Edinburgh. Daar kunnen mensen gedurende een kwartier een idee uitdragen onder het motto ‘Ideas Worth Spreading’. Morozov heeft er zelf ook zijn ideeën over internet uiteen kunnen zetten. Maar TED (de afkorting van Technology, Entertainment, Design) is zo groot geworden dat men is gaan denken dat de wereld draaiende wordt gehouden door TED-ideetjes. De Ted-conferenties, en sinds kort ook de boekjes die worden uitgegeven, zijn een variant op Twitter aan het worden. De boekjes zijn van de soort How to Bluff your way in Management of How to Bluff your way in Philosophy. Het doel van het uitgeven van die boekjes (ze zijn ook op klein formaat en kosten drie dollar) is ‘to make ideas accessible in a way that matches modern attention spans’.
De uitdrukking ‘modern attention span’ is natuurlijk vragen om hoon. Alsof het vaststaat dat je alleen maar modern kunt zijn wanneer je aandacht voor alles heel kort is. Die hoon komt dan ook van Morozov wanneer hij in The New Republic van begin augustus de aanval opent op een van de leveranciers van ideeën die maar kort om aandacht vragen. Die leverancier is Parag Khanna, met zijn vrouw Ayesha de schrijver van Hybrid Reality, een boekje over de technologie die helemaal nieuwe mensen van ons zal maken. Khanna wordt door Morozov behandeld als een ‘intellectual imposter’, een bedrieger van het zuiverste water. De technologie (‘met een grote T’) wordt door Khanna voorgesteld als de redding van de beschaving. Willen we de ondergang van de beschaving voorkomen, dan zullen we ons moeten laten leiden door de Technologie, of beter nog door de Technik want dat is het door Khanna aan het Duits ontleende begrip dat staat voor alle technologie en wat zij voor mensen emotioneel, sociaal en maatschappelijk betekent.
Voor Morozov is het allemaal ‘techno-babbel’, ‘digito-futuristic nonsense’ en ‘futuristische kitsch’. Khanna houdt designer babies, menselijke klonen en transhumanisme in de toekomst voor mogelijk en wenselijk. Ook seks robots komen dan beschikbaar. Die ‘can be made to look like anyone you want.’ Morozovs grootste ergernis is dat Khanna de Technik als een autonome macht beschouwt. De Technologie gaat zijn eigen gang en trekt zich niets aan van de politiek of van wat mensen willen of denken. Bij Khanna zingt de Technik zich los van mensen, ook al zegt hij juist dat mensen een hybride van mens en techniek zijn. Voor Morozov is de mens al vanaf het begin van zijn ontwikkeling met techniek verbonden. Khanna denkt dat de mens vorig jaar, toen hij het idee voor zijn boekje kreeg, van natuur is veranderd.
Khanna is ook een adept van Ray Kurzweil, de man van de ‘Singulariteit’. De Hybrid Age is de laatste fase voor het ontstaan van de Singulariteit, het moment waarop machines de menselijke intelligentie voorbijstreven en de ‘postmens’ ontstaat: de verbeterde mens met een opgevoerde intelligentie.
Khanna (die eerder een luchtfietsend boek over globalisering schreef onder de titel How to Run the World) brengt het allemaal onder het mom van humanisering van de technologie. Maar het is een Pax Technologica waar hij op uit is. De mensen en de politiek hebben niets meer te zeggen, want de politiek vertraagt, de technologie versnelt. Dat vraagt om reflectie zou Edmund Burke zeggen.


