Progressieve vrijheid

door

In Op zoek naar vrijheid. Een filosoof in de politiek van het Tweede Kamerlid voor de Socialistische Partij Ronald van Raak wordt veelzeggend gegoocheld met de woorden progressief en conservatief.

Foto: Bas Stoffelsen / SP

Aan het eind van zijn boek wordt Van Raak geïnterviewd door NRC Handelsblad-redacteur Pieter van Os. Als een advocaat van de duivel suggereert Van Os dat de SP conservatief is omdat ze niet voor verandering zou zijn. Het zou progressief zijn om publieke diensten te privatiseren, de sociale zekerheden aan te passen aan de nieuwe omstandigheden en de arbeidsmarkt te flexibiliseren. Blijkbaar is de veranderde betekenis van ‘progressief’ al bijna door iedereen geaccepteerd, want Van Raak gaat er serieus op in. Hij vindt dat die zogenaamd progressieve privatiseringen juist ‘reactionair’ zijn.

Toch onthult dit gegoochel wel iets. De SP staat gunstig in de peilingen, maar er is kennelijk toch een algemeen gevoel dat het ouderwets is om nog op dezelfde manier over de sociale verworvenheden van na de oorlog te praten. De SP is in de verdediging geraakt en wordt daarom ‘conservatief’ genoemd. Hier doet zich wellicht het verschijnsel voor dat iets ouderwets wordt gevonden alleen omdat het er al zo lang is. Daardoor zou het zo maar kunnen dat het minimumloon aan ‘aanpassing’ toe is, louter en alleen omdat het al enige tijd bestaat. In het kader van de zogenaamd progressieve flexibilisering moet nu soepel met het minimumloon omgegaan kunnen worden. Hoe onzinnig ook, verdedigers van het minimum kunnen daardoor ineens conservatieven zijn geworden. Ooit was het progressief en bevrijdend om voor een bestaansminimum te zijn. En dat is het nog steeds.

Wat niet wil zeggen dat het niet ouderwets klinkt wanneer Van Raak zich ‘socialist’ noemt. Het begrip ‘socialist’ past niet meer. Ook al blijft er genoeg over om te verdedigen en de barricaden voor op te gaan, de sociale omstandigheden zijn juist door toedoen van de socialisten en sociaal-democraten de afgelopen vijftig jaar zo verbeterd dat daar niet meer naar gekeken kan worden met de strijdlust van weleer. Dat zou zoiets zijn als een in de laatste mode geklede gebalde vuist.

Van Raak probeert het in zijn korte stukjes luchtig te houden, maar als van huis uit filosoof wil hij toch wel iets essentieels te berde brengen. Dat doet hij door het begrip ‘vrijheid’ een interessante, progressieve andere betekenis te geven dan de liberalen. Voor liberalen begint en eindigt het leven met vrijheid. Van Raak hecht niet minder aan de vrijheid, maar constateert dat ongebreidelde neoliberale vrijheid de mogelijkheden van velen beperkt. Vrijheid is het eindpunt voor Van Raak. Voordat die vrijheid uitgeleefd kan worden moeten er eerst mogelijkheden voor gecreëerd worden: door opvoeding en een goede opleiding. Leren samenwerken helpt ook. Dit is wat van Raak noemt: mogelijkheden scheppen om vrij te kunnen zijn. Je bent maar betrekkelijk vrij als je niet goed bent opgeleid, of geen geld hebt om te leven. De progressieve politiek moet de voorwaarden voor die vrijheid scheppen. De liberalen beginnen met zelfstandig, soeverein en vrij zijn, voor de progressief Van Raak zijn precies dezelfde begrippen de uitkomst van wat hij ‘het organiseren van de vrijheid’ noemt. Een ‘socialist’ die het begrip liberale vrijheid koestert, dat kan niet anders dan progressief zijn. Was de SP niet op zoek naar een nieuwe naam? Dit is hij: de Progressieve Volks Partij.

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.