Van uniek naar universeel
door Carel Peeters
In Oplevingen van het denken, het boek van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum over de intelligentie en tragiek van menselijke emoties, is een grote rol weggelegd voor Marcel, de hoofdpersoon van Marcel Prousts romancyclus Terug naar de verloren tijd. Hij wordt door Nussbaum gebruikt om de aard, het belang en de kracht van emoties mee te illustreren. Marcel is een van haar proefkonijnen. Aan hem laat Nussbaum zien hoe groots, obsessief en onmaatschappelijk liefde en erotiek kan zijn. Dat Marcel ontvlamt voor het meisje Albertine betekent dat zij bezit van hem neemt, hij wordt buitensporig afhankelijk van haar. Zijn hele emotionele huishouding wordt overhoop gegooid: ‘Zelfs het kloppen van zijn hart lijkt niet van hemzelf, maar iets dat zij hem kan geven of onthouden’. Hij vergeet de rest van de wereld, hij wordt een emotioneel egoïst. Hij doorloopt een heel scala van emoties, van jaloezie, neiging tot sadisme tot schaamte voor zijn afhankelijkheid.
Oplevingen van het denken verscheen in 2001. De laatste tien jaar is Nussbaums belangstelling verschoven van de literatuur, psychologie en filosofie naar grote maatschappelijke en politiek-filosofische onderwerpen, in het bijzonder naar dat wat ze de ‘menselijke ontwikkeling’ noemt. Deze wending naar universele sociale problemen ontstond door haar werk voor de Verenigde Naties, in samenwerking met de ontwikkelingseconoom Amartya Sen. Ze bezocht daarvoor onder meer India en schreef mee aan rapporten over Human Development.
Nussbaums hechtte erg aan het verband tussen theorie en praktijk. Het werk van Proust, Henry James, James Joyce was voor haar de praktijk: literatuur was de uitbreiding van de werkelijkheid met artistieke middelen. Het vertegenwoordigde de uniciteit en individualiteit van mensen en personages, de literatuur was niet abstract of theoretisch. De literatuur illustreerde ook het tragische karakter van het leven: ‘de complexiteiten van het menselijk leven en streven’.
De verschuiving van Nussbaums aandacht van de uniciteit van de literatuur naar de universaliteit van grote, theoretische vraagstukken, heeft geen verandering gebracht in haar hartstocht en betrokkenheid, maar het heeft haar laatste boeken wel aanzienlijk minder leesbaar gemaakt. Er is niets mis met Nussbaums pleidooi om niet meer alleen economische vooruitgang, uitgedrukt in het Bruto Nationaal Product (BNP) als maatstaf voor het welzijn van een land te nemen. Maar in Mogelijkheden scheppen, het boek dat ze schreef over haar ‘nieuwe benadering van de menselijke ontwikkeling’, is ze rapportentaal gaan schrijven, vol herhalingen, vaste formules, jargon en zouteloze woordkeus. Het is een boek voor goedwillende ambtenaren.
Nussbaum presenteert hierin haar zogeheten ‘capability-benadering’ waarbij het welzijn van een land wordt afgemeten aan tien voorwaarden voor een waardig en florerend leven: van een leven te kunnen leiden van redelijke duur, daar lichamelijk toe in staat zijn, opgevoed en opgeleid te worden, over gevoelens beschikken, over een praktische redelijkheid beschikken zodat je een conceptie van het goede kunt vormen, sociale banden kunt aangaan, je bewust bent van je omgeving, en je mening kunt uiten. Aan die voorwaarden, waar een ‘fatsoenlijke overheid’ voor zou moeten zorgen, zie je dat ze vooral gericht zijn op ontwikkelingslanden, want het grootste deel van de Westerse landen voldoen eraan, afgezien van allerlei nuances. Ze lijken ook erg op de Universele mensenrechten. De basis van alles is voor Nussbaum menselijke waardigheid en respect. Dat zijn in het Westen geen onbekende begrippen, ook wordt er niet altijd naar geleefd. De tien ‘essentiële capabilities’ zijn zo algemeen gehouden dat er alle ruimte is voor individuele invulling. Nussbaum hecht bijzonder aan de universaliteit van deze voorwaarden. Het doel van de voorwaarden is de individuele uniciteit mogelijk te maken. Op deze manier keert Nussbaum toch theoretisch terug naar de literatuur, alleen nauwelijks in de praktijk van haar betoog.
Er is gelukkig één herinnering aan de tijd dat Nussbaum de literatuur en verhalen nog intensief als illustratie voor haar betogen gebruikte: ze neemt het verhaal van één leven, dat van de Indiaanse vrouw Vasanti, als voorbeeld voor wat een ‘mogelijkheden scheppend beleid’ kan bereiken. De vrouw werd niet aan haar lot overgelaten toen ze verlaten was door haar man. Ze werd geholpen met een minikrediet en begeleid tot ze een zelfstandig leven kon leiden. Geen spectaculair verhaal, maar in dit theoretische oerwoud een fragment blauwe lucht.


