Erik Larson – Liefde & spionage in Hitlers Berlijn
door Hans Renders
Martha was een knappe jonge vrouw, bijna gescheiden van een rijke bankier en schrijvend voor de Chicago Tribune, die in 1933 naar Berlijn verhuisde omdat haar vader daar ambassadeur werd. Erik Larson laat in zijn In the Garden of Beasts, nu vertaald onder de pulptitel Liefde & spionage in Hitlers Berlijn, via de ervaringen van deze Amerikaanse ambassadeursdochter zien hoe Berlijn na de machtsovername van Hitler in een totalitaire staat veranderde. Zij figureerde ook al in het eind jaren tachtig verschenen wereldberoemd geworden boek 1933 van Philip Metcalfe.
William Dodd was een historicus op leeftijd toen president Roosevelt hem vroeg het land te dienen in Berlijn. Zijn belangrijkste opdracht was de relatie met de nieuwe machthebbers in Duitsland te normaliseren teneinde nog iets terug te zien van de torenhoge schulden die Amerikaanse investeerders in Duitsland hadden uitstaan.
Maar toen Dodd in Berlijn aankwam, zag hij hoe bruinhemden de straten onveilig maakten en er niet voor terugdeinsden ook Amerikaanse Joodse staatsburgers te molesteren. Martha daarentegen voelde zich aangetrokken tot het wufte Berlijn en knoopte de ene liefdesrelatie aan zonder dat de vorige voorbij was. En met wie! De baas van de Gestapo Rudolf Diels, een Franse diplomaat en de Russische spion Boris Vinogradov. Alsof dat allemaal niet moeilijk genoeg was, werd William Dodd vanuit zijn eigen ministerie van Buitenlandse Zaken permanent tegengewerkt. Larson citeert stuitende notities van ambtenaren die illustreren dat men in Washington ook antisemieten in dienst had.
De mensen rondom Martha Dodd hadden heel goed in de gaten dat er buiten de recepties en diplomatenfeestjes een wereld van terreur bestond. Als de ambassadeur iemand vertrouwelijk wilde ontmoeten, sprak hij af in de dierentuin (in ‘the garden of beasts’). Martha zelf bleef lang blind voor de politieke revolutie die zich in Berlijn voltrok. Ambassadeur Dodd was op zijn manier ook naïef, want hij dacht dat Hitler onder druk van de internationale gemeenschap wel tot rede gebracht kon worden. Na de Nacht van de Lange Messen eind juni 1934, waarin Ernst Röhm, de baas van de SA en buurman van de Dodds, en honderden anderen werden geliquideerd, liet Martha zich door haar Russische minnaar overhalen voor de communisten te spioneren. Dodd trad af als ambassadeur en keerde met zijn gezin terug naar Amerika, waar Martha trouwde met een Amerikaan. In 1953 werd ze de VS uitgezet. Ze was niet alleen doorgegaan met spioneren voor de Russen, ze had ook haar man overgehaald samen te werken met de KGB. Ze stierf in 1990 in Praag. Haar geloof in het communisme had ze al lang verloren.
Kosmos Uitgevers, vertaling Aad van der Kooij, 288 p., € 24,95


