★★☆☆☆

Tommy Wieringa – Dit zijn de namen

door

Na lezing van Dit zijn de namen zat ik met iets ongemakkelijks: Tommy Wieringa’s roman waar ik met zo veel goede zin aan was begonnen, liet mij koud.

Het lezen was geen karwei of straf, maar niet te vergelijken met zijn eerdere romans Joe Speedboot en vooral Caesarion. Wat heb ik gelezen, vroeg ik mij af. Het verhaal van een uitgebluste drieënvijftigjarige politiecommissaris in de grensstad Michailopol, ergens in een uithoek van het voormalige Sovjetrijk. Deze Pontus Beg onderhoudt een tamelijk illusieloze seksuele relatie met zijn werkster Zita, maar in de loop van het verhaal hervindt hij met hulp van een oude rabbijn zijn joodse identiteit, vindt hij zijn geloof en misschien vindt hij ook God wel. Dat verhaal wordt in het eerste (‘Winter’) van de drie delen van de roman hoofdstukgewijs afgewisseld met de helletocht die een troepje illegale immigranten op de godverlaten steppe maakt. De een na de ander valt af, niks blijft ze bespaard: honger, dorst, groepsprocessen en andere ontmenselijking. In het tweede deel (‘Najaar’) komen die verhalen samen, de middelbare klabak pluist uit wat er precies voor akeligs op de steppe heeft plaatsgevonden en in het slotdeel (‘Voor­jaar’) lezen we een gelukkig einde voor twee van de betrokkenen. Uit, en nog eens uit, want van nawerking – kenmerk van (vitale) literatuur – geen spoor.

Zo makkelijk gaf ik mij niet gewonnen. Ik bladerde terug op zoek naar iets dat aan Caesarion deed denken. De stijl, luidt het antwoord. Wieringa schrijft nog steeds met schwung en binnen het huidige literaire klimaat ‘on-Nederlands’, in die zin dat hij geen beeldspraak schuwt, daar zelfs heel verrassend in is. Ook trakteert hij ons regelmatig op personificaties. Uit zijn koker: ‘Dorst schuimde in zijn mond.’ En: ‘Wel­licht had de nerveuze staatsparanoia van die dagen de woorden van een Chinese wijsgeer over het hoofd gezien.’ Nog een mooie: ‘Zijn schouders zijn een kleerhanger voor het trainingsjasje dat hij draagt.’ Maar vooral leeft Wieringa zich uit in de (sterke) natuurbeschrijvingen: ‘Ver weg, waar honinggeel licht vanachter de wolken viel, dansen stepperollers over het aardoppervlak; doorschijnende bollen velddistel en loogkruid, voortbewogen door de wind. De huizenhoge wielen rolden langzaam over de steppe, vertraagd, droomverschijningen.’

Ja, in natuurbeschrijvingen. Het probleem van deze roman is: afstand. Wieringa verzuimt ons dicht bij zijn personages te brengen en daarmee bij hun problematiek.

Dit zijn de namen is niet dicht op (en ten beste zelfs: onder) de huid van de personages geschreven, zoals zijn twee laatste romans. Zonder die verteltroef is het resultaat ernaar: een vertelling die steriel blijft, ondanks het menselijke leed dat in het vertelde passeert. Met name bij het op de gedragen toon van een zwáár epos verhaalde relaas van die troep uitstervende migranten kreunde ik: kan dat niet wat sneller? Zulks was vast niet Wieringa’s bedoeling, want tegen het slot lezen we over de bijbelse reminiscentie bij deze mozaïsche ‘uitverkorenen’: ‘een groep mensen die in zekere zin de reis van de woestijngeneratie had herbeleefd met niets boven zich dan de lege hemel’.

Gemeenplaatsen
Een keurig lijstje van geciteerde literatuur besluit Wieringa’s roman, die ook om deze reden toepasselijk Dit zijn de namen heet. De schrijver heeft zich ditmaal laten inspireren door Confucius, De Pentateuch met Haftaroth, Juda Halevi, De Nieuwe Bijbelvertaling en Zhuang Zi. We kunnen hem gevoeglijk complimenteren met deze keuze, want in zijn roman zorgt dit uitgelepelde blik parabels en overige wijsheid voor momenten dat er wat te peinzen valt.

Maar Dit zijn de namen wil daarentegen ook als geheel het nodige uitdrukken: gedachten over immigranten, over de eeuwige vragen wie-ben-ik? en wat-bepaalt-wie-ik-ben?

Dat mag, zolang de schrijver zich daarbij niet bezondigt aan een onvergeeflijk taboe: gemeenplaatsen. Ook daar gaat het fout. Wierin­ga’s diender herinnert zich in het begin van de roman een Jiddisch kinderliedje, vervolgens ziet hij de menora uit zijn jeugd voor zich. Verderop schiet hem te binnen dat zijn moeder hem verhalen uit het Oude Testament voorlas. Genoeg om te denken: ‘Hij zou een Jood zijn – nee, hij was er een. Dat was zijn plaats in de wereld, deel van een volk, van een gemeenschap.’

Op die zoektocht naar zijn wortels treft hij gelukkig rabbijn Zalman Eder, het enige personage dat humor in Wieringa’s zwaarwichtige trip brengt. Maar ook de oude rebbe blijft bij Wie­rin­ga steken in stereotypen. Uiteráárd belichaamt die rabbijn onvoorstelbare wijsheid over de menselijke aard, is hij erudiet, geestig, een groot didacticus. Alle rabbijnen die ik ooit ontmoet heb, voldoen aan dit signalement. Waarom geen rabbijn from hell opgevoerd? Op het moment dat de commissaris begint aan de speurtocht naar zichzelf, wordt een niet-deugende rabbijn ten grave gedragen. Erg jammer dat we hem niet hebben mogen leren kennen. Nu moeten we het stellen met een goedgunstig rabbinaal advies als: ‘Ga heen en leer.’

Tommy Wieringa, ‘Dit zijn de namen’, De Bezige Bij, 304 p., €19,90

Gepubliceerd op: | 8 Comments


  • Marleen

    Mee eens, ben iets over de helft maar ondanks de ellende in de woestijn van de immigranten kan ik er mn aandacht niet goed bijhouden. Op zoek naar de term stepperollers kwam ik bij deze recensie terecht, nu maar weer verder lezen.

  • http://www.timdegier.nl Tim de Gier

    Wat goed. Ik ben blij dat ‘Stepperollers’ je hierheen voert.

  • Pingback: Recensie: Tommy Wieringa - Dit zijn de namen | Ranking the Books

  • Hildebrand

    Nee uitstekend boek, ook gezien de parallellen met het boek Exodus uit de bijbel waarvan de titel de eerste regel eruit is. Als altijd ‘sluitende zinnen’. De lezers herkennen de parallellen niet, waardoor er een veel diepgaander analyse is. “De vrouw reist met haar rug naar de toekomst”. Klasse

  • IvdP

    Ik had (uiteindelijk) juist een ander gevoel, namelijk dat het boek onaf is. Ik ben me toch, zeker aan het eind, wel gaan hechten aan de personages, maar vind het uiteindelijk afgeraffeld. Ineens geeft Pontus al zijn Israel aspiraties op en laat de jongen gaan; maar dit is niet erg uitgediept en blijft te oppervlakkig vind ik. Een ook hoe het nu verder gaat me de overigen…maar goed, dis is dus commentaar omdat ik juist graag had gewild dat het nog verder zou gaan ( en dat is dan dus toch weer een compliment), IvdP

  • http://twitter.com/RolfvdSteen Rolf van der Steen

    Het boek begint met Najaar, dan Winter en tenslotte Voorjaar. De beslissing van Pontus ligt geheel in de lijn der verwachtingen; net als zijn beslissing om door te rijden in een oude Lada.

  • WimG

    Vreemd. De recensent bewondert het taalgebruik van Wieringa, maar geeft niet meer dan 2 sterren voor deze roman.
    Het hele idee van deze roman is best origineel, geeft bijvoorbeeld een verklaring hoe een godsdienst ontstaan kan zijn; dat heeft niets met gemeenplaatsen te maken.

  • martin van den oever

    Ik heb met pijn en moeite Tommy Wieringa’s boek ” Dit zijn de namen” uitgelezen. Wat kennelijk algemeen als een goede stijl wordt beschouwd, vind ik gemanierd, vergezocht en te expliciet. Dit laatste is helaas ook vaak een kenmerk van de Nederlands film. Wieringa is voortdurend bezig mooie zinnen te componeren alsof hij het beste opstel van de klas wil schrijven en koketteert zo als het ware met zijn vondsten. Hierbij past ook het irritant frequent gebruik van de vergelijking als stijlmiddel ( afschilferend stukwerk wordt beschreven als: ” de muur heeft psoriasis”; het afgehakte hoofd… van de zwarte man…..” zag er uit als kanker’; slechts een paar voorbeelden; tamelijk smakeloos en ook weinig effectief). Het verhaal is m.i. ook dunnetjes. Na Mulisch’s ” De Procedure” zitten we toch niet meer te wachten op ” schmieren” met de geheimzinnigheden en -misschien-diepzinnigheden van het Jodendom. In de zoektocht van het stel weerzinwekkende types moet men door Wieringa’s suggesties paralellen zien met bijbelse zwerftochten. Ik ben geen groot liefhebber van de bijbel om het maar zo te zeggen, maar het is toch wel armetierig om die manier ontzag medeleven met deze totaal oninteressante lieden af te dwingen. Tenslotte is het verhaal van het jongetje dat dan uiteindelijk maar voor z’n geluk naar Israel moet emigreren pathetisch en, in deze tijd, waarin Israel zich aan alle kanten compromitteert, eigenlijk een beetje ongepast .

© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.