De enige ware maskerade
door Jeroen Vullings
Ian McEwan keert voor zijn nieuwe, twaalfde roman terug naar het verleden: begin jaren zeventig, vooral gesitueerd in Londen.
Een grimmige tijd, met bomaanslagen op Engelse burgerdoelen door IRA-terroristen, de oliecrisis, een conservatieve regering die gegijzeld werd door machtige vakbonden. Maar ook een overgangstijd. De jarenzestig-popcultuur wordt in deze roman voornamelijk verbeeld door de jongere hippiezus van hoofdpersoon Serena Frome, die anders dan de uptight Cambridge-studente Serena een rotzooitje van haar leven maakt. Verder blijft de aanwezigheid van die ‘tegencultuur’ aan de oppervlakte: Serena bezoekt als ze in Londen werkt met haar volkse collegaatje Shirley Shilling puboptredens van rockbandjes. Maar als ze bij haar twee minnaars is, gaat de voorkeur respectievelijk uit naar klassiek en jazz (Art Blakey). Verder wordt gewag gemakt van langharigheid en gezichtsbegroeiing, die de nieuwe tijd markeerde.
Die nadruk op uiterlijkheid en oppervlakte is bewust. McEwan portretteert de jaren zeventig in Sweet Tooth als een periode waarin verschillende tijden samenkomen, waarin het onbeschreven blad Serena haar weg moet vinden in een milieu gedomineerd door mannen die gevormd zijn door ervaringen in de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog. Een stuurloze tijd, waarin geen benul bestond welke kant het op zou gaan. Op een zeker moment oppert Serena, die dan in dienst is getreden van de Engelse binnenlandse veiligheidsdienst MI5, dat de nieuwe strijd zich in plaats van op de Sovjets meer moet richten op wereldwijde terroristengroepen. Een visionaire opmerking waarnaar nauwelijks geluisterd wordt.
Pas in het laatste hoofdstuk weerklinkt in een brief van de (naar de toenmalige McEwan zelf gemodelleerde) schrijver Tom Haley aan Serena de vitale, selfmade stem van de mentaliteit die de Engelse samenleving pas grondig zou veranderen: die van het Thatcher-tijdperk, dat pas aan het eind van dat decennium zou beginnen. Fijntjes laat Haley weten dat hij op de provinciale universiteit waar hij gestudeerd heeft, een zware, erudiete opleiding kreeg en dat hij daar nooit zo had kunnen stagneren in de studie als Serena deed in Cambridge. Hij vraagt zich daarmee af waarom ze zo schermt met haar studie aan die universiteit.
Klassenbewustzijn, is het antwoord natuurlijk. Klassenbewustzijn regeert de Engelse samenleving in die periode nog, al gaat dat soms sluiks. Serena’s vriendin Shirley wordt ontslagen bij MI5 en oordeelt wrang: ‘Er is een manier waarop ze het je laten weten. Noem me niet paranoïde. Verkeerde school, verkeerde universiteit, verkeerd accent, verkeerde houding. In andere woorden: algehele incompetentie.’
Matige studente
Sweet Tooth is, behalve een spionageroman, een liefdesgeschiedenis, een hommage aan de literatuur en een roman over het schrijven, ook een feministische roman. We kijken mee met Serena, die als kind een talent voor wiskunde en schaken aan de dag legt en daarnaast een verwoed lezer is. Zelf wil ze het liefst relaxed Engels studeren aan een provinciale universiteit, waar ze haar leeshonger kan botvieren. Maar haar moeder oordeelt om redenen van klassenbewustzijn anders: wiskunde moet het worden, in Cambridge.
Serena blijkt in het seksistische milieu van de wiskundehoofden een matige studente. Ze blijft gretig lezen, hoge en lage literatuur dooreen, en schrijft over die leeservaringen een column in een studentenblaadje. Die column wordt een succes, juist door de toon. Maar na lezing van de Goelag-boeken van de Russische dissident Solzjenitsin raakt ze bevangen door verontwaardiging en de column krijgt een strijdbaar anticommunistisch karakter. Haar hoofdredactrice is daar niet blij mee, maar ze wordt door die stellingname opgemerkt door een universitaire docent geschiedenis, vijftigplus, getrouwd, levensgenieter, met een verleden bij MI5. Ze wordt door deze minnaar klaargestoomd voor MI5. Met succes, want ze krijgt in dat Oxbridge-mannenmilieu een betrekking – als secretaresse. Ondanks haar vooropleiding en capaciteiten. Toch blijft ze daar, wachtend op een kans.
Die krijgt ze, vanwege haar passie voor literatuur. Operatie Sweet Tooth behelst dat ze – in navolging van het door de CIA gesponsorde tijdschrift Encounter – een podium moet creëren waar schrijvers en intellectuelen, liefst uit progressieve hoek, in hun milieu een alternatief moeten bieden voor de verlokkingen van het communisme. Uit onverdachte bron anticommunisme genereren, dat is de opzet. Daartoe moet ze de aanstormende schrijver Tom Haley, die om den brode een baan als lector aan de universiteit heeft waardoor hij niet aan schrijven toekomt, een werkbeurs aanbieden. Officieel vanwege zijn unieke talent. Haley was bij MI5 opgevallen omdat hij al een paar kritische stukken had geschreven over communistische wantoestanden.
Eerst leest de literatuurminnende spionne Serena zijn proza, daarna ontmoet ze de schrijver – op beide raakt ze verliefd. Vanaf dat moment verandert de roman van karakter. Was het eerst nog een John le Carré-achtige roman, zónder diens ploegende documentatie, maar mét dat sinistere karakter: nette mannen die in een schimmenwereld leven van verraad, dubbelverraad, ingenieuze intriges en vooral fundamentele onzekerheid over wie te vertrouwen is. Prachtig is hoe Serena ontdekt dat een huiszoeking heeft plaatsgevonden in haar kamer; de bladwijzer is verplaatst. Een subtiele vooruitwijzing van McEwan naar de kracht van de literatuur waarmee Sweet Tooth besluit.
Modieus pessimisme
Met de introductie van het personage Haley komt de literatuur Sweet Tooth binnen, niet langer als accessoire dat bij Serena’s karakter past, maar als een levensveranderende aanwezigheid. De vertelvaart stagneert wat mij betreft als we deelgenoot worden van Serena’s lectuur van Haleys proza. Navertellen is al nooit een beeldende optie in fictie en bovendien levert het karakter van dat proza, waarin McEwan een eigen eerie-verhaal uit de begintijd reminisceert, een registerbreuk. Ik stoorde mij daaraan, al heeft dit Haley-verhaal, net als diens steeds beter wordende verhalen die nog als verhaal-in-het-verhaal zullen volgen in Sweet Tooth, een merkbare functie: het becommentarieert metaforisch Serena’s verhaal en stuwt dat verhaal voort. Alsof McEwan in dit spionageverhaal dat drijft op maskerades wil zeggen: dit is de enige ware, onontbeerlijke maskerade – de literatuur.
In dat verband is ook het dispuut over literatuur tussen Serena en haar geliefde Haley veelzeggend. Zij wil het leven weerspiegeld zien in literatuur, ze is tegen fictionele kunstjes; hij pleit juist voor kunstige literatuur die sluipwegen gebruikt. Het knappe aan Sweet Tooth is dat het ogenschijnlijk, tot het razend inventieve laatste hoofdstuk, een roman is naar Serena’s literatuuropvatting, die zich bij het omslaan van de laatste bladzijde geheel voegt naar Haleys poëtica. Haley staat in de roman voor de vroege McEwan, die destijds in de Engelse pers McAbre werd genoemd, en bij monde van Serena krijgt dat jongere ik er flink van langs: ze verwijt hem zijn pose van modieus pessimisme, zijn neiging tot maskerade. De gerijpte schrijver van Sweet Tooth sublimeert die twee literaire opvattingen in zijn roman, want McEwans twaalfde – we zouden eigenlijk van symfonieën moeten gaan spreken – is een masker dat het kan stellen zonder pessimisme. Vandaar waarschijnlijk ook het bijna sprookjesachtige einde dat het laatste hoofdstuk belooft en waarmaakt, want veertig jaar later blijken de onfortuinlijke gebeurtenissen in Serena’s leven omgevormd tot een meer dan voorbeeldige roman.
Op 20 september verschijnt bij De Harmonie de Nederlandse vertaling door Rien Verhoef, ‘Suikertand’.


