★★★★☆

Gerard Walschap – Metten Marten

door

Een postuum boek van Gerard Walschap; de tekst is na zijn dood gevonden. Voer voor literatuurdeskundigen uiteraard: waarom heeft Walschap het niet tijdens zijn leven gepubliceerd? Is het verhaal af of niet af? De onprofessionele lezer kan van die discussie, door in- en uitleiders Borré en Van den Broeck uiteengezet, kennisnemen, maar zal zich onbevangen overgeven aan de inhoud, zich laten meenemen langs het leven van een Vlaamse jongen uit de zestiende eeuw. Metten Marten is nog maar dertien jaar oud. Hij verlaat het ouderlijk huis te Antwerpen en trekt door zijn West-Vlaamse land, samen met een kunstschilder, Wouter de Keyzer, die zich niet de mindere voelt van zijn erkend knappe tijdgenoten als Quinten Matsijs, Jeroen Bosch, Lucas van Leyden. Deze oudere vriend is voor Metten een voorbeeld, zelfbewust en kritisch ten opzichte van gangbare dommigheid, vooroordelen en hang-ups. Onderweg sluiten ze vriendschap met Hans en Caspar, Duitsers, ook al vrijbuiters. Metten en zijn gezellen doen steden en dorpjes aan, overal waar mensen mogelijkheden tot avontuur en oplichting bieden. In Dendermonde heerst de pest. In Gent zetelt keizer Karel de Vijfde. Bij een felle vechtpartij rukt Metten een tegenstander een oor af. En zo voort. Walschap componeert, tafereel na tafereel, een schelmenroman die de lezer verbaast en charmeert. De grens tussen wat historisch precies waar is en wat Walschap verzonnen heeft, is onduidelijk, maar hij weet wel heel pregnant de sfeer weet op te roepen van ‘een boze wereld’, zoals Huizinga het heeft gezegd. Het plezier dat de lezer beleeft heeft vooral te maken met de laconieke verteltechniek van Walschap, met zijn humor. In Metten Marten bovendien geen bladzijde zonder kruidig-Vlaamse specificiteit.

Vrijdag, voorwoord Walter van den Broek, nawoord Jos Borré, 240 p., € 19,90

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.