Hans Fallada – De drinker
door Aart van Zoest
Fallada brengt zijn lezers terug naar de Duitse maatschappelijke werkelijkheid van de jaren dertig. Geen enkele verwijzing naar politieke context, maar des te preciezer wordt de wereld van de kleine man in de grote stad getekend, met name van Erwin Sommer, die een levensmiddelenbedrijf leidt samen met zijn vrouw Magda, die dat beter doet dan hij. Hij raakt aan de drank, is daardoor gewelddadig tegen Magda, komt in de gevangenis terecht. Fallada, die uit eigen levenservaring kon putten, beschrijft de ellende waarin zijn hoofd persoon terechtkomt met gedetailleerd realisme, die de lezer bijbrengt dat in de nor ‘er maar één constante is, onderlinge haat en nijd, dierlijke onderlinge vijandschap’. Er bestaat daar ‘geen trouw, geen vriendschap, geen greintje fatsoen. Het is eten of gegeten worden.’ En Sommer verzucht dat hij die regel niet leert, ‘niet omdat hij zo fatsoenlijk is, maar omdat hij zwak is’. Zo verklaart hij uiteraard ook zijn alcoholisme.
Cossee, vertaling Gr. Grose Roolfs, herzien door A. Folkertsma, 318 p., € 12,50




