Huub Beurskens – De hemelse kamer
door Marjolijn Pouw
De hedendaagse Romeo en Julia uit De hemelse kamer zijn hartstochtelijk verliefd, maar houden zich in. Ze lezen elkaar gedichten voor en praten over beelden de kunst, muziek, film en boeken. Zoals het in een klassieke liefdesgeschiedenis past, is hun liefde natuurlijk onmogelijk en worden ze al gauw door hun verontruste ouders gescheiden. Ze blijven naar elkaar verlangen, maar krijgen doen ze elkaar nooit. Of wel?
De door Interpol ingeschakelde rechercheur die de gangen nagaat van de jongen die inmiddels een volwassen man is en door een terroristische splintergroepering tot wapensmokkel wordt gedwongen, betwijfelt het. Hij weet dat de twee elkaar na meer dan twintig jaar hebben hervonden, maar hij baseert zijn twijfel op de nogal chaotische herinneringen van de man, die deze op zijn verzoek op schrift heeft gezet.
Hij ordent ze en bedenkt wat een mooie roman ervan te maken zou zijn als hij schrijver was. Maar schrijver wil hij niet worden want: ‘Verwikkelingen, dacht ik, verwikkelingen. Nooit houdt het op. Het een grijpt in het ander, het ene verhaal trekt het andere met zich mee voordat je er erg in hebt, alsof het ene het andere al in zich had voordat het zelf goed en wel begon.’ Voor elk verhaal zou hij duizend andere verhalen moeten laten liggen en elk slot zou de opening bieden voor een nieuw verhaal, waarin alles wat er daarvoor al was, ligt besloten zoals op het bekende Droste-blikje. De hemelse kamer grijpt dan ook terug op Nabokovs Lolita, dat weer teruggrijpt op Poe’s gedicht ‘Annabel Lee’, om uiteindelijk bij Shakespeares Romeo and Juliet uit te komen, maar ook bij films als Buñuels Cet obscur objet du désir en Bertolucci’s Last Tango in Paris.
Wereldbibliotheek, 334 p., € 24,90



