‘Ik leefde in een Joods terrarium’

door

‘Wie is de eigenaar van herinneringen? Wie bezit de herinnering aan de Holocaust? En moet je daarvoor per se Joods zijn en van vóór 1945?’

Nathan Englander, schrijver van Waar we het over hebben wanneer we het over Anne Frank hebben, heeft vannacht weer niet geslapen. Onderweg van San Fran­cisco naar Amsterdam herschreef hij zijn toneelstuk The Twenty-seventh Man, over vier Joodse dichters die in de Stalin-tijd in de cel op hun executie wachten. En straks, op weg naar lezingen naar Rome en Berlijn, gaat hij ermee door. ‘Dat ben ik verplicht aan de nagedachtenis van Nora Ephron.’ De schrijfster en regisseur, die hem aanspoorde om zijn eerste toneelstuk te schrijven, overleed eind juni. ‘Ik schreef dat stuk voor Nora,’ noteerde Englander op een blog voor The New Yorker. ‘Ik had er twaalf jaar voor nodig, maar ik wou dat het twintig jaar had geduurd, ik bleef van haar leren.’

Na zijn eerste spraakmakende verhalenbundel Verlost van vleselijke verlangens uit 1999 bleef het stil rond Englander, de fans moesten acht jaar wachten op zijn eerste roman, Het Ministerie van Buiten­gewone Zaken. Behalve Ephron zette ook zijn vriend en collega Jonathan Safran Foer hem aan het werk, zegt Englander met een lachje. ‘Als van zijn geloof gevallen Jood die nog nooit één boek had vertaald, leek ik hem de aangewezen man om de Haggadah te vertalen, het Joodse exodus-verhaal. Het was een soort vaudeville-act, ik werkte eraan met heel mijn hart terwijl ik tegelijk tegen mijn publiek wilde zeggen: “Maar ik bén helemaal niet religieus, ik probeer juist een atheïst te zijn!”’

Anne Frank in de titel
’s Avonds, na afloop van een reeks interviews, staat Englander op het podium bij het John Adams Institute. Het openbare interview doet hij een beetje op de automatische piloot. Span­nend wordt het als iemand uit het publiek die ene vraag stelt waar Englander al bang voor was. De wat oudere vraagsteller heeft duidelijk alleen de cover van het boek gelezen. ‘Je bent hier in Amsterdam. En mensen hier die de oorlog hebben meegemaakt, zoals ik, zijn een tikje wantrouwig als de naam Anne Frank in een boek­titel opduikt. Laad je zo niet de verdenking op je dat je haar naam exploiteert?’

De tot dan toe uiterst beleefde, professionele auteur op doorreis – ‘Wat fijn dat je mijn verhaal goed hebt gelezen, ik leer er zoveel van over mijn eigen werk’ – reageert nu zo fel dat zelfs gespreksleider Micha Wertheim schrikt. ‘Ik ben absoluut niet vergeten waar ik ben en ik dacht dat iedereen hier die vraag zou stellen, maar u bent de eerste. En u heeft gelijk, uiteraard, want de lezer heeft altijd gelijk. Ik heb er geen goed antwoord op, behalve dan dat mijn eerste en enige belang het verhaal zelf is. Als ik per se iets zou willen marketen of exploiteren zou ik geen fictie schrijven en in een veel grotere auto rijden.’

Toegegeven, hij heeft er wel lang met de bevriende schrijver Colum McCann over gediscussieerd, zegt Englander. ‘De vraag raakt aan een belangrijk thema van mijn werk: wie is de eigenaar van herinneringen? Wie bezit de herinnering aan de Holocaust. En moet je daarvoor per se Joods zijn en van vóór 1945?’

Gap-orthodox
Nathan Englander zelf werd in 1970 geboren in West Hempstead, New York. ‘Het was Joods suburbia, het was “Gap-orthodox”: niet zwart maar kaki. Soms gingen vrienden studeren in Israël en kwamen ze terug met zwarte hoeden op.’ Al woonde de familie Englander dus in een ‘Joods terrarium’ waar je niet veel meer kon overkomen dan een geschaafde knie, hij werd er opgevoed in angst. Thuis kreeg hij de verhalen over de Holocaust met de paplepel naar binnen, zegt Englander. ‘Heel vreemd, want mijn ouders, grootouders, overgrootouders zijn allemaal in de Verenigde Staten geboren. Niemand heeft ooit iets met Hitler te maken gehad. De Holocaust was een opvoedkundig instrument en heeft mij zo beïnvloed.’

Zijn overbezorgde moeder – ‘we noemden haar de gevarenpolitie’ – maar ook leraren op school zadelden hem op met het idee van een voortdurende dreiging tegen Joden in deze wereld. ‘Het verhaal “Hoe we de Blums wreekten” is gebaseerd op het eigen oorlogje dat we als kinderen voerden tegen de plaatselijke antisemiet. Maar het ging niet alleen over antisemitisme, het gevaar dreigde volgens mijn moeder overal. Als je sport ga je dood, als je de straat oversteekt ga je dood en als je fietst ook.’

Het gevolg was dat de jonge Nathan zijn jeugd voornamelijk doorbracht op de bank voor de televisie. ‘Dat was wel balen, toen later bleek dat ik schrijver wilde worden. Waar moest ik in godsnaam over schrijven? Ik had nog nooit iets echts meegemaakt.’ Na de middelbare school vertrok hij daarom naar Israël. ‘Hoe je ook aankomt in Jeruzalem, je vertrekt er totaal veranderd. Ikzelf viel er van mijn geloof. Ik wist wel dat ik niet thuishoorde in de wereld van mijn jeugd, maar ik kende geen andere wereld en ik had al geaccepteerd dat ik voor altijd ongelukkig zou zijn. In Israël ontdekte ik dat je als Jood niet per se religieus hoeft te zijn, dat was een enorme bevrijding.’

Zijn oudere zuster is wel religieus gebleven, vertelt hij. ‘Orthodox, vijf kinderen’. Met haar speelde hij vroeger het Anne Frank-spel waarop het titelverhaal van de bundel is gebaseerd. ‘Ze zei dan bijvoorbeeld: “Bij die man zouden we kunnen onderduiken. Maar zijn vrouw, die zou ons verraden terwijl haar man overdag naar zijn werk was.” Het was eigenlijk geen spel, het voelde als echt. En ik heb het in mijn boek een draai gegeven door het spel te laten spelen door een seculier en een orthodox stel, terwijl ze high en dronken zijn.’

Huisvrouw uit de jaren zestig
Het onderduikthema past goed in zijn werk, hij is gefascineerd door boeken over mensen die gevangen zitten, zegt Englander. ‘Opgesloten in een kever of in een rechtssysteem zoals bij Kafka, in een stad waar de pest heerst zoals bij Camus. Zelfs Jules Vernes Twintigduizend mijlen onder zee, het eerste echt dikke boek dat ik las, hoort daar bij.’ Want behalve televisie waren er ook boeken thuis, en niet alleen de Talmoed, vertelt Englander. Grote voorbeelden zijn Isaak Babel en Philip Roth. ‘Als puber was het een schokkende ervaring om Portnoy’s Complaint te lezen. Met dank aan mijn opvoeding was ik de ideale lezer: ik las het boek in de jaren tachtig maar mijn kennis van de wereld was die van de gemiddelde huisvrouw uit de jaren zestig.’

Toch is zijn liefde voor vertellen ook terug te voeren op de verhalen die hij hoorde op school en in de synagoge, zegt Englander. ‘Het verhaal “Sister Hills” had ik onmogelijk kunnen schrijven als mijn hersenen niet getraind waren door de bijbelse geschiedenissen die me als kind zijn verteld door mannen met lange witte baarden. Ik wilde met “Sister Hills” in één fabel de hele geschiedenis van de Israëlische nederzettingenpolitiek vertellen, iets waarvoor eigenlijk een miljoen pagina’s nog te weinig zou zijn. En tegelijk is het een simpel verhaal geworden over twee heuvels en twee vrouwen.’

Zijn Anne Frank-verhaal gaat inderdaad over geloof en vriendschap, zegt Englander, en niet zozeer over het meisje Anne Frank of over de onderduik. ‘Maar ik ben eraan begonnen toen ik writer in residence was in Berlijn en ik was me er onder het schrijven maar al te goed van bewust dat zo ongeveer om de hoek de Endlösung werd bedacht. Ik blijf nu eenmaal een Holocaust survivor by education.’

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.