James Worthy – Zwarte Silvester
door Marjolijn Pouw
‘Je bent er bijna, Zwarte. Nog drie. Nog drie en dan ben je de allergrootste. Ongelooflijk, toch? Als ze hier geen film van maken weet ik het ook niet meer,’ zegt Rufus Opperman tegen zijn zoon Sylvester bij hun vijfentwintigste moord. De zeventienjarige Sylvester is dan al half dood door een hersentumor, maar ze moeten de achtentwintig slachtoffers halen, want de jongen wil als de grootste seriemoordenaar aller tijden de geschiedenisboeken in gaan.
‘Het Monster van Mokum’ kent zijn klassieken. Hij noemt beruchte voorgangers uit de praktijk of uit boeken en hij is de literaire tegenhanger van Tarantino’s bloeddronken hooligans. Maar in een film kun je met suggestieve beelden werken, terwijl je in een boek niet zonder omschrijvingen kan. Bij het lezen van Worthy’s pulppersiflage slaat de verveling helaas al gauw toe, want de schrijver heeft niets belangwekkends te vertellen. De slachtingen lijken allemaal op elkaar en het karakter van de twee moordenaars komt alleen oppervlakkig aan bod.
Om gepsychologiseer belachelijk te maken, voert Worthy Radio 1 op, waar druk over het narcisme van onze ontspoorde jeugd gespeculeerd wordt. Jan en alleman mogen zich erover uitspreken, zeker nu de scholier, die toevallig drie nieuwe slachtoffers in een trein-wc vond, ze fotografeerde en op Facebook zette. Een veertienjarig meisje twittert: ‘Hopelijk rijden de treinen morgen niet, als eerbetoon of zo, want dan kan ik niet naar school.’ De deskundigen springen er bovenop: ‘Ben ik ziek als die foto me koud laat?’ zegt een van hen voor de microfoon. ‘De afgelopen jaren heeft het laatste nieuws mij doen afstompen. Het journaal heeft allang geen educatieve functie meer, het is enkel nog een podium voor het kwaad.’ Worthy kan leuk snieren, maar deze geweldsorgie is te uitgesponnen. Hij
Lebowski, 191 p., € 16,90



