Leon de Winter – VSV
door Jeroen Vullings
Je kunt nog zoveel reddingsmanoeuvres opsommen, maar als de lezer de angst niet voelt, is het verhaal mislukt.
Pageturners, dicht op de maatschappelijke actualiteit ge-schreven, met een internationale setting. Vintage Leon de Winter: spanning, vaart, een sterke plot, superieur entertainment en vitaliteit. En ja, stilistisch geeft hij altijd mee in z’n toegankelijk en filmisch ge-schreven popular fiction, maar compositorisch biedt hij geraffineerd tegengas. Een rechttoe rechtaan verteller is hij nooit geweest; zijn beste romans zijn virtuoos geconstrueerde spiegelpaleizen.
Het bovenstaande is in de loop der jaren uit m’n pen gevloeid. Noblesse oblige, dacht ik. Was me dat schrikken bij VSV of Daden van onbaatzuchtigheid. VSV is erbarmelijk geschreven en gecomponeerd en de beoogde suspense wordt met langdradige uitweidingen stelselmatig tegengewerkt. Uitlezen was een karwei. Naverteld is de intrige krankjorum, maar dat is vaker zo bij De Winter-romans en door z’n vakmanschap wist hij dat bezwaar altijd te neutraliseren – ditmaal niet. Samenvattingen zijn vervelend, dus kort: Theo van Gogh wordt na zijn dood engel. Hij moet waken over de crimineel Max Kohn, die net een donorhart heeft gekregen van een priester die Van Gogh vanuit het voorgeborchte aanstuurt. Kohn komt erachter dat de donor ooit amoureus verwikkeld was met zijn ex Sonja, die nu met de schrijver Leon de Winter in Amsterdam woont. Eenmaal in Amsterdam slaan jonge moslimterroristen meervoudig toe ter bevrijding van Mohammed B. De Stopera en Schiphol zijn doelwitten, evenals de school waar het kind van Sonja op zit. Job Cohen, Piet Hein Donner, Geert Wilders, Bram Moszkowicz en een Berbergangster in driedelig pak, allen zijn ze personages in VSV.
Onwaarachtigheid
Er is nogal wat aan te merken op de intrige; vooral de onwaarachtigheid binnen het nagestreefde realisme. Bedacht en onnodig gecompliceerd hangt de actie in deze roman in de verte als een onweerswolk die maar niet naderbij wil komen. Spectaculaire aanslagspanning zou de lezer juist moeten kluisteren. De politieke lading van het verhaal en de opgetrommelde politici wekken de indruk dat hier, via literaire kanalen, ook zal worden afgerekend met de clichés van populistisch of multicultureel Nederland. De tegenpolen Cohen-Wilders zijn als personages goud in handen van een schrijver die hen anders toont dan de lezer ooit kon vermoeden. Niets hiervan bij De Winter. Groot is ook de vertelhandicap in VSV. De Winter kiest voor een meervoudig perspectief, per hoofdstuk alternerend. Vijfendertig hoofdstukken voor in totaal elf mannen, een vrouw (Sonja) en een kind. Veel hoofdstukken beginnen met een herhalende samenvatting van wat over dat personage tot dan toe geschreven is, alsof de lezer geheugenloos is. Theo (van Gogh) en Max (Kohn) hebben ieder het record van zes hoofdstukken op hun naam, dus vermoedelijk ziet De Winter ze als de belangrijkste personages. Gangster Kohn is een druiloor van jewelste, sentimenteel aangelegd door zijn – u voelt hem al – priesterhart. Een fletse hoofdpersoon die buitensporig veel ruimte inneemt en op het eind haast per ongeluk een goede daad verricht. Van Gogh is een lachwekkende astrale figuur die zich in het voorgeborchte laat ringeloren; tal van inconsistenties in zijn doen en laten worden door de schrijver niet gecorrigeerd. Hij had een heuse geest kunnen zijn, als De Winter hem zonder schoolse opmerkingen over welke lichaamsdelen hij ontbeert en hoe hij toch kan roken en zuipen en vleugels kweken, een libidineuze, angstwekkende, literair prikkelende aanwezigheid had laten zijn. Maar daar is een ander vakmanschap voor nodig dan de hapsnapcollage met BN’ers die De Winter fröbelde.
En, komen alle bekende namen verrassend uit de hoek? Wordt het ergens spannender dan in de kranten- of tabloidverhalen? Nergens. De Winter kantelt het beeld van deze bekende Nederlanders een beetje, daar blijft het qua compositie bij. Al die figuren die we van het beeldscherm kennen, staan net iets anders in het leven. Maar nergens voegen ze iets noodzakelijks toe aan de plot, nergens worden ze echt deel van het boek. Cohen staat er nogal passief bij en zelfs dat – de gelegenheid om de politieke stijl van Cohen literair te munten – betekent niets in deze roman. Wel heeft hij minnaressen, waarom, dat wordt niet uitgelegd. De Winter is verlaten door zijn vrouw Jessica Durlacher en Eva Jinek ruilt Bram Moszkowicz in voor de rijkere en beroemdere Ruud Gullit. Huishoudelijke mededelingen die nergens verder worden uitgewerkt. En zelfs hier gaat het verteltechnisch mis. De Winter veronderstelt kennelijk dat we bekend zijn met (en geïnteresseerd zijn in) hun intieme leven. De Winter tegen zijn gabber Moszkowicz over diens liefdesleven: ‘Waarom ga je niet verhuizen? Dit is jouw pand, jouw kantoor, en je woont erboven. Hier heb je ook met Juliëtte gewoond.’ Juliëtte? Nóg een personage erbij in de stoet toch al oppervlakkige karakters? Gelukkig bood Wikipedia uitkomst: het blijkt hier te gaan om een eerdere echtgenote van de advocaat. En weer wordt er over niets geleuterd, terwijl die aanslagen en dat ontredderde Amsterdam vol doden en gewonden geen vorm en urgentie krijgen. Je kunt nog zoveel reddingsmanoeuvres opsommen met ambulances en helikopters, als de lezer de angst of murwheid niet voelt die bij onverwachte catastrofes toeslaat, is het verhaal mislukt.
Gepruts
En dan valt het gepruts op de vierkante millimeter des te meer op. Tijdens lezing kreeg ik sterk de indruk dat deze roman voor een niet-Nederlands, buitenlands publiek bestemd is. VSV staat vol overbekende weetjes over Nederland en De Winter wordt niet moe alles uit te leggen dat niet uitgelegd hoeft te worden – nog een minpunt. Dús: info voor dagjesmensen over de Amsterdamse Utrechtsestraat: ‘Exclusieve pannenwinkels, restaurants, boetieks.’ Het Nationale Ballet? ‘Een van de mooiste dansgezelschappen in de wereld.’ Thanks, bro. Max, die lang in Amerika woonde, drinkt in Nederland cola en dan krijg je dit te lezen: ‘Hij knikte terug, glas cola light – dat thuis “Diet Coke” heette – in de geheven hand.’
Uiteraard kun je over veel heen stappen – van de slechte dialogen, de ellenlange herhalingen, de herintroductie van al geïntroduceerde personages, de anorganisch opgenomen informatie van experts die De Winter gesproken heeft, de losse eindjes in de plot, de bezopen, haastige afwikkeling van het gijzeldrama op de school VSV – áls zo’n mislukte roman een prikkelend idee opwerpt. Als de lezer tenminste zou kunnen begrijpen waarom die voetballende modelmoslims op een dag bommen gaan maken. Echt begrijpen, dus niet opgedreund krijgen in onwaarachtige dialogen. Ook dat is ons niet gegund. De Winter ontpopt zich, unisono bij monde van verscheidene personages, tot een poor man’s Paulo Coelho die de dagsluiting verzorgt: ‘in elke kosmos, dus ook de onze, gaat het om energie. (…) een energie die we hier liefde noemen.’ Het beloofde drama in dit boek, het spel met leven en dood, de terreur met politieke implicaties, blijft steken in een haastig afgewikkeld scenario vol feiten over noodprocedures. Het belangrijkste blijft ongedaan in : de lezer een andere, betere greep geven op de werkelijkheid die hij al kent en die werkelijkheid vervlechten met de grotere spanning van een duizelingwekkend fictief verhaal. Het lijkt erop dat De Winter de thrillertechnieken niet meer machtig is die nodig zijn om van deze verzonnen aanslagen gebeurtenissen te maken die generaties lezers nog de rillingen bezorgen. Niet omdat ze spectaculair zijn, maar omdat de roman ze de ruimte gaf om gruwelijk echt te lijken.
Leon de Winter, ‘VSV of Daden van onbaatzuchtigheid’, De Bezige Bij, 431 p., € 19,90




Pingback: Recensie: Leon de Winter - VSV | Ranking the Books