Meijndert van der Kaaij – Een eenzaam staatsman. Dirk de Geer (1870-1960)
door Hans Renders
Dirk de Geer is een van de merkwaardigste politici die Nederland ooit heeft gekend. Naar eigen zeggen zonder zijn ‘voorkennis’ werd hij in 1901 door de Christelijk-Historische Kiesvereniging kandidaat gesteld voor een zetel in de gemeenteraad van Rotterdam. Een glanzende politieke carrière volgde: gedeputeerde van Zuid-Holland, burgemeester van Arnhem en vanaf 1907 lid van de Tweede Kamer. Hij was jarenlang minister en van 1926 tot 1929 minister-president.
Was het maar daarbij gebleven. Maar hij werd weer minister en in 1939 weer minister-president. Hier begon zijn deconfiture, die hem in de parlementaire geschiedenis zo’n slechte naam heeft bezorgd. Ondanks waarschuwingen vooraf van alle kanten, was hij stomverbaasd dat de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvielen, en toen hem dringend verzocht werd naar het Binnenhof te komen, liet hij weten het daarvoor ‘te druk’ te hebben. Buiten de regering in ballingschap om wilde hij vredesbesprekingen met Hitler voeren, de koningin ontsloeg hem daarom als minister-president. De Geer keerde vanuit Londen terug naar het bezette Nederland. De nazi’s vonden het allemaal geweldig. In 1942 pleitte hij in een brochure weer voor onderhandelingen met de Duitsers, over een synthese van democratie en nationaal-socialisme. Na de oorlog werd hij als een ordinaire deserteur veroordeeld.
In 2007 publiceerde de gepensioneerde huisarts Henk van Osch een mooie en strenge biografie van De Geer. Nu, vijf jaar later, komt Trouw-journalist Meindert van der Kaaij ook met een ruim vijfhonderd pagina’s dikke biografie op de proppen. Ook niet slecht, maar het boeiendst zijn de verschillen. Van der Kaaij vindt dat De Geer doorgaans te streng wordt beoordeeld. Het voornemen om vrede te gaan sluiten met Hitler zonder medeweten van de andere geallieerden, zo heeft Van der Kaaij uit een verslag opgeduikeld, is niet door De Geer voorgesteld maar kwam van zijn minister van Landbouw. En, de veroordeling van De Geer na de oorlog zou onrechtvaardig verlopen zijn. De officier van justitie was een zwager van Pieter Gerbrandy, De Geers opvolger als minister-president. Gerbrandy heeft volgens Van der Kaaij geheime notulen uit de ministerraad naar zijn zwager gelekt, met als doel De Geer koste wat kost veroordeeld te krijgen.
Dit alles is door Van der Kaaij overtuigend uitgezocht en is behoorlijk spectaculair, maar als De Geer niet ‘fout’ is geweest, dan gedroeg hij zich in elk geval tijdens de oorlogsjaren als een ongelooflijke domoor, hoe briljant en intelligent hij in de jaren daarvoor ook geweest moge zijn.
Verloren, 518 p., € 45,-



