Ronelda S. Kamfer – Santenkraam
door Rob Schouten
Zuid-Afrikaanse poëzie volgt graag de politiek-maatschappelijke werkelijkheid van het land. Breytenbach was er voor de vrijheidsstrijd, Antjie Krog voor de afrekening met apartheid en geborneerdheid, Ronelda Kamfer is er voor het rauwe bestaan van nu. Kamfer is een hit: rechttoe rechtaan poëzie die je met de neus op de dagelijkse werkelijkheid drukt maar met ook een blues-achtige lyrische inslag. Zo hoopt ze op een wind ‘om my trug te / waai na waar / ek ook eenmaal dik / bedonnerd gebore is’; ‘bedonderd geboren’ vertaalt Alfred Schaffer, wat een ijzersterke uitdrukking!
Van dat soort formuleringen moet Kamfer het hebben. Subtiel kun je haar gedichten niet noemen, ze lijdt ook niet aan surrealistische hebbelijkheden. Daarvoor is het onderwerp, het door het apartheidsregime ontruimde zwarte dorpje Skipskop, te heftig. Maar ironie kruidt soms de ongekunsteldheid, in deze brief aan Jan van Riebeeck: ‘Jan ik ben echt blij voor je man nee serieus gozer reteblij dat jullie uitgevogeld hebbe waarom T-berg op een tafel lijkt.’
Ronelda S. Kamfer. Santenkraam. Podium, vertaling Alfred Schaffer, 120 p., €17,50



