Woody Allen: A Documentary – Robert B. Weide

door

Woody Allen (1935) en ik delen iets: we zijn allebei niet in het reine met zijn sterfelijkheid. Als de slimme intellectueel die hij is, botst Allen al jong op de vergankelijkheid des levens, blijkt in deze genoeglijke biografie – waarschijnlijk is dat de reden dat hij, aldus zijn moeder, vanaf zijn vijfde jaar grumpy was.

Allens humor is (zoals veel, zo niet alle humor) een manier om de dood te trotseren. Zoals op de persconferentie in Cannes, waar hij tot algehele vrolijkheid zegt: ‘Mijn relatie met de dood is niet veranderd. Ik ben ertegen.’ Zelf lacht hij er niet bij – het lot van de clown.

Mijn eigen moeite met Allens uiteindelijke verscheiden heeft te maken met de rol die zijn films spelen in mijn persoonlijke jaartelling. Sinds 1977 maakt Allen één film per jaar en dat is zoiets als Kerstmis geworden. Het hoort erbij, het biedt houvast bij het verstrijken van de tijd – ook wanneer het eens een jaartje tegenvalt (wat bij To Rome With Love, die binnenkort bij ons gaat draaien, volgens de eerste Amerikaanse reacties het geval is).

Triest genoeg, toont de documentaire, is Allen niet echt tevreden met zijn films. Hij vindt de kwantiteit van zijn oeuvre op zich een prestatie, maar meent nog steeds geen great film gemaakt te hebben. Dat heeft ermee te maken dat hij komedies (die hij meestal maakt) lager inschat dan tragedies.

De documentaire wijst op Manhattan, een van zijn beste films, waarvoor Allen zich zo schaamde dat hij zijn productiemaatschappij aanbood een film gratis voor ze te maken, als ze Manhattan maar niet zouden uitbrengen.

Gelukkig luisterden ze niet. Ondertussen is Allen alweer bezig met zijn drieënveertigste, nog titelloze speelfilm – dit keer met Alec Baldwin en Cate Blanchett in San Francisco. Verwacht, in alle vertrouwen, in 2013.

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.