De bilbiotheek van Spijkenisse: Back to the future

door

Bibliotheek de Boekenberg is een monument voor het good old verheffingsideaal. Maar je kunt er ook spectaculaire trouwkiekjes schieten.

Het loopt tegen elven, voor de ingang hebben zich inwoners van het stadje verzameld, oudere mannen en vrouwen. Als de deuren opengaan, stromen ze het gebouw in en bestijgen voortvarend de trappen. Een deel blijft hangen bij de balie, een ander deel klimt hoger, naar het café met de leestafels, vlak onder de top van de bibliotheek. De top? Ja, want deze bibliotheek is als een boekenberg bedacht, een boekenberg onder een gigantische glazen stolp.

Met een gezelschap bruiloftsvierders loop ik mee naar boven. Ze willen zich helemaal bovenin laten fotograferen. Trappen verleiden om naar boven te gaan. Altijd wil je hoger, want in de hoogte word je boven jezelf uitgetild en wacht je vast en zeker iets bijzonders. Misschien is dat de reden waarom de uitvergrote, overdonderende trap steeds vaker opduikt in de architectuur. De trap schept verwachtingen en laat je de ruimte actief in bezit nemen: uiteindelijk is het niet de architect maar ben jij het zelf die al stijgend en wendend verrassende perspectieven schept.

Foto: Jeroen Musch

Ook in de door het architectuurbureau MVRDV ontworpen openbare bibliotheek van Spijkenisse is het prettig om stap na stap te stijgen. Zo-even wist ik me geen raad met het rommeltje dat het stadscentrum is, maar van bovenaf bezien heeft het zijn charme. De scheefgezakte dorpskerk, twee piepkleine arbeidershuisjes die dodelijk vermoeid van anderhalve eeuw uitbuiting tegen elkaar leunen, nieuwbouw van vage signatuur, iets verderop een groepje puntdaken van huizen die hun best doen iets vertrouwds op te roepen, dichtbij een plein dat vooralsnog niet veel meer is dan een platgewalste zandvlakte – hier is niets wat overheerst, geen orde die beklemt, het centrum van Spijkenisse draagt onmiskenbaar de sporen van het boerendorpje dat het ooit was, maar moet als stadcentrum nog een smoel krijgen, een identiteit waar de inwoners zich toe kunnen verhouden als tot het hart van hun gemeenschap.

Geïdealiseerd verleden

Die identiteit kan niet anders dan speculatief zijn, want een échte gemeenschap heeft deze groeikern nog niet. Daarvoor is haar geschiedenis te pril, haar inwonerssamenstelling te divers. Een gemeenschappelijke identiteit zal daarom in elkaar geflanst moeten worden. De vraag naar identiteit speelt pas op als haar gemis gevoeld wordt; identiteit is geen vaststaand gegeven maar een afwezigheid, een gewenst thuis dat veeleer een visioen is dan een herinnering. Dat is trouwens in heel Nederland aan de orde, dat wanhopige back to the future.

Zo heeft Spijkenisse in het stadscentrum gekozen voor de restauratie van iets dat daar nooit is geweest. Klinkers en huizen die refereren aan de bouwstijl van de zeventiende eeuw zijn iconisch. Iedereen herkent dat samenstel van elementen onmiddellijk als een Nederlands stadscentrum. Het laat zich onderscheiden in het winkelcentrum van de architect Sjoerd Soeters, maar ook in de woningen die MVRDV naast de bibliotheek ontwierp, alleen daar nog meer geabstraheerd en tot hun formele essentie teruggebracht. Met één huis even scheef als de verzakte kerk, om aan te geven dat er iets niet helemaal in de haak is met dat verlangen naar restauratie.

De inwoners van Spijkenisse schijnen er blij mee te zijn, met die aangemeten identiteit van hun centrum. Speculaties die op een geïdealiseerd verleden teruggrijpen, stellen op dit moment meer op het gemak dan speculaties die een gooi doen naar ultieme architectuur of teruggrijpen op een stijl die geassocieerd wordt met verzakelijking of internationalisering.

Baksteendelirium

De Boekenberg is eigenlijk heel eenvoudig bedacht. Een stapeling blokken waarin kantoorruimtes zijn ondergebracht, een zaal voor de schaakvereniging, toiletten en liften, een expositiezaal en een leesruimte voor kinderen, naar de top toe steeds kleiner, zodat alles precies past binnen de ruimte die het gebouw mocht innemen. Om die blokkenstapel heen, als een mantel, boekenkasten die via trappen en terrassen te bereiken zijn.

Vanzelfsprekend is de basis van beton. Dat blijft nou eenmaal het courante bouwmateriaal, sterk en niet al te duur, wat wil een mens nog meer. Maar de bekleding ervan, tot waar de glazen stolp begint, bestaat uit rode baksteen, als een plint. Binnen is het ook alles baksteen en steenstrip en baksteenprint wat de klok slaat, zelfs op het plafond en in de lift. Baksteen mag dan een traditioneel en oerdegelijk bouwmateriaal zijn, hier is het gebruik ervan tot over een grens getrokken. Verder kun je niet gaan, wat de celebratie van de baksteen betreft. In de Boekenberg heerst een baksteendelirium, een baksteenexces, alsof MVRDV de inwoners van Spijkenisse hun verlangen naar die zogenaamde vertrouwdheid van baksteen heeft willen inpeperen en ze met het volstrekt imaginaire ervan heeft willen confronteren.

Straks zal ook het marktplein bestraat zijn met frisse rode klinkers. Dan zal het lijken of de Boekenberg er natuurlijk uit oprijst, het hoogst eigen bergje van Spijkenisse. Voor bergen hebben we in Nederland een ontzag zo groot dat we ons er liever met een grapje vanaf maken, zoals met alles wat ons te groot, te pretentieus en te ambitieus voorkomt. Wat dat betreft is de Boekenberg helemaal op Nederlandse maat gesneden. Het is lollig om een bibliotheek voor te stellen als een berg van boeken. Misschien is het boek op zijn retour, misschien heeft de doorsnee inwoner van Spijkenisse niet zo veel met lezen en kijkt hij liever SBS6 of surft hij tot diep in de nacht op internet, maar in het stadscentrum zullen ze er niet omheen kunnen: als een enorme reclamezuil adverteert de bibliotheek aan alle kanten Het Boek. Terwijl andere bibliotheken zich nadrukkelijk afficheren als mediatheken, met schijven en schermen, mijlenver van het gedrukte woord verwijderd, heeft MVRDV ervoor gekozen het boek als ding te eren en tot een icoon te herscheppen, voor Spijkenisse even speculatief als de restauratie van een stadscentrum dat er nooit is geweest.

Zo heeft Spijkenisse met de Boekenberg een waar monument voor het good old verheffingsideaal gekregen. Niemand lijkt zich daar nog om te bekommeren; de roep om verheffing wordt eerder als een belediging ervaren, als achterhaald, maar hier worden de inwoners uitgedaagd omhoog te gaan, zelfs letterlijk, en zich te verrijken met boekenwijsheid.

Tegelijk schuilt in die tot megaproporties opgeblazen monumentaliteit een flinke dosis ironie, alsof de Boekenberg, zoals een echt monument hoort te doen, juist symboliseert wat niet meer bestaat, en dus geschiedenis is geworden: datzelfde verheffingsideaal. Maar daarover spreekt de Boekenberg zich niet uit. Het door MVRDV ontworpen gebouw stelt de vraag, het is aan de inwoners de komende jaren het antwoord te geven. Wie weet blijkt dan dat ze de Boekenberg vooral als spectaculair decor voor hun trouwfoto’s gebruiken.

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.