Het meesterwerk Woody Allen

door

Woody Allen beweert dat hij nog altijd geen meesterwerk heeft gemaakt. Maar dat klopt niet: zijn meesterwerk is het personage Woody Allen.

Illustratie: Siegfried Woldhek

In To Rome With Love is het Jesse Eisenberg die Woody Allen mag spelen. Dat leek van tevoren al een goede keuze en dat blijkt het ook te zijn. Eisenberg (vooral bekend door zijn rol als Mark Zuckerberg in The Social Network) heeft precies dat nerveuze, neurotische intellectualisme dat je je bij Woody Allen voorstelt. Zijn scènes horen bij de sterkste van Allens wisselvallige, maar vermakelijke drieënveertigste productie.

Eisenberg is niet de eerste die Woody Allen speelt. De laatste jaren speelt Woody Allen niet meer zelf de hoofdrol in zijn films. Hij vindt zichzelf daarvoor te oud en ongeloofwaardig geworden, zeker in romantische situaties. Verschillende acteurs hebben zich inmiddels aan het typische Woody Allen-personage gewaagd. In Celebrity was het de Engelsman Kenneth Branagh, die een merkwaardig perfecte imitatie van Allen ten beste gaf. In Anything Else was Jason Biggs een wat lusteloze Allen, terwijl Larry David (bekend van de comedyreeks Curb Your Enthusiasm) hem in Whatever Works juist meer agressie gaf. John Cusack leunde in Bullets over Broadway naar de naïeve kant en in Midnight in Paris benadrukte Owen Wilson de jongensachtige charme van het Allen-personage. En zo zijn er meer. Iedere acteur creëert zijn eigen Woody Allen – zoals ook iedere acteur Hamlet anders speelt. Maar er is een vaste kern.

Owen Wilson als Woody Allen in Midnight in Paris (2011)

Het personage Woody Allen is neurotisch, egocentrisch en cynisch. Hij is een gefrustreerde agnost en verpest liefde door jaloezie en een obsessie met seks. Hij vreest de toekomst, de dood, de leegte. Hij klaagt. Hij jammert. Hij is zelden boos, maar chronisch verongelijkt: altijd het slachtoffer, van zijn geliefde en van het universum.

Film na film komt dat personage terug. Hij heet nooit Woody Allen; in To Rome With Loveheet Eisenbergs personage Jack. Toch is er regelmatig sprake van naamsverwarring tussen het typische Woody Allen-personage (dat optreedt onder wisselende namen) en de privépersoon Woody Allen (die in 1935 geboren werd als Allen Stewart Konigsberg en op zijn zeventiende zijn naam officieel veranderde in Heywood Allen).Over het verband tussen zijn films en zijn persoonlijke leven zijn boekenplanken vol geschreven, terwijl Allen in interviews blijft benadrukken hoe weinig die twee met elkaar te maken hebben. Nee, hij groeide niet op in het huisje onder de achtbaan op Coney Island, zoals zijn alter ego in Annie Hall(1977).

Het begin van de ‘Weltschmerz’- Woody Allen in Annie Hall (1977)

‘Mensen zoeken altijd naar hints [over mijn privéleven] in mijn films,’ vertelde hij de Amerikaanse radiozender NPR. ‘Ze denken dat ze me daardoor kennen. Maar natuurlijk kennen ze me niet. Er zijn een paar dingen die je in de loop der jaren over mij te weten had kunnen komen, maar echt niet veel. (…) Als ik mensen uitleg dat ik ‘s avonds met een biertje voor de tv hang voor het honkballen, dan vinden ze dat moeilijk te rijmen met de personages die ik speel. Maar dat is acteren.’

De Bril

Je kunt aan Allens vroege optredens zien hoezeer zijn personage een creatie is. Als je zijn bekende stand-up-sketch The Moose opzoekt op YouTube – opgenomen in 1965, dus voor zijn eerste speelfilms – zie je een nonchalante komiek, een toffe gast, die het lachende publiek zelfbewust toeknikt. En in zijn vroege films, vóór Annie Hall (1977), speelden slapstick en kolder een grotere rol dan weltschmerz. Toen speelde hij ‘Woody Allen’ nog anders.

John Cusack als Woody Allen in Bullets over Broadway (1994)

Allen denkt, vertelde hij NPR, dat mensen door zijn bril op het verkeerde been worden gezet. ‘Ik was altijd een heel atletische jongen. Nooit een loner of loser. Ik werd altijd als eerste gekozen voor elk team. Ik won medailles bij atletiek. Maar zo ziet niemand me. Ze zien me als een soort boekenwurm, vanwege mijn grote bril met de zwarte randen.’

De Bril. Allen draagt hem al sinds zijn debuut als komiek. Het hoort net zo onlosmakelijk bij zijn personage als de bolhoed bij Charlie Chap­lins zwerver. Maar Chaplin zette na de opnamen de bolhoed af, terwijl Allen de bril ophoudt. Hij geeft de bril ook niet aan andere acteurs die het Allen-personage spelen. Alleen de vrouw die hem speelde, zette hij een grote bril op – maar zonder de onmodieuze dikke zwarte rand. De vrouw? Ja, want Scarlett Johansson speelde in Scoop net zo goed Woody Allen. En sommige Woody-spotters herkenden hem ook in Rebecca Hall in Vicky Cristina Barcelona.

Kenneth Branagh als Woody Allen in Celebrity (1998)

De bril is meer dan een herkenningspunt, het is een existentieel deel van het personage. Het onderstreept zijn intellectualisme en fungeert als pars pro toto. Als Allen zijn (fictieve) jeugdherinneringen laat zien, zoals in verschillende films gebeurt, heeft zijn jonge versie altijd al die dikke bril. En als in zijn eerste speelfilm Take the Money and Run (1969) als running gag keer op keer zijn bril wordt afgepakt en kapot getrapt (totdat hij het uiteindelijk maar zelf doet), mag dat als een existentiële grap worden gezien.

Op zijn officiële website wordt Allen ongegeneerd tot zijn bril gereduceerd. En de populaire stripversie die van hem is gemaakt, zou zonder de bril een stuk minder herkenbaar zijn. Het is daarom jammer dat Allen nooit heeft bedacht zelf een andere bril te gaan dragen (of contactlenzen) en De Bril aan zijn personage te geven – wie hem ook speelt. Zo had hij, net als met de bolhoed van Chaplins zwerver, de rode neus van een circusclown of de kroon van een koning, de uiterlijke iconografie van zijn personage kunnen vastleggen. Los van de vertolker.

De Woody Allen van

Toch is het personage Woody Allen al een eind op weg iconisch te worden. Allen heeft een personage gecreëerd dat zo herkenbaar en onderscheidend is dat mensen het spreekwoordelijk zijn gaan gebruiken, ongeveer zoals Don Quichote of Casanova menstypen zijn geworden. Met hoeveel filmpersonages kun je dat doen? Kan iemand ‘de Rambo van Spanje’ zijn? De ‘Luke Skywalker van Rusland’? Misschien, maar ik ken de voorbeelden niet.

Rebecca Hall als Woody Allen in Vicky Cristina Barcelona (2008)

Met Woody Allen gebeurt het voortdurend. Zo staat regisseur-acteur Nanni Moretti bekend als ‘de Woody Allen van Italië’ (net als soms zijn landgenoot Roberto Benigni, die meespeelt in To Rome With Love). Even zoeken op internet levert Woody Allens op van Argentinië (Daniël Burman), Frankrijk (Agnès Jaoui, Julie Delpy), Israël (Amos Kollek), Bollywood (Rajat Kapoor) en Zuid-Korea (Hong Sang-soo). Time noemde Paula van der Oest ooit de ‘Woody Allen van Amsterdam’, een titel die ook – en met meer recht – aan Eddy Terstall is toegewezen (met de Jordaan als diens Manhattan).

De vergelijking is niet beperkt tot de cinema. Er zijn Woody Allens van dans (Arthur Rosen­feld), fotografie (Elliott Erwitt), popmuziek (Adam Green, Randy Newman), folk (Loudon Wain­wright III), strip (Robert Crumb) en Frans­talige literatuur (François Weyergans).

Jesse Eisenberg als Woody Allen in To Rome with Love (2012)

En het kan nog vreemder. Ik vond Woody Allens van de wijnwereld, de diplomatie en de kosmologie. Van couture, klimaatverandering en de ziekte van Crohn. De Woody Allen onder de superhelden is Spider-Man. De Woody Allen onder de Muppets heet Telly. Iemand schreef onder een foto van haar hond: ‘Wrigley is de Woody Allen van de hondenwereld: charmant maar geteisterd door angst.’

Dat zijn een heleboel voorbeelden, maar ik wil een punt maken: het personage Woody Allen is doorgedrongen tot het algemene culturele referentiekader. Er zijn online nog veel meer van zulke vergelijkingen te vinden. Mijn favorieten zijn: Public Relations als de Woody Allen van de zakenwereld, cricket als de Woody Allen onder de sporten en Toronto als de Woody Allen onder de steden – zich altijd maar zorgen makend over wat anderen van haar denken.

Distractionisme

Het interessante is dat je bij de meeste van deze vergelijkingen direct snapt wat er ongeveer wordt bedoeld. Er zit een wezenlijke kern in de neurotische, grappige, depressieve Woody Allen uit de films, die zelfs op beroepsgroepen, dieren of een stad kan worden toegepast. Dat is omdat er een filosofische kant zit aan het personage, die dieper gaat dan de ironische verwijzingen naar Kierkegaard, Nietzsche en Jung in de dialogen. Het personage Woody Allen heeft een zeer bepaalde levenshouding die door mensen wordt herkend – ook als ze het misschien niet onder woorden kunnen brengen.

Die houding komt hierop neer. De grote drama’s van het leven zijn existentieel en relationeel: God, lot en liefde – en of die bestaan. Maat­schappelijke, culturele en politieke problemen zijn voor het personage Woody Allen alleen interessant voor zover ze illustreren dat de mens slecht, dom en gedoemd is. Met het directe heden bemoeit hij zich dan ook nauwelijks.

Scarlett Johansson als Woody Allen in Scoop (2006)

Relaties en relationele problemen bekijkt Allen vooral vanuit seks – dat is filosofisch verder niet zo bijzonder. Interessanter is zijn houding tegenover de onbeantwoordbare vragen des levens, over het hiernamaals, over religie, over de dood, over de zin.

De regisseur Woody Allen heeft in interviews vaak uitgelegd dat hij niet gelooft in antwoorden op die vragen en dat ‘afleiding’ – voor hem door een film te maken, voor ons bijvoorbeeld door een film van hem te bekijken – wat hem betreft het hoogst haalbare is. Maar dat betekent niet dat hij die existentiële vragen in zijn films vermijdt. Het personage Woody Allen is geen hedonist (een eerdere titel voor Annie Hall was Anhedonia) en ook geen complete nihilist. Want hij worstelt met die vragen – om ze vervolgens met een grap onderuit te halen. Allen heeft een vaste grap die in verschillende vormen terugkeert en dit schema volgt: een ontzagwekkend existentieel probleem wordt tijdelijk weggewuifd door een lachwekkend banale conclusie.

Over God: ‘Not only is there no God, but try getting a plumber on weekends.’

Over het Zijn: ‘What if everything is an illusion and nothing exists? In that case, I definitely overpaid for my carpet.’

Over de dood: ‘It is impossible to experience one’s own death objectively and still carry a tune.’

Over onsterfelijkheid: ‘I don’t want to live on in the hearts of my countrymen; I want to live on in my apartment.’

En op de bewering ‘This is the best of all possible worlds,’ antwoordde Allen met: ‘It’s certainly the most expensive.’

Er spreekt troost uit die grappen. Je ziet de grootste existentiële problemen onder ogen en reduceert die tot de kleinste ergernis. En daar lach je vervolgens om. Als filosofische houding is dit distractionisme (zoals ik het nu maar doop) zeker niet oppervlakkig. Het gebruikt oppervlakkigheid juist als wapen tegen deprimerende diepzinnigheid, zonder die te negeren. Dat is wat van het personage Woody Allen meer maakt dan een wijsneus. Om twee helden van Allen te noemen: hij pareert de vragen van Ingmar Bergman met de antwoorden van Groucho Marx.

Woody Allen in Take the money and run (1969)

Al jaren zegt veelfilmer Woody Allen, dat hij nog altijd geen meesterwerk heeft gemaakt. Om eraan toe te voegen dat het nu wel niet meer zal lukken. Veel critici, ook degenen die fans zijn van zijn werk, zijn dat met hem eens: er zit niet één film tussen die overal bovenuit steekt.

Maar waarom zou dat het criterium moeten zijn? Woody Allen heeft wel degelijk een meesterwerk gemaakt: het personage Woody Allen. Een personage dat door tientallen films heen leeft, in een wereld die zo herkenbaar is dat het ons niet alleen anderhalf uur vermaakt en afleidt, maar ook daarna nog helpt om het leven te doorzien, te benoemen en te verdragen. Als dat niet meesterlijk is, weet ik het niet meer.

Gepubliceerd op: | No Comments


© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.