Interview Deon Meyer: ‘Dertien uur klonk onheilspellend’
door Miriam Mannak
De Zuid-Afrikaan Deon Meyer schreef de VN-Thriller van het Jaar, ‘13 uur’. Een interview in Kaapstad: ‘Ik heb de routes vaak gerend.’
De titel. Dat was het enige wat de Zuid-Afrikaan Deon Meyer had toen hij de eerste letter van 13 uur, de VN-Thriller van het Jaar 2012, op papier zette. ‘Het was een experiment. Ik wilde zien of ik het tijdsverloop van een misdrijf kon samendrukken tot een paar uur. Slechts een van mijn boeken speelt zich af een paar dagen. Mijn andere acht romans beslaan weken, vaak maanden,’ vertelt de misdaadschrijver terwijl hij zijn handen om een dampende kop rooibosthee vouwt.
We zitten buiten, op het terras van Long Street Café. Het is een typische Kaapse herfstdag waarop een waterig zonnetje en een gure noordwestenwind de strijd met elkaar zijn aangegaan. ‘Het bewuste getal koos ik omdat ik dertien uur, van ontdekking tot ontknoping, onheilspellend vond klinken. Ik wist van tevoren niet of het mogelijk was om een moordverhaal in zo’n korte tijd te proppen. Het boek had daarom gemakkelijk “18 uur” kunnen heten.’
Meyer steekt een sigaret op en glimlacht naar de serveerster. Vanaf onze tafel kun je de spitse toren van de Sint Martinikerk, een van de twee plaatsen delict van 13 uur, zien liggen. Hier, achter het hoge metalen hek, wordt op een ochtend het lijk aangetroffen van een jonge Ame rikaanse rugzaktoeriste. Haar keel is doorgesneden.
Inspecteurs Bennie Griessel en Vusi Ndabeni krijgen de zaak toegewezen en realiseren zich snel na de lugubere vondst dat er nog een meisje is. Ze is kort daarvoor en samen met het slachtoffer na een expeditie door Afri ka in Kaapstad aangekomen. Deze Rachel leeft nog. Sterker: ze blijkt op de vlucht te zijn voor een groep mannen.
Kort na de lugubere vondst bij de kerk wordt er, nauwelijks vijftien minuten rijden van de moordplek, in een chique victoriaanse villa in Tamboerskloof, nóg een lijk gevonden. Het slachtoffer, een bekende in de muziekwereld, blijkt doodgeschoten. Zijn vrouw, een alcoholiste met zelfmoordneigingen en in een ver verleden een succesvolle zangeres van Afrikaanse smartlappen, is verdachte nummer één.
Vanaf de Sint Martinikerk en Tamboerskloof sleurt Meyer de lezer in razend tempo mee door Kaapstad: via de weg die langs de Tafel berg slingert, de dure wijk Oranjezicht, het deprimerende politiebureau in de binnenstad, en een persoonlijke favoriet: Coffeeshop Carlucci’s. En uiteraard door Long Street, het hart van het Kaapse uitgaansleven en het thuis van menig backpackerhotel.
‘Ik heb de routes van Rachel en haar belagers zelf verschillende malen gelopen en gerend. Ik heb ook een gedeelte op mijn motor gedaan. Ik wilde er zeker van zijn dat de timing klopte,’ vertelt Meyer.
Terwijl hij verder vertelt, maken dikke plukken bewolking zich in de verte meester van Signal Hill. Dat is de bult rechts van Lion’s Head, een heuvel waarvan de vorm doet denken aan een leeuwenkop. Het is tevens het decor van de beginscène van 13 uur.
‘Ik wist niet met welke scène ik zou openen. Dat kwam pas later. Toen ik begon met schrijven wist ik heel weinig van het uiteindelijke eindproduct. Het verhaal ontvouwde zich in de loop van het schrijfproces,’ biecht Meyer op. ‘Ook besloot ik pas later wat te doen met muziek in de Afrikaner taal. Het is een van de grootste muziekgenres hier in Zuid-Afrika, die het meeste oplevert. Dat komt onder meer omdat de taal zijn apartheidsstigma aan het verliezen is.
‘In de loop van de tijd zijn mijn banden met de politie erg sterk geworden’
Afgezien van het comprimeren van de tijd, wist ik wél dat ik mensensmokkel een rol wilde laten spelen. Ik heb veel onderzoek gedaan naar dit fenomeen. Daarnaast schreef ik het boek toen het niet zo goed ging in Zimbabwe. In de periode voor en na de verkiezingen zagen tienduizenden Zimbabwanen zich genoodzaakt om te vluchten. Het leeuwendeel kwam in Zuid-Afrika terecht.’
Helse klus
Aan de overkant van Long Street lopen twee politieagenten naar hun dienstauto. De een is zwart, de ander blank. Ze praten met elkaar. Voordat ze instappen, barst de zwarte man in lachen uit. Zijn blanke collega gooit grijnzend zijn handen in de lucht en neemt plaats achter het stuur. Buitenstaanders die zich niet zo bewust zijn van het Zuid-Afrikaanse verleden en de nasleep ervan, zullen hier niet van opkijken. In hun ogen zijn het gewoon twee goede collega’s. In Zuid-Afrika ligt dat net iets anders, vertelt Meyer. ‘Na de val van de apartheid was integratie van de verschillende bevolkingsgroepen, religies en culturen de eerste prioriteit in dit land. Voor de politie was dit een ongelooflijk moeilijke taak. En dat is logisch.’
Meyer legt uit dat blanke politieagenten decennialang getraind waren om Zuid-Afrikanen met een andere huidskleur te wantrouwen, en hen zelfs te zien als de vijand. Opeens moesten zij deze mensen toelaten tot hun gesloten familie, met hen samenwerken en hen als partners zien. Aspirant-politieagenten met een kleurtje moesten op hun beurt een plek weten te vinden in deze blanke, soms vijandige wereld waarin zij in eerste instantie alleen wettelijk welkom waren.
‘Net als hun blanke collega’s moesten ook zíj over hun opvattingen en vooroordelen, en het verleden, heenstappen,’ zegt Meyer. ‘In een relatief korte tijd werd het politiekorps geacht het roer om te gooien, om zo de diversiteit aan culturen en religies in Zuid-Afrika te kunnen weerspiegelen. Geen enkele politiemacht ter wereld heeft een soortgelijk proces moeten ondergaan. Het was een helse klus. Zo’n zes, zeven jaar geleden ging de politie door haar dieptepunt heen wat dat betreft. Nu gaat het veel beter.’
Meyer steekt zijn respect voor de politie niet onder stoelen of banken: ‘Het korps heeft in mijn ogen heeft veel bereikt. Zo is de politie erin geslaagd om de elf verschillende bevolkingsgroepen in Zuid-Afrika te weerspiegelen en zorgt ze ervoor dat de misdaad langzaam naar beneden gaat. Dat is een enorme prestatie, want het nieuwe Zuid-Afrika is pas achttien jaar oud.’
Rotte appels
Hoewel de criminaliteit in Zuid-Afrika regelmatig de internationale voorpagina’s haalt en erg hoog is in vergelijking met landen zoals Nederland, vertoont ze een dalende trend. Dat geldt overigens niet voor alle categorieën, waaronder verkrachtingen en gewapende overvallen op pinautomaten. Meyer weet en betreurt dat. Toch vindt hij dat er ook aandacht moet zijn voor het goede nieuws. Zo is het aantal moorden tussen 1994-1995 en 2010-2011 met zo’n veertig procent gekelderd, van 27.000 naar 15.940 zaken. Tussen 2009-2010 en vorig jaar is de gewelddadige criminaliteit in het algemeen, inclusief moord, poging tot doodslag, mishandeling en overvallen, met 6,5 procent gedaald. Datzelfde geldt voor huis berovingen. Twee jaar geleden was er nog sprake van een stijging, maar vorig jaar lieten de misdaadcijfers een vermindering zien van tien procent.
Meyer: ‘Helaas lees je niet veel over de positieve verbeteringen, niet hier in Zuid-Afrika en niet in het buitenland. Misstanden binnen de politie, zoals corruptie, worden daarentegen breed uitgemeten. Het verkoopt kranten. Dat is sneu, want ik ken veel, heel veel geweldige agenten die enorm goed werk verrichten. Ja, er zijn rotte appels binnen het Zuid-Afrikaanse politiekorps, maar waar niet?’
Meyer lijkt te weten waar hij het over heeft. Sinds zijn eerste boek Feniks, dat in 1996 in Zuid-Afrika en in 2002 in Nederland verscheen, is hij kind aan huis bij de politie. Dat maakt hem een stille ooggetuige van de manier waarop het korps indertijd is omgesprongen met de gedwongen veranderingen die het nieuwe Zuid-Afrika met zich meebracht. Daarnaast heeft hij veel kennis opgedaan over de manier waarop de politie hier opereert, hoe men de criminaliteit in Zuid-Afrika aanpakt, wat de tekortkomingen zijn, en wat er zoal achter de schermen gebeurt.
‘De politie speelt sinds Feniks een cruciale rol in mijn werk. Uiteraard was het in het begin lastig om een voet tussen de deur te krijgen. Ze kenden mij niet en waren bang dat ik, net als zoveel andere journalisten en schrijvers, de politie door het slijk zou halen. Dit wantrouwen ebde weg nadat mijn eerste roman in de winkels lag. Toen beseften ze dat ik juist een gebalanceerd beeld probeerde te schetsen van de politie, inclusief de misstanden en problemen en ook van de overwinningen. In de loop van de tijd zijn mijn banden met de politie erg sterk geworden, en heb ik veel vrienden gemaakt. Echte vrienden, die me heel dierbaar zijn.’
Rauwe realiteit
Met het naderen van het lunchuur neemt de drukte op Long Street toe. Minitaxi’s toeteren en stadsbussen rijden af en aan. Een om geld vragende bedelaar wordt weggejaagd door een verkeersbeambte. Een jonge man van begin twintig, gekleed in een trendy spijkerbroek en dito sportschoenen, gaat aan het tafeltje naast ons zitten. Hij bestelt een koffie in het Xhosa, een van de elf Zuid-Afrikaanse officiële talen, opent zijn laptop en vergeet de wereld om zich heen.
Meyer mag respect hebben voor de politie, zijn romans zetten het korps en de agenten geenszins op een voetstuk. Op een fijnzinnige manier laten ze de rauwe realiteit zien, die gedomineerd wordt door corruptie, fraude, lage lonen, lange werkuren, interne vriendjespolitiek, raciale spanningen en onderlinge vooroordelen. Daarbij is hoofdpersonage Griessel allesbehalve een superheld. Hij is een alcoholist met een opvliegend karakter die een paar boeken terug zijn vrouw heeft geslagen. Zoals honderden Zuid-Afrikaanse politieagenten is hij overwerkt en onderbetaald, en lijdt hij aan een posttraumatische stress-stoornis als gevolg van de gruwelijke misdaden waarmee hij te maken heeft gekregen. Dat alles maakt de blanke agent van halverwege de veertig in een aantal opzichten bepaald geen plezierig mens. Toch heeft de humoristische Griessel ook een zachte, beschermende kant. Hij moet en zal het Amerikaanse meisje vinden.
‘Het was nooit de bedoeling dat Bennie een protagonist zou worden. Hij is zo gegroeid, sinds Feniks. Hij was toen niet meer dan een van de personages. In tegenstelling tot de anderen bracht hij met zijn humor letterlijk verlichting in het nogal donkere verhaal. Er gingen vier boeken overheen voordat ik Bennie voorgoed terugbracht.’
Steentje bijdragen
Terwijl Meyer een kop warme chocolademelk bestelt en een sigaret opsteekt, vraagt de serveerster of ze de krant mag meenemen. Hij ligt opengeslagen op een verhaal over een groepsverkrachting van een zwakbegaafd tienermeisje uit Soweto. De zaak, waarbij blijkbaar zeven jongens en een volwassen man betrokken zijn, leidde tot tal van protesten. Het zijn dit soort zaken waarom jaarlijks duizenden voornamelijk blanke Zuid-Afrikanen hun biezen pakken en naar Australië, het Verenigd Koninkrijk en Canada verhuizen.
‘Ze gaan maar,’ verzucht de auteur terwijl hij aan het kleine speldje op zijn jas peutert. Het is een klein Zuid-Afrikaans vlaggetje. ‘Dit land heeft geen behoefte aan mensen die niet willen bijdragen aan verbetering. Wij hebben mensen nodig die een verschil willen maken, die dit land willen helpen opbouwen. Het is altijd makkelijk om een ander de schuld te geven: de politie, de overheid, andere bevolkingsgroepen. Feit is dat iedereen in Zuid-Afrika een eigen verantwoordelijkheid heeft om dit land gezond te maken. Ja, de overheid moet ook meer doen, maar wij burgers moeten óók ons steentje bijdragen om problemen zoals criminaliteit, ongelijkheid en armoede aan te pakken. Als je daar geen zin in hebt omdat het te moeilijk is, dan is het maar beter dat je gaat. Juist blanken hebben in mijn ogen een extra verantwoordelijkheid. Jarenlang hebben wij en onze kinderen, indirect of direct, geprofiteerd van onze superieure status – over de ruggen van anderen. Wil je als blanke weg omdat het proces van wederopbouw te moeilijk is, dan ga je maar.’
Er slentert een groepje buitenlandse jongeren op teenslippers voorbij, duidelijk backpackers, zoals het slachtoffer uit 13 uur. Bij ons café houden ze stil. Een meisje met een neusring kijkt naar de betrekkende herfstlucht en merkt in een licht Texaans accent op dat het te fris is om buiten te zitten. Zonder te protesteren betreedt de groep het pand en neemt plaats achter het raam.
Eendimensionale pulp
Ondanks Meyers liefde voor zijn land schetst hij met zijn pen geen rozengeur-en-manenschijnscenario van het nieuwe Zuid-Afrika. Corruptie, stroeve relaties tussen zwart en blank, armoede, werkloosheid, criminaliteit, geweld, racisme, seksisme, vooroordelen, kindermoorden: ze passeren allemaal de revue. ‘Of ik een realistisch beeld schets van Zuid-Afrika? Ik denk van wel,’ zegt hij. ‘Houd er overigens wel rekening mee dat ik niet meer ben dan een verhalenverteller. Ik ben in de eerste plaats een entertainer. Mijn boeken zijn gebaseerd op de Zuid-Afrikaanse werkelijkheid, maar zijn er geen complete afspiegeling van.’
Op zijn veertiende schreef hij zijn eerste boek, vertelt hij. ‘Het was een soort thriller, vijftig pagina’s eendimensionale pulp. Uiteraard was ik indertijd erg trots toen ik het afhad,’ grinnikt hij. ‘Nee, ik heb het niet meer. Ik heb het weggegeven, aan een literair museum in Bloemfontein.’
Hoewel hij als kind graag schreef, gingen er jaren overheen voordat Meyer er zijn werk van besloot te maken. ‘Op de lagere school wilde ik piloot of brandweerman worden. Als middelbare scholier ging mijn voorkeur uit naar leraar. Dat heb ik even in de praktijk gebracht. Toen ik aan de Universiteit van Potchefstroom studeerde, sloot ik me aan bij een groep studenten die in hun vrije tijd naar de townships ging om zwarte leerlingen bijles te geven. Zoals elk ander facet van de Zuid-Afrikaanse samenleving, stond ook het onderwijs tijdens de apartheid in het teken van segregatie.’
‘Het zwarte onderwijs in de townships was ronduit slecht. Vandaar onze hulp in de vorm van bijlessen. Dit was in de jaren zeventig, vlak na de gebeurtenissen in Soweto. De situatie was dus redelijk gespannen.’
Op 16 juni 1976 opende de politie in Soweto vlak bij Johannesburg, een van Zuid-Afrika’s grootste townships, het vuur op een studentendemonstratie. Honderden leerlingen waren die dag de straat op gegaan om te protesteren tegen de invoering van het Afrikaans als voertaal in het onderwijs. Ter nagedachtenis aan de 176 doden werd na de val van de apartheid 16 juni omgedoopt tot Youth Day en bestempeld tot vrije dag.
‘Wij witneuzen werden dan ook nauwlettend in de gaten gehouden, en zonder uitzondering gefouilleerd door de veiligheidspolitie. Ik vond het allemaal best. Ik had niks te verbergen,’ herinnert de auteur zich.
Writer’s high
Zesendertig jaar na Soweto staat de boeken teller van Meyer, in 1958 geboren in het wijndorp Paarl en opgegroeid in het mijnstadje Klerksdorp, op negen. Daarnaast heeft hij twee collecties korte verhalen op zijn naam staan en een televisieserie, en staat zijn kast vol met lokale en internationale boekenprijzen.
Zoals veel van zijn collega’s heeft Meyer bepaalde schrijfrituelen. ‘Wanneer ik klaar ben met een boek, dan ren ik als eerste naar mijn vrouw toe, of ik rijd naar haar toe als ze niet thuis is. Ze is een enorme steun, dus zij is de eerste die ik wil zien. Het is niet gemakkelijk om met mij getrouwd te zijn. Ik maak lange dagen. Ik begin normaliter om vijf uur ’s ochtends en ga door tot zes of zeven uur ’s avonds. Het aantal uren stijgt naarmate een boek zijn einde nadert. Ik raak dan in een soort trance. Ik noem het mijn “writer’s high”. Het is de beste fase van elk boek. Ik leef voor die periode waarin alles als een puzzel samenvalt.’
Daarnaast begin ik alléén op 1 januari met het schrijven van een nieuw boek. Over 13 uur deed ik twaalf maanden. Ik kon dus meteen daarna met een nieuw boek beginnen. Andere boeken namen meer tijd in beslag. Dat betekende dat ik soms tijd over had. Over Spoor, dat in 2010 in Zuid-Afrika uitkwam, deed ik achttien maanden.’
Van al Meyers romans is 13 uur in Zuid-Afrika zonder twijfel een van zijn best gelezen werken. Was het ook zijn favoriete boek om te schrijven? ‘Nee. Ik heb wat dat betreft geen voorkeur,’ glimlacht de schrijver. ‘Boeken zijn net als kinderen: ze zijn allemaal anders en het was moeilijk om ze groot te brengen, maar de liefde die je voor ze voelt, is honderd procent gelijk.’
VN verloot 8 pakketten met daarin alle 5-sterren titels. Wilt u kans maken op 1 van deze pakketten? Geef voor 1 juli antwoord op de vraag: Welke 5 boeken herkent u in dit filmpje?





Pingback: De zomerbruid – over detectives en thrillers | juffiegelukkigonderweg