Redders van het Kapitalisme

door

In deze crisistijd laait de discussie tussen aanhangers van J.M. Keynes en F. A. Hayek weer op. Een nieuw boek nuanceert de tegenstellingen tussen de vrienden.

Economen zijn overal. Ze worden naar radio, krant of televisie gesleept om het heden en de toekomst te duiden. Dat ze in de regel volstrekt tegengestelde dingen zeggen, doet niets af aan hun aura. Het gezag van ‘de wetenschapper’ mag in verval zijn, de econoom heeft daarover niets te klagen. De populariteit van het vakgebied blijkt ook uit de recente belangstelling voor wat ‘het debat van de eeuw’ is gaan heten: dat tussen de economen John Maynard Keynes en Friedrich August Hayek in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Zij belichamen de klassieke tegenstelling tussen overheidsingrijpen en vrije markt, en bieden mensen de gelegenheid een kamp te kiezen. Zo circuleren op internet twee filmpjes, samen vierenhalf miljoen keer bekeken, waarin Keynes en Hayek (gespeeld door mensen die een beetje op ze lijken) een rap battle houden. In de commentaren op de filmpjes gaan mensen met elkaar in discussie over wie er gelijk had.

Yo Keynes

Hoe fanatiek de navolgers zijn, bleek ook toen de London School of Economics afgelopen juli een debat organiseerde tussen Keynes- en Hayek-aanhangers. Het anderhalf uur durende spektakel is te bekijken op YouTube. De debatleider, aan zijn gefrons en geknik te zien op de hand van Hayek, vraagt het publiek om partij te kiezen door ‘Yo Keynes!’ of ‘Yo Hayek!’ te roepen. Voor de optie ‘Yo neither!’ kiest niemand. Vervolgens vliegen vier economen elkaar in de haren met verwijten en metaforen. Hoogleraar economie George Selgin antwoordde op de vraag of Hayek een oplossing te bieden heeft voor de huidige crisis: ‘Hayek heeft gewaarschuwd voor wat er gebeurt als de centrale bank de rente verlaagt, en nu wordt er geklaagd dat hij geen oplossing heeft. Het is alsof iemand boos wordt dat je zijn kater niet kunt verhelpen, terwijl je hem had gewaarschuwd voor de drank.’

F.A. Hayek. Foto: Hulton/Deutsch Collection / Corbis

Labour-econoom Duncan Weldon slaat terug met een eigen medische beeldspraak. ‘Als je kiespijn hebt, wil je dan naar dokter Keynes, die een oplossing voor je zoekt, of geef je de voorkeur aan dokter Hayek, die zegt: “Je had überhaupt geen kiespijn moeten krijgen, maar maak je geen zorgen, je rottende kiezen vallen er vanzelf uit.”‘ De deelnemers komen allemaal met hun eigen cijfers en bewijzen, die door de tegenstanders simpelweg niet worden geaccepteerd. De keynesianen beweren dat het catastrofaal was geweest als overheden in 2008 de banken niet hadden gered. De hayekianen zeggen het tegenovergestelde: de ‘slechte’ banken hadden moeten vallen, de markt zou wanbeleid nooit belonen. En ook over het effect van Obama’s stimulus van 787 miljard dollar in 2008 is men het vurig oneens. Het blijkt moeilijk discussiëren: we kunnen niet terugspoelen naar 2008 en de geschiedenis op een andere manier overdoen. Het debat blijft een tenniswedstrijd. Keynes-biograaf Robert Skidelsky: ‘Ik heb geen bewijzen dat bezuinigen de economie helpt.’ Filosoof en Hayek-aanhanger Jamie Whyte: ‘U wilt dat de overheid geld uitgeeft om groei te stimuleren, terwijl is aangetoond dat dit niet werkt!’ Skidelsky: ‘Overheidsingrijpen tijdens de New Deal heeft de economie uit het slop getrokken!’ Selgin: ‘Uit historisch onderzoek blijkt dat de economie zich pas herstelde toen Truman de New Deal opdoekte.’

Tja. Wat moet de leek hiervan denken? Heeft het wel zin om Keynes en Hayek tegenover elkaar te zetten? In het nieuwe boek van de Britse journalist Nicholas Wapshott, die eerder een biografie schreef over Margaret Thatcher, worden veel van de tegenstellingen genuanceerd. Hoewel de titel (Keynes Hayek. The Clash That Defined Modern Economics) suggereert dat de economen gelijkwaardige tegenstanders waren, zegt de auteur zelf in een interview dat het ‘appels met peren vergelijken’ is. Hayek is bekender geworden met zijn politieke filosofie dan met zijn economische theorieën: die laatste ‘doorstaan de elektriciteitstest niet’. Het huidige debat wordt dan ook gevoerd, in de woorden van Wapshott, tussen de economie van Keynes en de politiek van Hayek.

Optimist

Wapshott beschrijft in zijn boek hoe de ideeën van John Maynard Keynes (1883-1946) voor een groot deel werden gevormd door karakter (optimistisch), opleiding en historische omstandigheden (een hoge werkloosheid). Hij studeerde aan Cambridge, het thuishonk van de interventionistische economie. Na zijn afstuderen kreeg Keynes hoge posten als adviseur van de regering en bij de Treasury. ‘Keynes had de optimistische visie,’ aldus Wapshott, ‘dat het leven niet zo zwaar hoefde te zijn, als de machthebbers maar de juiste beslissingen zouden nemen.’ De werkloosheid die Groot-Brittanni� teisterde in de vroege jaren twintig kon volgens hem worden verholpen door een actieve overheid. Die moest in tijden van crisis de economie stimuleren door de rente te verlagen en te investeren in grote projecten, zoals infrastructuur of woningbouw. De werkgelegenheid die hierdoor zou ontstaan, zou leiden tot meer consumptie en minder uitgaven aan sociale voorzieningen. De overheid kon zich zo een weg uit de crisis spenderen en de eventuele schulden later, als het weer goed ging, terugbetalen.

J.M. Keynes. Foto: Gordon Anthony / Getty Images

Keynes’ onorthodoxe ideeën werden met verbazing en ongeloof ontvangen door mede-economen en politici. Het gemak waarmee hij sprak over het maken van schulden stuitte op weerstand in een tijd die nog werd gedomineerd door de klassieke economie. Maar dat veranderde door de depressie en de gigantische werkloosheid die volgden op de beurskrach van 1929. De Amerikaanse president Roosevelt nam allerlei maatregelen die als keynesiaans kunnen worden gezien. En na de Tweede Wereldoorlog werd de hele westerse economie naar keynesiaans recept ingericht. De grote econoom overleed in 1946, hij kon de zegetocht van zijn ideeën in de jaren vijftig en zestig zelf niet meer meemaken.

32 triljoen mark

De flamboyante dandy Keynes leek qua voorkomen in niets op de stugge, introverte Friedrich von Hayek, wiens matige sociale vaardigheden werden benadrukt door een vet Duits accent. Hayek (de ‘von’ verdween in de loop van zijn leven) groeide op in Oostenrijk en diende tijdens de Eerste Wereldoorlog in het leger. Na de oorlog was hij in Wenen getuige van de hyperinflatie die de hele middenstand om zeep hielp. Voor een paar schoenen dat in 1913 nog twaalf mark kostte, moest de Oostenrijker tien jaar later 32 triljoen mark neertellen. Het spaargeld van de familie Hayek was niets meer waard. Hayek, wiens ambtenarensalaris keurig werd aangepast aan de inflatie, kreeg tweehonderd salarisverhogingen in acht maanden. Door deze belevenissen ging hij inflatie zien als het grootste kwaad in de economie – meer dan werkloosheid. In de jaren twintig studeerde hij bij de Oostenrijkse vrijemarkteconoom Ludwig von Mises, waarna hij in 1931 als tegenhanger van Keynes werd binnengehaald aan de London School of Economics. Keynes en Hayek, die gaandeweg goede vrienden werden, discussieerden in brieven en tijdschriften over de rol die de overheid zou moeten hebben in het stimuleren van de economie. Volgens Hayek zouden renteverlagingen leiden tot inflatie en zouden overheidsinvesteringen inefficiënt zijn en zorgen voor onnodige publieke schulden. Uiteindelijk waren het economische omstandigheden die een tijdelijke winnaar aanwezen. De depressie van de jaren dertig dreef de meeste economen en politici in de richting van Keynes en zeker na de Tweede Wereldoorlog werden de ideeën van Hayek verdrongen naar de periferie. Zelf begon hij toen weg te bewegen van de pure economie. In 1944 publiceerde hij The Road to Serfdom, een politiek-filosofisch werk waarin hij waarschuwde voor de gevaren van een grote overheid. Het werd het pamflet van de conservatieve beweging in Amerika en het vestigde Hayeks reputatie als een tegenstander van overheidsinterventie. Maar het zou nog dertig jaar duren voor Hayek brede erkenning kreeg. In de jaren vijftig en zestig, een tijd van ongeremde voorspoed en een uitdijende overheid, werd Hayek door de meeste mensen gezien als een reactionaire zuurpruim. Pas in de tweede helft van de jaren zeventig, toen de economische groei stokte, werd The Road to Serfdom opgepakt en bejubeld. Met onder de fans Ronald Reagan en Margaret Thatcher. Het tijdperk van Keynes kwam ten einde en Hayek, die inmiddels klinisch depressief was, werd een ster.

De bodem uit de wereld

Keynes en Hayek waren in veel opzichten elkaars tegenpolen, maar het zijn toch vooral hun volgelingen geweest die van hun meningsverschil de ‘clash’ hebben gemaakt. De manier waarop Keynes en Hayek nu worden gepresenteerd in politiek en media is een simplificatie van hun werkelijke standpunten. De twee denkers zijn eigenlijk, zoals Wapshott in het eerder genoemde interview al aangaf, moeilijk met elkaar te vergelijken. Keynes was een briljante econoom met totaal nieuwe ideeën over hoe de economie werkt. Zijn hoofdwerk, The General Theory of Employment, Interest and Money, is decennialang vrijwel overal ter wereld richtinggevend geweest voor het conjunctuur- en werkgelegenheidsbeleid. Hayek heeft nooit een economisch werk geschreven dat zich wat wetenschappelijke reputatie betreft kon meten met The General Theory. Als econoom is hij veel minder invloedrijk geweest dan Keynes. Toen hij werd aangenomen aan de University of Chicago mocht hij daar komen werken aan de faculteit Committee on Social Thought, niet aan de economische faculteit. Zelfs mensen die zijn politieke ideeën deelden, waren geen bewonderaars van zijn economische theorieën. De vrijemarkteconoom Milton Friedman, die Hayeks oeuvre (op The Road to Serfdom na) ‘onleesbaar’ vond, was het bijvoorbeeld oneens met diens overtuiging dat de overheid in tijden van crisis niets moet doen. Friedman noemde het ‘schadelijk’ om ‘de bodem uit de wereld te laten vallen’. Het populaire The Road to Serfdom overschaduwde op den duur Hayeks economische denken. Dat concludeert ook New York Times-columnist en Nobelprijswinnaar Paul Krugman, die onlangs in een column schreef dat ‘the Hayek thing’ meer over politiek gaat dan over economie. ‘Zonder The Road to Serfdom – en de manier waarop dat boek is gebruikt om de welvaartsstaat te bestrijden – zou niemand praten over zijn ideeën over de conjunctuurcyclus.’ Keynes, op zijn beurt, heeft nooit een boek geschreven als The Road to Serfdom. Had hij dat wel gedaan, dan was de discussie minder asymmetrisch geweest. Hayek-aanhangers verwijten Keynes en zijn volgelingen nu vaak cryptosocialisten te zijn, terwijl Keynes in werkelijkheid grote bewondering had voor Hayeks ideeën over vrijheid. In een brief aan Hayek schreef hij, na het lezen van The Road to Serfdom: ‘Ik vind het een groots boek. We hebben allemaal veel reden je dankbaar te zijn voor het zo prachtig verwoorden van wat zo nodig gezegd moest worden. Je zult niet verwachten dat ik alle economische dicta uit het boek accepteer. Maar moreel en filosofisch ben ik het eens met bijna alles uit het boek; en niet alleen ben ik het ermee eens, ik ben het er ten diepste mee eens.’

Reactie op het socialisme

Dit citaat verwoordt de andere nuance uit Wapshotts boek. Niet alleen is de vergelijking vaak lastig en asymmetrisch, ook was er op sommige punten geen groot verschil tussen de denkbeelden van Keynes en Hayek. Ze formuleerden hun theorieën deels in reactie op het socialisme dat in de jaren dertig aan populariteit won. Beiden wilden het kapitalisme redden. Hayek deed dat door in The Road to Serfdom te wijzen op de gevaren van overheidsingrijpen; Keynes door maatregelen voor te stellen die het socialisme overbodig zouden maken. Ook in hun ideeën over de rol van de staat waren de verschillen minder groot dan vaak wordt aangenomen. Keynes waarschuwde bijvoorbeeld voor een te roekeloze schuldenopbouw. In tijden van economische depressie was de overheid geoorloofd zich in de schulden te steken om de economie op gang te helpen, maar in hoogconjunctuur moest ze terughoudend zijn en de schulden terugbetalen. Om deze reden was hij dan ook kritisch over Roosevelts New Deal. En Hayek, aan de andere kant, was niet de rigide libertair die je zou verwachten op basis van de titel The Road to Serfdom. De overheid had volgens hem een taak in het bieden van een sociaal vangnet en er waren zelfs gevallen denkbaar waarin ze werkloosheid mocht bestrijden – zolang de vrije handel maar niet werd bedreigd. Ook in de praktijk zijn vergelijkingen tussen Keynes en Hayek lastig te maken. In het tweede deel van zijn boek laat Wapshott zien dat er in Amerika altijd een groot verschil is geweest tussen de retoriek en het beleid van een regering. Het beste voorbeeld is Ronald Reagan. Deze president, aan wie de meeste Amerikanen nog altijd met warme gevoelens terugdenken, zei een groot fan te zijn van Hayek. In sommige opzichten leek hij inderdaad een echte hayekiaan te zijn. De rente werd verhoogd en de belastingen verlaagd, waardoor de inflatie afnam en de economie groeide. Maar in andere opzichten voerde hij een Keynesiaans beleid. Hij leende geld dat hij investeerde in defensie, waardoor de overheidsschuld gigantisch groeide. De econoom John Kenneth Galbraith noemde het achteraf ‘onvrijwillig, anoniem keynesianisme’.

Hayek in 1984 met een groep studenten aan de London School of Economics

Allemaal Oostenrijkers

Een echte rehabilitatie van Keynes leek er te komen in 2008, toen George W. Bush typisch Keynesiaanse maatregelen nam. Op dat moment waren er weinig protesten. In de woorden van de Amerikaanse journalist John Cassidy: ‘We waren allemaal keynesianen, en we wisten het – voor gedurende ongeveer vijf minuten.’ Want toen Obama kort na zijn aantreden zijn stimuleringsplan bekendmaakte, zwol het protest alweer aan. Een jaar later maakte de Tea Party furore door een terugkeer naar hayekiaanse soberheid te bepleiten. De polarisatie was compleet.

Inmiddels is het kiezen voor Keynes of Hayek, zeker in de Amerikaanse politiek, uitgegroeid tot het doen van een geloofsbelijdenis. Tea Party-icoon en Republikeins presidentskandidaat Ron Paul zei onlangs in een speech te hopen dat we binnenkort ‘allemaal Oostenrijkers zijn’ – verwijzend naar het bekende gezegde dat we nu allemaal keynesianen zijn. Linkse opiniemakers en economen roepen juist dat het tijd wordt voor de terugkeer van Keynes. Niet voor niets heet het nieuwste boek van Robert Skidelsky Keynes. De terugkeer van de meester. Keynes en Hayek zouden het tragikomisch vinden dat hun ideeën tot orthodoxie zijn verheven. Keynes was, in de woorden van zijn biograaf Skidelsky, een ‘kwikzilverachtige’ denker die speelde met ideeën en vaak van mening veranderde. Zijn Treatise on Money uit 1930 was al door de snelheid van zijn geest achterhaald tegen de tijd dat het werd gepubliceerd. Hayek wees er in zijn Nobelprijs-speech uit 1974 op dat economen zich bewust moesten zijn van hun nederigheid. ‘Het schijnt mij toe dat het onvermogen van economen om succesvol beleid te ontwerpen, samenhangt met hun neiging zo nauwkeurig mogelijk de procedures van de natuurwetenschappen te volgen – een onderneming die in ons vakgebied tot grote fouten kan leiden.’ Een economische theorie stop je niet in de deeltjesversneller; het is voor een groot deel trial and error.

Gepubliceerd op: | 1 Comment


  • Andre

    Hahaha!

    Zo erg was dat toch niet. Wel voor de Reichskulturkammer vd NRC blijkbaar.

    Krabben jullie je nooit eens achter je oren of je wel op het juiste spoor zit?

© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.