Holmans verbeelde terrorist

door

In het toneelstuk ‘Breivik ontmoet Wilders’ buigt Theodor Holman zich over de verhouding tussen woorden en geweldsdaden. Zegt het ook iets over Mohamed Merah?

Illustratie: Siegfried Woldhek

Geert Wilders is fictie. Althans: de Geert Wilders die Theodor Holman opvoert in zijn toneelstuk Breivik ontmoet Wilders. Onlangs was de eenakter te zien in de Amsterdamse cultuurtempel De Balie, en het opinieweekblad De Groene Amsterdammer was zo goed de tekst integraal af te drukken. Gewaagd om een fictieve ontmoeting te verbeelden tussen de democratisch gekozen politicus Geert Wilders en degene die zegt door diens gedachtegoed geïnspireerd te zijn: de Noorse massamoordenaar Anders Breivik.

Die verzonnen ontmoeting vindt plaats voordat Breivik op 22 juli 2011 in Oslo regeringsgebouwen zou opblazen en op het eiland Utøya ruim zestig tieners zou neermaaien. Beladen om dat nog onschuldige tijdstip te kiezen: de implicatie is dat Wilders zijn ‘volgeling’ nog kon beïnvloeden, van gedachten kon doen veranderen. Conflictstof genoeg, zou je denken. En met een titel als Breivik ontmoet Wilders komen de media-aandacht en theaterbezoekers vanzelf.

Maar, zoals zo vaak, snelde de rel vooruit op het werk. Een spraakmakend interview met Holman verscheen op de islamkritische site De Dagelijkse Standaard. In die wellicht ongeautoriseerde tekst – want zonder de nuance, de intellectuele redeneringen, de literaire ambiguïteit en de ironie die zijn toneelstuk rijk is – konden we lezen dat de angst die Wilders en Breivik delen voor een naderend Eurarabië, ook ‘s auteurs gedachtegoed raakt. Weliswaar nam Holman nadrukkelijk afstand van de daden van Breivik, maar de rapen waren meteen gaar. Boze brieven in Het Parool, de krant waar Holman columnist is. De VARA-site Joop.nl liet (en laat) zich in deze, als te verwachten, evenmin onbetuigd. Wat zijn ze kwaad.

Treurig is wel dat de fixatie op de persoon van de auteur resulteert in een armoedige weigering te kijken naar wat zijn toneelstuk opwerpt. Op het podium in De Balie staan de acteurs Thijs Römer (Anders Breivik) en Hugo Koolschijn (Geert Wilders). Verder is er een non-verbale, meerduidige rol weggelegd voor de danser Abdel Baaddi. Een choreografische toevoeging, want in Holmans tekst ontbreekt hij. Maar de regisseur zette hem op het toneel neer als een zwarte verschijning die dan weer om zich heen kijkt als een bodyguard, dan weer zich opvreet bij heftige uitspraken over moslims.

Openlijke twijfel

Ik kende de tekst al voor ik het toneelstuk zag. Toch werkte het direct vervreemdend om Wilders verbeeld te zien door een hoofdhaarloze acteur. Koolschijn is overdonderend kaal. Wilders uitbeelden en daarbij afzien van de beproefde blonde Koefnoen-pruik is een statement. Nog voor er wat gezegd is, krijgen we aldus ingestampt: dit heeft niks te maken met de realiteit van de niet-fictionele figuur Geert Wilders.

Als de woorden weerklinken, zal zelfs de grootste theaterongevoelige van dat besef doordrongen zijn. En niet alleen omdat die inmiddels vertrouwde Limburgse tongval ontbreekt. We kennen de échte Wilders van heldere en vaak provocatieve oneliners en apodictische beweringen. Niet van openlijke twijfel en de bereidheid tot een intellectueel vertoog met een onbekende als Breivik, die van hem wil weten hoever hij bereid is te gaan. Tot die kern wordt Holmans toneelstuk op de planken teruggebracht.

De afgedrukte tekst, de oorspronkelijke versie, biedt een ruimer kader. De plaats van handeling is dezelfde: een vertrek op het vliegveld Heathrow waar Wilders moet wachten tot hij uitgezet wordt naar Nederland. Maar het stuk telt nu vier sprekende personages in plaats van twee: naast Wilders en Breivik de beveiligers Ezau en Jacob.

Opmerkelijk bijbelse namen voor een stel hedendaagse beveiligers. Er valt veel te zeggen over het verhaal (in Genesis) van de tweelingbroers Jacob en Ezau, maar de kern lijkt mij het gegeven van de broedertwist. Gezien hun bepaald niet zwart-witte karaktertekening in het Bijbelverhaal – noch onversneden goed, noch slecht – moet een oordeel over hen berusten op de interpretatie van hun gedrag. Alsof Holman via deze poortwachters tot Wilders de lezer/kijker uitnodigt de personages op die manier te bezien.

Even nadrukkelijk wordt Breivik gepresenteerd: via voorspraak van Wilders’ fractiegenoot Martin Bosma, die vanwege zijn pamflettistische boek De schijn-élite van de valse munters (2010) de PVV-ideoloog wordt genoemd. Wilders, in een eenzijdig hoorbaar telefoongesprek met Bosma: ‘Is het niet weer zo’n gek die met me op de foto wil? (…) Waarom? (…) Noorwegen?’ Zijn gesprekspartner Breivik wordt dus aangebracht vanuit de ideologische hoek – dat is het ‘speelterrein’ van de komende dialoog.

Geen fascist

De vraag die eerst door Breivik wordt gesteld en daarna door Wilders is: ‘Hoever bent u bereid te gaan?’ In eerste instantie, in het begin van het toneelstuk, is het moeilijk om vat te krijgen op Breivik, omdat hij beweert precies zo te zijn als de door hem bewonderde Wilders. Steeds geeft hij mee: is Wilders geen fascist, dan hij ook niet. Tegen het slot van hun ontmoeting zegt Breivik dat hun gesprek afgelopen is ‘met de trieste constatering dat we gelijk denken, gelijk oordelen, gelijk analyseren, gelijk voelen maar verschillend handelen’.

Geert Wilders (links, Hugo Koolschijn) en Anders Breivik (Thijs Römer) in debat: 'U bent gek!' Foto: Jan Boeve/HH

Wilders reageert met: ‘Ieder zijn eigen verantwoordelijkheden. U bent een ridder, een militair, ik een politicus. (…) ik geloof in de democratie. De democratie die u beschermt en mij beschermt. De democratie die althans een poging doet om het beste argument te laten prevaleren, al geef ik toe dat, vooral in Nederland, naar goede argumenten nauwelijks wordt geluisterd. Maar de meerderheid maakt dat uit, en ik wil me daarin schikken.’

Het voorgaande, intellectuele dispuut tussen de twee hoffelijke heren doet nogal sofistisch aan. Zo zegt Wilders dat een democraat iemand is die gelooft in een beslissing die de meerderheid neemt en dat een populist iemand is die gelooft in een meerderheid die een beslissing neemt. Hij concludeert daarop dat populisme democratie is – geen sluitende redenering.

Het eigenlijke punt tussen de spitsvondigheden en paradoxen wordt gemaakt wanneer Wilders Breivik toevoegt: ‘U bent gek!’ Breivik riposteert: ‘Gekte, krankzinnigheid, psychoses… Als je ze hebt, wordt veel je vergeven. Een stoornis is de duivel aan wie je je verantwoordelijkheid hebt verkocht.’

Wilders: ‘Je blijft verantwoordelijk voor je daden.’

Later zal Wilders zeggen: ‘Men mag denken wat men wil, vinden wat men wil. Dat heet vrijheid. Men mag niet doen wat men wil. Er zijn wetten.’

Het hoort bij Holmans ironie dat zíjn Wilders, gedwongen door de provocateur Breivik die hem steeds met de neus op akelige feiten drukt, telkens haast voorbeeldig moet uitleggen dat hij in de democratie gelooft, dat hij geweld afwijst, dat hij hoopt dat de beste argumenten winnen. Opzettelijk out of character. Hij is het redelijk alternatief zelf, in vergelijking met Breivik die tot het uiterste doorrationaliseert, voorbij de grens van elke vorm van humaniteit. Dat wat Wilders menselijk maakt, bijvoorbeeld zijn vrees om vermoord te worden, maakt hem (in Breiviks visie) ook zwak.

Waanzin

Niet zomaar legt Holman zo veel gewicht op het gedrag – dat merkt hij aan als de bepalende factor. En vervolgens op gekte, want dat is het enige antwoord op de vraag waarom zovelen die Breiviks denkbeelden delen niet uit moorden gaan en hij dat wel deed. Gedachten incrimineren niet, zelfs niet als ze ons naar duister terrein voeren. Daarnaar handelen, de daad bij het woord voegen, toegeven aan de pathologische drang tot vernietigen, zoals Breivik dat in werkelijkheid deed, criminaliseert wél. Breiviks wil tot kwaad, die hem een evenknie maakt van de islamistische moordenaar van Theo van Gogh, onderscheidt hem van Wilders, die in deze ‘oorlog’ als iedere democraat, ieder beschaafd mens aan het kortste eind trekt.

Waanzin. Dezelfde slotsom als Tim Krabbé aanvoert in zijn studie Wij zijn maar wij zijn niet geschift. De schietpartij van Columbine, waarin hij zich door een berg aan feiten, verklaringen en teksten werkt om empathisch zicht te krijgen op de motieven van de twee adolescente schutters op die Amerikaanse middelbare school in 1999. Hij was uit op de exacte toedracht, ontdaan van nonsensverhalen, mythes, leugens, ideologische vertekeningen. Bij al die zinloze terreurdaden, van Virginia Tech tot Alphen aan den Rijn, komen we nooit verder dan de dooddoener dat de dader getikt is. Soms is dat lastig uit te maken, zoals in het geval van een van de schutters van Columbine, die uitgesproken intelligent was en wiens dagboeken menig hersenkronkel blootleggen. Het knappe aan Krabbé is dat hij die teksten serieus genomen heeft, daar systeem in heeft proberen te brengen, teneinde zoveel mogelijk onder de huid van die jongen te komen. Inderdaad vond hij een overtuigende verklaring van het waarom van de gruwel, maar in retrospectief lijken de daders daardoor niet minder gestoord.

Islamofobe biotoop

Of Breivik al dan niet spoort is lastig uit te maken omdat zijn op het internet leesbare ‘manifest’ een op hoofdlijnen samenhangend betoog bevat. Ook hem kun je geen hoge intelligentie ontzeggen. Trouw-redacteur Eildert Mulder ontsluit Breiviks denkwereld in zijn recente boek Anders Breivik is niet alleen. Zoals de titel al aangeeft, vecht Mulder de ‘eenzame wolf’-theorie inzake Breivik aan, de stelling dat de dader alleen geopereerd heeft. ‘Waarschijnlijk opereerde hij inderdaad alleen, zonder medeplichtigen,’ schrijft Mulder. ‘Maar zijn ideologie is niet uniek,’ vervolgt hij. Breiviks gedachten zijn ingebed in ‘een islamofobe biotoop’; zijn manifest zou het Mein Kampf van deze tijd zijn. Volgens Mulder, begrijp ik, heeft de blogger Fjordman – ‘een Breivik light’ aan wie Breivik denkbeelden ontleende – daarmee ook bloed aan zijn handen.

Mulder gaat dus uit van een direct verband tussen woord en daad: ‘Ze versterkten elkaar’, schrijft hij. Precies tegen die opvatting keert Breivik ontmoet Wilders zich. In Holmans visie is het ronduit idioot om, als in een perverse vorm van wederkerigheid, denkbeelden (en degene die ze ventileert) (eind)verantwoordelijk te stellen voor het (uitzonderlijke) gedrag van een persoon die deze inspiratie in gruweldaden omzet. Van zulke gedachtepolitie moet hij niks hebben.

De vraag dient zich aan hoe we, na lezing van Krabbés studie en Holmans toneelstuk, kunnen kijken naar de aanslagen door Mohamed Merah in Toulouse. De feiten zijn bekend: eerst de moord op drie Franse militairen (van Noord-Afrikaanse komaf), daarna die op een burger en drie kinderen op een Joodse school. Hij maakte deel uit van een radicaal salafistische organisatie en reisde naar het van jihadisten vergeven grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan. Dat riekt naar bemoeienis met Al-Qaida. Maar hij keerde terug met slechts toeristische kiekjes, las ik in een krant. Dat riekt naar inbeelding, Kees de jongen bij de Taliban. Anders dan Breivik laat hij geen manifest achter. We moeten het doen met speculaties.

Door zijn dood is Merah min of meer ook een fictief personage geworden, hoe verschrikkelijk echt zijn daden ook zijn geweest en nog steeds doorwerken. Het is de fantasie van anderen die zijn motieven zullen invullen en zijn handelen zullen duiden. Voor zijn bewonderaars – en die zijn er helaas – krijgt hij zelfs mythische proporties. Maar is deze voormalige kruimeldief in literair opzicht een vruchtbaar personage? Mij dunkt van niet. Daarvoor, zo tonen het toneelstuk van Holman en het boek van Krabbé, heb je daders met een forse, verknipte intelligentie nodig. Een bovenkamer waar het kwaad zich als een tumor kan nestelen. Een goudmijn, voor de schrijver die dat aandurft.

Gepubliceerd op: | 2 Comments


  • Edo

    Hey lieve Jeroen, vergeet je niet dat Theodor Holman heeft aangegeven dat Breivik’s analyse volledig klopt, dat hij zich volledig kan vinden in de matteklappe tekstjes van Martin Bosman. Dat daarbij de toneeltekst een bizarre open deur in trapt, namelijk dat Breivik anders is dan Wilders, en daarmee Wilders probeert neer te zetten als een vredelievend jongetje?
    Hoe krijg je ‘t dan voor elkaar om dit tekstje te produceren?

  • Edo

    Hey lieve Jeroen, vergeet je niet dat Theodor Holman heeft aangegeven dat Breivik’s analyse volledig klopt, dat hij zich volledig kan vinden in de matteklappe tekstjes van Martin Bosma. Dat daarbij de toneeltekst een bizarre open deur in trapt, namelijk dat Breivik anders is dan Wilders, en daarmee Wilders probeert neer te zetten als een vredelievend jongetje?
    Hoe krijg je ‘t dan voor elkaar om dit tekstje te produceren?