‘Op Herman Kochs dikke Jaguar was ik wel jaloers’

door

Journalist Visser interviewt schrijver Visser: ‘Heb je echt geen beter idee? Ik had gehoopt dat je mij iets over mijn nieuwe boek, “Hotel Linda”, zou vragen.’

‘Leuke kat ook. Hoe heet-ie?’ Foto: Maarten Kools

Op het Amsterdamse Victorie­plein, in het huis waar Annie Romein-Verschoor ooit haar meesterwerk Omzien in verwondering schreef, woont –
‘Wacht.’

Mag ik even mijn introductie afmaken?
‘Ik heb liever niet dat je…’

Te veel privégegevens vermeldt? Ik denk dat zo’n detail u juist iets intellectueels kan meegeven. Zo, die Visser! Annie Romein! Zelfs de lezers die geen idee hebben wie zij is, zullen denken: kennelijk woont deze meneer in het huis van een beroemdheid – zal-ie zelf ook wel iets te melden hebben. Moet ik dan schrijven dat u een mavo-klant uit Brabant bent?
‘Nee, maar…’

Goed, in dat huis dus, in de schaduw van de Wolkenkrabber, woont de man die al sinds 1998 voor het dagblad Trouw de interviewreeks De Tien Geboden verzorgt. Aan de hand van de decaloog heeft Visser ook tientallen schrijvers geïnterviewd. Van Harry Mulisch tot Franca Treur, van Hella Haasse tot Arnon Grunberg. Hoogste tijd om de journalist-romancier eens te vragen naar de verhalen áchter deze ontmoetingen met zijn collega’s.
‘Dit meen je toch niet hè?’

Wat?
‘Heb je echt geen beter idee? Ik bedoel: ik doe mijn werk met liefde en plezier, maar ik had gehoopt dat je mij iets over mijn nieuwe boek, Hotel Linda, zou vragen.’

Zoals?
‘Waar het over gaat, hoe ik op het idee ben gekomen en zo. Je weet wel, de gebruikelijke dingen die we schrijvers vragen.’

Ik wil niet vervelend zijn, maar ik vind het haakje van die reeks in Trouw wel handig omdat u als schrijver pur sang gewoon eh… niet zo interessant bent. U kunt beter iets vertellen over de mensen die u in uw vakgebied bent tegengekomen. Klopt het bijvoorbeeld dat u naar het privé-eiland van John Irving in de Canadese Georgian Bay bent afgereisd om hem te interviewen?
‘Jawel, maar…’

Dát vinden de mensen leuk. Of hoe het was om Jan Wolkers te spreken. Want laten we eerlijk zijn: wat ik las over Hotel Linda – oude jood keert terug naar Amsterdam – is weinig opwindend en qua fotografie zullen we zo te zien ook een beetje fantasie moeten gebruiken om er nog iets moois van te maken, dus…
‘Het is misschien een beetje kinderachtig om te zeggen, maar ik ben wel de winnaar van de Anton Wachterprijs.’

O god, nee toch? Wilt u echt dat antieke rijtje gaan opdreunen? Shortlist-nominatie voor de AKO, winnaar van de Geertjan Lubberhuizenprijs… Dat was in 2003, bijna tien jaar geleden! Maar goed, we kunnen er wel even op voortborduren. Uw debuutroman De laatste dagen werd uitstekend gerecenseerd. De start was goed. Waar is het misgegaan?
‘Misgegaan?’

U gaat toch niet beweren dat de opvolger, De Hemelval…
‘Hemelval. Zonder De.’

…een bestseller was? Of gaat u mij nu vertellen dat het aan uw uitgever lag? Zo’n sneu verhaal over te weinig aandacht, een te klein reclamebudget en slechte pr?
‘Ik moet je eerlijk zeggen dat ik wel jaloers was op Herman Koch met wie ik eerst samen bij Augustus zat. Ik zal nooit vergeten hoe hij, niet lang nadat hij bij Ambo Anthos een contract had afgesloten, met een dikke Jaguar – precies de auto die ik graag zou willen hebben – naar het café kwam rijden om mij te vertellen dat hij dit al véél eerder had moeten doen.’

Ik zag hier een krakkemikkige Volvo voor de deur staan. Uw overstap naar De Arbeiderspers is in die zin dus niet zo’n succes geweest?
‘Nee, stop, dit gaat de verkeerde kant op. Straks laat je mij nog iets onaardigs zeggen en dat wil ik echt niet. Ik wil als een volwassen, evenwichtige schrijver uit dit interview naar voren komen. Niet als een zeurpiet. Of een bakvis.’

U mag de tekst nog lezen voordat ik hem inlever, hoor.
‘Ja ja, en op feitelijke onjuistheden controleren zeker? Ik las laatst ergens: don’t look back, that’s not the way you are going. Dat vind ik een mooie uitspraak. Ik ga je gewoon iets over Hotel Linda vertellen – zie maar wat je ermee doet. Ik kwam dus op het idee voor dit boek doordat de oom van mijn vriendin (Liddie Austin, ook journalist – AV) mij op… doordat de oom van… nee, wacht even… wat doet die opmerking tussen haakjes daar ineens?’

Zo kunnen we het verhaal een persoonlijk tintje meegeven. Twee journalisten onder één dak; wat zou dat, behalve drie kinderen, nog meer kunnen opleveren? Human interest. Begrijpt u?
‘Ik…’

Leuke kat ook. Hoe heet-ie?
‘Don. Maar…’

Don. Zetten we dat er ook nog even in. Staat goed. Echte schrijvers hebben katten.
‘Ik begrijp werkelijk niet wat dit nou allemaal met mijn boek te maken heeft.’

Weest u alstublieft niet heiliger dan de paus, meneer Visser. U vraagt Arthur Japin toch ook hoe het is om met twee partners samen te leven? Alsof dát iets met literatuur te maken heeft. Nou kom, wat vertelde die oom u op een avond?
‘Hij zei dat zijn vader iemand had gekend die na de oorlog in Brazilië diamanten was gaan zoeken. Ik weet niet meer of die kennis succesvol was geweest, maar ik vond het idee op zich al leuk genoeg om te onthouden. Niet veel later – of eerder, dat kan ook – hoorde ik uit diezelfde familie nog een aardig verhaal. De oma van mijn vriendin correspondeerde met een of andere oude man in Brazilië die op een dag de platonische relatie wilde omzetten in iets wezenlijks en naar Amsterdam trok om oma beter te leren kennen. Zij vond het in eerste instantie wel een goed idee, maar toen de Bra­zi­liaan bij haar op de stoep stond, zei ze: “Eh, nee, toch maar niet.” Waarop de stakker zijn intrek nam in Hotel Linda op de Amster­dam­se Stadhouderskade, ziek werd en tenslotte van verdriet het loodje heeft gelegd. Dat laatste weet ik niet zeker, maar ik vond het wel een passend einde. Die twee verhalen ben ik gaan mengen met andere ideeën die ik had en…’

‘Ik maakte een businessplan en ging op pad’. Foto: Maarten Kools

Uw vorige boek, Paganinipark, had niet zulke mooie recensies.
‘Waarom zeg je dat nou?’

Het is toch zo?
‘Ja, maar dit begrijp ik gewoon niet. Je krijgt van Vrij Nederland een prachtige kans om jezelf te interviewen en dan ga je dit soort dingen opschrijven.’

Prachtige kans, prachtige kans… Waarom denkt u eigenlijk dat ik hier zit? En niet Jeroen Vullings, Carolina Lo Galbo of Coen Verbraak, desnoods? Hoe zou het komen dat ze niet de moeite hebben genomen om een échte interviewer langs te sturen?
‘Ik weet niet welke kant je op wilt, maar ik heb geen zin in dit soort schizofrene exercities, dus als je het niet erg vindt, doe ik nu even net alsof ik je niet hoor. Hotel Linda is een prachtig boek geworden. Mijn beste tot nu toe.’

Denkt u dat veel lezers dat met u eens zullen zijn?
‘Ik hoop het. We zullen er alles aan doen om het boek onder de aandacht te brengen.’

Er wordt minder gelezen, weinig verkocht. Auteurs moeten door allerlei hoepels springen om een beetje publiciteit te krijgen. Wat hebt u zoal ondernomen?
‘Leuk dat je daar naar vraagt. Ik had een mooi plan voor een wandelkaart door de Amster­dam­se Pijp maar… nee, misschien is dit niet zo’n goed voorbeeld.’

Vertel het nou maar.
‘Oké. Jonah Jacobson, mijn hoofdpersoon, groeit op in de Tolstraat. In diezelfde straat staat de diamantslijperij van Asscher, zijn werkgever. Hij gaat naar de synagoge in de Gerard Dou­straat, hij maakt wandelingen door de Van Woustraat, de Rijnstraat en hij komt zelfs hier, op het Victorieplein, dat toen nog het Daniël Willinkplein heette. Afijn, Jonah vertrekt op zijn tweeëntwintigste uit Amsterdam en keert er op zijn negenentachtigste voor het eerst weer terug. Ook dit keer kuiert hij door de Pijp en de Rivierenbuurt. Het leek mij leuk om een plattegrond te laten drukken waarop zoiets als een Jonah Jacobson-route staat uitgestippeld. Zodat mijn lezers ook letterlijk een wandeling door het verhaal zouden kunnen maken.’

Goed bedacht. Was de uitgever ook enthousiast?
‘Eh… nee, niet echt. Een Twitter-account aanmaken leek hen effectiever. Ik had het plan daarom al laten varen tot ik op het idee kwam om adverteerders in te schakelen. Ik stelde me voor dat de bedrijven die in de roman voorkomen een klein bedrag konden neertellen voor een advertentie en dat we zo het plattegrondje konden bekostigen. Ik maakte een businessplan en ging op pad. Mijn eerste halte was Sandwichshop Sal-Meijer. Ik ga daar vaak lunchen. Maurits, de eigenaar, heb ik zelfs een rolletje in mijn roman gegeven. Ik dacht hem daarmee te kunnen paaien maar hij reageerde amper op mijn verhaal en zei: “Weet je dat Leon de Winter ook al eens over onze zaak heeft geschreven?” Wist ik niet. “Sindsdien zijn er allerlei mensen langs geweest die iets van mij willen. Mijn boekhouder zegt dat hij gek wordt van al die verzoekjes.” Ik had nog geen ja of nee gehoord en schoof een kleurenprint van het boekomslag over tafel. “Kijk, en de H en L zijn in diamantjes geschreven. Die twee letters worden in folie gedrukt, zodat het gaat glimmen.” “Ik moet weer aan de slag,” zei Maurits. Hij stond op en begon met een lapje de toonbank te vegen. Ik zon koortsachtig op een nieuwe vraag, maar hij was me voor…’

Wat vroeg hij dan?
‘“Wil je een viskoekje?”’

Ai.
‘Je begrijpt dat ik mijn businessplan die middag nog in de oudpapierbak heb geschoven.’

Hotel Linda bestaat echt. Waren ze dáár niet te porren voor een of andere stunt?
‘Ja, nou… de uitgeverij had bedacht dat we een prijsvraag konden organiseren met als hoofdprijs een overnachting in Hotel Linda. Ze wilden het hotel daar in betrekken, met boekverkoop, kortingen en dat soort dingen. De onderhandelingen verliepen nogal moeizaam. Na lang aandringen kregen ze uiteindelijk een mailtje van ene Bruce, van de afdeling sales. Hij schreef: “Unfortunately, we are carrying out an innovation plan of the hotel. Afterwards, the name of the hotel must be changed as well. Therefore we have nothing to do with your book ‘Hotel Linda’ any more.”’

Hier zou ik graag een betekenisvolle stilte laten vallen.
‘Ga je gang.’


‘Maar mag ik dan nu nog iets vertellen over de opbouw van mijn roman?’

Nou, eerlijk gezegd…
‘Kijk, Jonah wordt tijdens de oorlog het land uitgeholpen door een meisje, Linda. Zij denkt dat hij vanuit het buitenland mee zal gaan helpen het land te bevrijden, maar Jonah vlucht via België en Frankrijk, over de Pyreneeën, door Spanje, naar Portugal waarvandaan hij de boot neemt naar Brazilië. Het land waar hij zijn diamanten vindt. Trouwt. Gelukkig wordt. Maar hij wil ook zijn schuldgevoel afkopen door, anoniem, de opbrengst van zijn grootste diamant over te maken aan Linda die tijdens zijn vluchtpoging destijds ernstig gewond was geraakt. Lang nadat zijn Braziliaanse echtgenote is gestorven, keert Jonah terug naar Holland. En dan is het de vraag of…’

…we daar nog ruimte voor hebben. En het antwoord is nee. Volgens mij zitten we al bijna aan tweeduizend woorden. Het moet wel een geintje blijven, dit interview met uzelf.
‘O.’

Veel succes verder. Ook met uw journalistieke bezigheden. Wie is de volgende kandidaat voor De Tien Geboden?
‘Marieke van der Pol.’

O, die actrice en scenarioschrijver? Auteur van Bruidsvlucht, en… hoe heet dat nieuwe boek? Voetlicht. Leuk. Heeft zij niet een relatie gehad met Andries van Dantzig, die psychiater? Daar zit wel een verhaal in. Mooie vrouw. Intelligent. En erg succesvol, toch?
‘Zeker. Nou, bedankt. Geloof ik. Ik zal maar zeggen dat het een wonderlijk genoegen was om met je te praten.’

Nee, ú bedankt!
‘Zal ik je even uitlaten?’

Hoeft niet hoor. Ik weet de weg.

Gepubliceerd op: | 2 Comments


  • Hannah

    wauw leuk stuk!

  • http://www.facebook.com/annemarie.dewachter.7 Anne-marie Dewachter

    Het zou leuk zijn mochten journalisten/schrijvers géén dt-fouten maken? toch? Te veel privégegevens vermeld, moet zijn vermeldt…… Sorry, maar ik ben nog van een generatie die zich daar groen en geel aan ergert. Als ik dat gepubliceerd zie, vergaat de lust me om nog verder te lezen.

© 2012 Vrij Nederland De Republiek der Letteren en Schone Kunsten Disclaimer. Site aangedreven door Wordpress. Ontwerp door Tim de Gier.