‘Ik houd graag alle opties open’
door Jhim Lamoree
‘Ik weet dat mensen teleurgesteld waren over mijn visie op het museum toen ik hier bijna drie jaar geleden binnenliep, maar ik wilde dat het Stedelijk zo snel mogelijk weer openging. Daar sta ik nog steeds achter.’
Bij haar aantreden als directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam per 1 januari 2010 verwachtte iedereen van Ann Goldstein (1957) een artistieke visie, maar die gaf zij niet. De kennismaking tussen de nieuwe directeur en het Nederlandse publiek verliep dus stroef. Zij maakte het zichzelf niet gemakkelijk door de verhoudingen verkeerd in te schatten. Amsterdam is eigenaar van het gebouw en de collectie van het museum; renovatie en nieuwbouw zijn in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de gemeente. Van de artistiek directeur werd een wenkend perspectief op de positie en het functioneren van het museum verwacht, maar Goldstein hield zich schuil en stond op haar ponteneur. Wat valt er over een gesloten of leeg museum te zeggen, was en is haar verdediging.
Die fase ligt nu achter ons. Het Stedelijk bevindt zich in de positie van Hercules am Scheideweg, het staat op de spreekwoordelijke tweesprong. Kan het museum nationaal en internationaal de vooraanstaande positie die het innam onder de directeuren Willem Sandberg en Edy de Wilde weer heroveren? Gaat het weer een rol van betekenis spelen in de discussie over kunst en design? Vanaf 23 september gaan we het meemaken, dan opent het geheel gerenoveerde en met een witte badkuip van architectenbureau Benthem Crouwel uitgebreide museum voor het publiek. De ver- en nieuwbouw hebben negen jaar geduurd. De bevalling was zonder twijfel een zware. Aan het succes van het nieuwe museum wordt daarom getwijfeld.
Niet vastgelegd
What is the mission of the museum? Een gesprek met Goldstein wordt in het Engels gevoerd; na bijna drie jaar spreekt zij nauwelijks Nederlands.
‘O, ik weet dat we een nieuwe missie hebben geformuleerd, maar die heb ik niet paraat.’
Geen punt. Wat is volgens haar de missie van het museum?
‘Het Stedelijk is een thuis voor kunst, kunstenaars en publiek. Een huis voor iedereen, in de eerste plaats voor kunst en kunstenaars, maar ook voor een breed publiek dat hier ervaringen op kan doen die het alleen in een museum kan beleven.’ Ze wil graag ‘alle opties openhouden’: ‘Dit instituut zou in staat moeten zijn te improviseren, moedig en flexibel moeten zijn en vooruit moeten kijken. Het gaat erom ons in een positie te manoeuvreren waarin we snel kunnen reageren en een gelaagd programma kunnen aanbieden, op een manier die recht doet aan het karakter van dit instituut. Het aanbod zou kunnen gaan over het speculatieve, over het klassieke, over het hier en nu of over een historisch precedent. Ik zou niet graag willen dat we ons van tevoren hebben vastgelegd op een bepaald programma en ons beperken door vanuit een bepaalde invalshoek te opereren. Ik vind dat we trouw moeten blijven aan onszelf.’
Ontwijkend
Goldstein blijft vormvast. De weinige keren dat ze de pers te woord stond, bezigde zij soortgelijke, goedbedoelde, maar ook erg algemene uitspraken. Ze blijft formeel, houdt vriendelijk lachend afstand, geeft diplomatieke antwoorden. Maar van een directeur van het Stedelijk Museum wordt geen vorm maar vent verwacht. Een persoonlijkheid die voor- en afkeuren heeft en zich daarover inhoudelijk uitspreekt. Willem Sandberg koos onvoorwaardelijk voor Karel Appel, Edy de Wilde raakte verslingerd aan Barnett Newman en Willem de Kooning, Wim Beeren legde de rode loper uit voor Jeff Koons, Rudi Fuchs raakte niet uitgesproken over Georg Baselitz en Gijs van Tuyl bewoog hemel en aarde om een drieluik van Martin Kippenberger aan te kopen. Ze legden hun hartstochten bloot en gaven hun artistieke geloofsbrieven af. Er viel over iets te discussiëren en van mening te verschillen.
Goldstein praat meer ontwijkend dan concreet over de inhoud van kunst. Wat zijn haar voorkeuren?
‘Ik heb natuurlijk ruime expertise op bepaalde gebieden in de kunst, maar ik zou bijzonder bedroefd zijn als ik mijn interesse daartoe zou beperken.’
Oké, maar nu concreet?
Ik ontwijk je vragen niet, dit is de manier waarop ik ze beantwoord.’
Ze doelt op minimal art en conceptuele kunst, revolutionaire kunststromingen die ontstonden in de jaren vijftig, zestig en zeventig. Ze begreep er niets van, zegt ze, was overdonderd en ontregeld toen ze voor de eerste keer in aanraking kwam met conceptuele kunst. Die ervaring was een bepalende. Geen wonder dat ze vaak een uitspraak van Lawrence Weiner, de wandelende combinatie van minimal art en conceptuele kunst, citeert: ‘Een kunstwerk stelt ons in staat onze plek onder de zon te heroverwegen.’
Een plek onder de zon veroverde Goldstein onder meer met A Forest of Signs, een tentoonstelling in 1989 waarin werd getoond dat de wortels van een groep eigentijdse Amerikaanse kunstenaars, onder wie Barbara Kruger, Mike Kelley en Jeff Koons, in de conceptuele kunst lagen. In 2004 was zij betrokken bij A Minimal Future?, een groot historisch overzicht van de minimal art. Meer dan zij wil toegeven, laat haar expertise op die terreinen van de kunst sporen na in haar beleid. Bij de tijdelijke tentoonstellingen in het gerestaureerde oude gebouw in 2010 en 2011 stelde zij voornamelijk de historische minimal art en conceptuele kunst en hun eigentijdse artistieke nazaten tentoon. De monumentale installatie met krachtige zinnen in zwart en wit waarmee Barbara Kruger haar morele gelijk haalde in de zogenoemde erezaal was daar een duidelijke getuige van.

Goldstein in een zaal van het Stedelijk met het werk ‘Verleden/heden/toekomst 2010′ van Barbara Kruger.
Goldstein heeft wel degelijk affiniteiten, maar waarom komt ze daar niet voor uit? Ze zegt dat het Stedelijk ‘moedig’ zou moeten zijn, en ‘trouw aan zichzelf’ zou moeten blijven. Prima. Wat denkt ze dan van het actuele artistieke aanbod? Een terrein waarop het Stedelijk in het verleden zijn publiek vaak de weg wees.
Haar antwoord op de vraag welke kunstenaars zij nu van belang vindt of de afgelopen tien jaar van belang heeft gevonden, is resoluut: ‘Een dergelijke vraag kan ik niet goed beantwoorden, omdat ik zo niet denk.’
Zichtbaarheid verloren
Ann Dee Goldstein was voor haar benoeming in Amsterdam 25 jaar medewerker bij het Museum of Contemporary Art (MOCA) in Los Angeles, dat op initiatief van kunstenaars en verzamelaars in 1979 werd opgericht. Daar klom zij van vrijwilliger op tot de rang van senior curator met gedegen, historisch getinte tentoonstellingen, waarvoor zij voorjaar 2012 werd gelauwerd met de Bard Award for Curatorial Excellence.
De overstap van Los Angeles naar Amsterdam kwam op een cruciaal moment, voor het MOCA én Goldstein. Door de financiële crisis dreigde het museum failliet te gaan en zij zou haar baan verliezen. ‘Toen het MOCA faalde, voelde ik, als iemand die het museum heeft helpen opbouwen, dat ook als mijn falen,’ zei ze in 2010 in het Amerikaanse tijdschrift Artforum. ‘Vreemd genoeg verruilde ik een museum dat bijna was verdwenen voor het Stedelijk, een museum dat zijn zichtbaarheid had verloren.’
Ervaring als directeur van een museum had zij niet. Haar naam stond niet op de lijst van mogelijke kandidaten die haar voorganger Gijs van Tuyl had opgesteld voor zijn opvolging. Zou Goldstein een marsroute voor het nieuwe Stedelijk kunnen uitstippelen en daaraan leiding geven? De raad van toezicht van het museum, die Goldstein benoemde, durfde dat avontuur wel aan te gaan.
In de tijd dat het Stedelijk dicht was, hebben andere musea zichzelf opnieuw uitgevonden en ontstond er zoiets als toerisme voor moderne en hedendaagse kunst. Het Museum of Modern Art (MoMA) in New York werd het hoofdkantoor van het modernisme. Tate Modern in Londen creëerde de legende te weten wat ertoe doet in de hedendaagse kunst. Het Centre Pompidou in Parijs renoveerde zijn iconische gebouw en biedt een sandwichformule van degelijk voorbereide tentoonstellingen van zowel de pioniers van de moderne kunst als de invloedrijke kunstenaars van vandaag. De concurrentie voor het Stedelijk is niet alleen internationaal heviger dan ooit, ook in Amsterdam dingen bestaande en nieuwe of vernieuwde instituten als het Van Gogh Museum, de Hermitage, Eye en het Rijksmuseum, dat volgend voorjaar opengaat, nadrukkelijk om de gunst van het publiek.
Is het Stedelijk in staat die kanonnen te verslaan? Veel, zo niet alles, zal afhangen van de artistieke keuzen die de directeur in gedachten heeft. Wordt de voor Nederland ongeëvenaard brede en omvangrijke collectie moderne en hedendaagse kunst en design op een verrassende en aantrekkelijke manier gepresenteerd? Zullen de tentoonstellingen ons genoeg geven om in te bijten?
Vragen over het bestaan
Goldstein kiest in de eerste plaats voor continuïteit: de negen tentoonstellingen die haar voorganger Van Tuyl op de rol had gezet, worden uitgevoerd. Daaronder de grote tentoonstelling van Mike Kelley (1954-2012), de Amerikaanse vertegenwoordiger van de zelfdestructieve punkgeneratie die geheel in stijl dit voorjaar zelfmoord pleegde. Het was aanvankelijk bedoeld als de grote openingsexpositie, maar gaat nu op 15 december open. Ook de geplande presentaties van vooraanstaande Nederlandse kunstenaars als Aernout Mik (1960), Marlene Dumas (1953) en Marcel Wanders (1963) blijven gehandhaafd, alsmede een expositie van de invloedrijke Canadese fotograaf Jeff Wall (1946).
Nieuw zijn de plannen voor een retrospectief over Kazimir Malevitsj (1879-1935), de Russische pionier van de moderne kunst van wie het Stedelijk de grootste collectie in het Westen bezit. Het retrospectief komt tot stand in samenwerking met Tate Modern en het museum in Thessaloniki en zal eind volgend jaar te zien zijn in het Stedelijk. Een andere historische tentoonstelling wordt de presentatie over Zero, de internationale revolutie in de kunst rond 1960, die het Stedelijk met het Guggenheim Museum in New York zal organiseren. Verder heeft Goldstein tentoonstellingen geïnitieerd met werk van Jo Baer (1929), een pionier op het gebied van de minimal art, die sinds 1984 in Amsterdam woont, Lucy McKenzie (1977), een jonge Schotse kunstenaar die in Brussel woont en lesgeeft aan de kunstacademie in Düsseldorf en Paulina Olowska (1976), een Poolse kunstenaar met wie het Stedelijk al eerder heeft gewerkt.
Ook in wat ze voor het nieuwe Stedelijk op de rails heeft gezet, is Goldstein vormvast. Ze kiest met Malevitsj en Zero voor een historische component die ze goed kent en ook de hedendaagse met Baer, McKenzie en Olowska biedt geen verrassingen. Namen die het bloed sneller doen stromen, zijn het niet. Het is de vraag of het Stedelijk met een dergelijk programma in staat is zijn doelstelling van 500.000 bezoekers per jaar in te lossen. In de eerste jaren na de heropening zal dat waarschijnlijk wel worden gehaald; iedereen zal nieuwsgierig zijn. Maar dan? De commissie onder leiding van Martijn Sanders, oud-directeur van het Concertgebouw, vond in 2003 dat het Stedelijk terug moest naar de top. Dat wil zeggen dat het aansluiting zou moeten vinden bij de topdrie in de wereld: het MoMA in New York, de Tate Modern in Londen en het Centre Pompidou in Parijs.
Toen was die doelstelling volgens Goldstein te begrijpen, maar de situatie is sindsdien veranderd. ‘Het zou voor het Stedelijk een valkuil zijn naar die top te streven.’
Goldstein is niet van plan mee te gaan in de wedstrijd die men er probeert van te maken. ‘Dit museum moet uitgaan van zijn eigen kracht en ik wil mijn werk goed doen. Ik zou willen dat we worden bewonderd voor wat we zijn. Mensen zouden moeten zeggen: kijk nou eens wat het Stedelijk doet. Hoe fantastisch het zijn collectie heeft gepresenteerd. Hoe het een bijzondere ervaring voor zijn bezoekers heeft gecreëerd. Hoe mensen het museum gebruiken op een manier die ik niet vaak bij andere musea aantref. Bij hoeveel musea in de wereld zou je met een vriend of kennis willen afspreken voor een kop koffie? Veel mensen gebruikten het Stedelijk op die manier, het museum was deel van hun dagelijks leven. Naar die reacties wil ik streven.’
Het Stedelijk zou ‘een waardevolle bijdrage moeten leveren aan kunst en kunstenaars in de samenleving’, zegt zij plechtig. ‘Kunst en de creatieve gaven van kunstenaars nodigen ons uit vragen te stellen over ons bestaan.’
Over vragen stellen gesproken: het contract van Goldstein loopt af per 1 januari 2015. Het zal voor haar niet makkelijk zijn geweest. Zou ze graag langer willen blijven? Ze lacht. ‘I’m thrilled to be here. I think it’s been an incredible experience and I’m very proud of what this institution is achieving. I’m really excited to look forward to the future.’
Het boek ‘Stedelijk Museum Amsterdam – Het hart van de tijd’ door Jhim Lamoree is nu verkrijgbaar, inclusief de documentaire ‘De hartslag van het Stedelijk’ van Roel van Dalen en Gemma van Zeventer.




Pingback: Bij de opening van het Stedelijk « PontifexArtis