‘Wat is precies je probleem, man?’
door Sander Donkers
Voormalig staatsvijand en huidig olympisch troeteldier Johnny Rotten praat niet graag over de Sex Pistols: ‘Ik leef in een PiL-wereld’. Nu met nieuwe neptanden!
Máár?’ Met afschuw in zijn stem herhaalt John Lydon het enige woord dat ik het afgelopen kwartier aan de conversatie heb weten bij te dragen. ‘Hoezo: máár? Er is geen máár. Er is absoluut geen máár hier. Wat is je probleem, man? Wat is nou precies je probleem?’
Eeeh, lastig te zeggen. Vanaf het moment dat hij de telefoon opnam in zijn huis in Los Angeles, is Lydon losgebarsten in een wijdlopige monoloog waarvan de rode draad lijkt te zijn dat zijn band PiL, waarvan onlangs de eerste nieuwe cd in twintig jaar verscheen, de beste groep is die ooit bestaan heeft. Waarvan akte. Het is fascinerend om te horen dat zijn overbekende stem ook in spraakmodus de neiging heeft om aan het eind van een frase op ietwat maniakale wijze omhoog te kruipen – zoals het ‘queehééén’ in het beroemdste nummer van de Sex Pistols. De licht uitpuilende ogen en de wankele motoriek, beide het gevolg van de meningitis die hem op zevenjarige leeftijd trof, zijn er eenvoudig bij te denken.
Mijn probleem, voor zover je het zo kunt noemen, is dat hij regelmatig midden in een zin even stokt, om laag grommend enkele frases van zijn nieuwe songs uit te stoten – ‘This is PiLLL!’, ‘You’re in the PiLzone!’. Wanneer ik die momenten aangrijp om er een vraag tussen te werpen, is hij steeds alweer onverstoorbaar onderweg in zijn betoog, op een allengs korzeliger toon.
Maar goed, dat lijkt een billijke prijs voor een gesprek met de zanger die vijfendertig jaar geleden eventjes gold als een van de meest gevaarlijke, systeem ondermijnende mensen van de planeet, en die ook op zijn zesenvijftigste van tijd tot tijd niet vies is van een scheld- of vechtpartijtje. Zoals hij zelf zong in PiL’s hit ‘Rise’: ‘Anger is an energy’. En het is op een vreemde manier geruststellend dat het verstrijken van de tijd daar geen vat op heeft gekregen.
Tandarts
Tot twee keer toe moest Lydon het interview afzeggen wegens tandartsbezoek, nu kampt hij met de naweeën van maar liefst vier wortelkanaalbehandelingen en twee implantaten. ‘Alle maal in één lange zit,’ zegt hij trots. ‘Jawel, meneer, dat is mijn strategie: pijn? Wachten, net zo lang totdat het ondraaglijk wordt en alles te prefereren valt boven doormodderen. Dan ren ik naar de tandarts en roep: go! Now!’
‘Ik zong voor een publiek van 20,000 schapen. Kon me niet schelen, want ik was vrij. Free!’
De ironie van deze pijnlijke operatie is ook aan hemzelf wel besteed. Ooit verwierf hij zijn bijnaam Johnny Rotten immers vanwege een vervaarlijk ogend gebit – een erfstuk van een straatarme jeugd in een Londense achterbuurt. Die scheve, bruine tanden waren zijn street credentials. ‘En nu laat ik ze een voor een allemaal vervangen door van die mooie, rechte, witte, net als bij mijn Californische broeders en zusters.’ Met ijdelheid heeft dat niks te maken, beweert de man die nog altijd door het leven gaat met rechtopstaand kapsel dat hij regelmatig in weer een andere kleur van de regenboog verft. ‘Ik heb al ruim tien jaar gedonder en ellende. Abces sen, botinfecties, het gaat maar door. En pas op, hè: ik kan nog steeds in alle eerlijkheid verkondigen dat mijn gebit het enige aan mij is dat nep is. En dat kunnen weinigen me nazeggen.’
No future
Dit is de zomer waarin Johnny Rotten overal en tegelijk nergens is. In mei, precies in de week dat koningin Elizabeth haar diamanten jubileum vierde, ligt ‘God Save the Queen’ opnieuw in de winkels. Het is een voorproefje van een speciale heruitgave van Never Mind The Bollocks, de enige officiële plaat die de Sex Pistols uitbrachten. Reden voor de pers om uitgebreid terug te blikken op mei 1977, toen het verschijnen van het plaatje leidde tot wat The Observer ‘the last and greatest outbreak of pop-based moral pandemonium’ noemde. Rotten sneerde in het nummer dat Engeland een ‘fascistisch regime’ was, de koningin ‘geen menselijk wezen’, en de kreet ‘no future’ echode door het hele land. Geschokte werknemers van de platenfabriek weigerden de single te persen en de BBC sprak een ban uit. Algemeen wordt aangenomen dat de hitlijsten indertijd zo gemanipuleerd werden dat de plaat niet op nummer één kwam, om te voorkomen dat het de soundtrack zou worden voor de festiviteiten rond Elizabeths zilveren jubileum.Toen Lydon hoorde dat fans een onlinecampagne waren begonnen om ‘God Save The Queen’ ditmaal wél bovenaan de hitlijsten te krijgen (ten koste van het speciale jubileumlied van Gary Barlow en Andrew Lloyd Webber), wist hij niet hoe snel hij zich van dat plan moest distantiëren. ‘Mij is niks gevraagd,’ stelt hij nu, ‘en ik heb helemaal geen trek in zo’n circus. De platenmaatschappij besloot een perscampagne te voeren zonder mij.
Don’t believe the hype, zou ik zeggen. Ik ben blij dat jongere generaties naar onze muziek kunnen luisteren, vooral omdat de plaat ook uitkomt op vinyl. Ik schaam me niet voor mijn verleden, integendeel. Maar is het wel mijn verleden. Ik zie geen reden om nog langer als een Sex Pistol te functioneren. Mijn heden draait om PiL, niks dan PiL. Ik leef in een PiL-wereld.’
Ook tijdens de Olympische Spelen was Johnny Rotten wel én niet aanwezig. Tijdens de openingsceremonie galmde zijn stem door het stadion en werd er gedanst en met vlaggen gezwaaid op de opzwepende klanken van ‘Pretty Vacant’. Van staatsgevaarlijk tot nationaal erfgoed – het kan verkeren. Maar Lydon wil er niks mee te maken hebben. De uitnodiging om met de Sex Pistols op te treden tijdens de slotceremonie sloeg hij onmiddellijk af. Boze tongen beweren dat er een verband is met de hoogte van de olympische gage – één pond – zelf sprak hij van ‘censuur’, zonder overigens specifiek te worden. Bovendien had hij gewoon geen tijd. ‘Er stond al een tour met PiL gepland. En het spijt me, lieve olympische mensen, maar dat vind ik belangrijker. Die optredens boekte ik een jaar geleden, en het laatste waar ik toen aan dacht was – hoe heet dat ook alweer? – gymnastiek.’
Vette veertiger
Hoewel hij geen instrument kan bespelen en er een op zijn zachtst gezegd aparte zangstijl op na houdt, is het moeilijk om John Lydons invloed op de popmuziek te onderschatten. De impact van de Sex Pistols was enorm. PiL is altijd veel obscuurder gebleven, maar het massieve, industriële geluid van de groep wordt door vele groepen, van de Red Hot Chili Pep pers tot Massive Attack, als een inspiratiebron genoemd. Toch was het lange tijd de vraag of je Lydon echt serieus kon nemen. ‘We’re fat, forty and back!’ was de kreet waarmee hij de eerste van verschillende Sex Pistols-reünies aankondigde. Op een persconferentie verklaarde hij: ‘We hebben eindelijk een gemeenschappelijk doel gevonden om weer bijeen te komen – and it’s your money.’ Hij trad op in een realityshow, presenteerde voor Discovery Channel een aantal amusante natuurdocumentaires (John Lydon’s Megabugs, John Lydon Goes Ape), en maakte in een fraai tweed-pak reclame voor Country Life-boter, naar eigen zeggen omdat het nu eenmaal ‘een heel mooi product’ is.Best verrassend dus dat hij nu, na twintig jaar, met This is PiL opeens een compleet nieuwe plaat uitbrengt. Volgens Lydon is het simpelweg het gevolg van een langlopend conflict met de platenmaatschappij. ‘Zij claimden dat ik hun geld schuldig was, en ik vond van niet. Dus moest ik wachten tot de contracten verlopen waren voordat ik weer nieuw materiaal kon uitbrengen. Heel vervelend, maar ze hebben me niet op de knieën gekregen. Ik heb geleerd wat geduld is, ik heb mijn fascinatie voor de natuur kunnen uitleven, en ik ben helemaal opnieuw begonnen.’ Hij richtte een eigen label op en huurde op het Britse platteland een door Steve Winwood tot studio omgebouwde schuur. Daar nam hij met zijn drie medemuzikanten de dwarse, harde en bij vlagen hypnotiserende songs op. ‘Daar zong ik voor een publiek van 20.000 schapen. Maar dat kon me niet schelen, want ik was eindelijk vrij.
Free! Fréééé!! Ik kon weer doen waar mijn hart en ziel ligt. Songschrijven leerde ik bij de Pistols en heb ik met PiL geperfectioneerd. Het draait om eerlijkheid in PiL, niet om trucjes of hype. Vier microfoons en onze instrumenten, meer hadden we niet nodig.’Twintig jaar is een eeuwigheid, zeker voor een rockster. Maar Lydon zegt zich niet bezig te houden met de vraag of de wereld nog wel op hem zit te wachten. Vrij naar The Who’s ‘My Generation’ zegt hij: ‘I don’t have to hope I die before I get old. Twintig jaar is niks in de geschiedenis van de mensheid. En ik ben John! Ik ben hier voor de lange termijn.’Zijn rol in de popgeschiedenis, zowel met de Pistols als in de eerste jaren van PiL, was die van een rebel die de boel opschudt en de ongeschreven regels in twijfel trekt. Op de vraag of er volgens hem in de huidige muziekwereld nog ruimte is voor rebellie, valt hij even stil en begint dan honend te lachen. ‘Wat een belachelijke vraag! Je zal je wel schamen, daar aan de andere kant van de lijn. Want je praat ermee. Je praat op dit moment met rebellie! Waar ik vandaan kom, is alle muziek rebels. Oké, ik ben ook teleurgesteld in wat de jeugd allemaal
niet bedacht heeft. Maar het is niet mijn schuld dat er zo veel troep gemaakt wordt. En het voordeel is dat wij daardoor alleen maar nóg beter lijken.’




