Waar blijft de permanente oorlogsverslaggeving?

Dit is mijn laatste dag in Kamp Holland. En – tenzij er rare dingen gebeuren – ook de laatste aflevering van mijn weblog. Begin januari zal mijn stuk over Uruzgan in Vrij Nederland verschijnen. Vooraf heb ik uitgebreid nagedacht over de vraag of ik embedded moest gaan bij het Nederlandse leger. Je bent afhankelijk van voorlichters, je kan nauwelijks spreken met Afghanen, je komt nauwelijks buiten de poort. En inderdaad. Af en toe werd ik gek van het rondjes lopen op de basis, ik wilde naar buiten en kijken wat men nou werkelijk vond van de Nederlandse aanwezigheid in Uruzgan.

Maar in het kielzog van de Nederlandse militairen spreek je vanzelfsprekend alleen Afghanen die blij zijn met de buitenlandse troepen. Toch vond ik het bijna een plicht om naar Uruzgan af te reizen. Defensie geeft voor de eerste keer de mogelijkheid aan journalisten twee weken op de basis te verblijven (bij mij werden dat drie weken door eindeloze vertragingen – zie eerdere weblogs). Door de aanwezigheid van journalisten zijn er ogen en oren die in de gaten houden wat er precies gebeurt, en ook hoe honderden miljoenen aan belastinggeld worden besteed.

afghanistannovember2006247.jpg
De twee voorlichters in de kamer hier naast lezen vooraf onze teksten om het te controleren of er operationele informatie in staat die de belangen van het leger kan schaden (op de foto collega Joeri Boom met de twee voorlichters). Er is niets uit mijn teksten gehaald, maar het blijft vreemd om een militair te zien lezen wat even daarvoor heb geschreven. Proberen de voorlichters dingen te verdraaien? Nee. Maar zoals alle voorlichters overal ter wereld zijn ze niet echt scheutig met minder goed
nieuws over de missie.

Een paar dagen geleden schoten Nederlandse militairen op ‘bevriende politie-agenten’. Dat is niet het eerste nieuws dat ze je de volgende ochtend komen vertellen. Wij spraken Afghaanse agenten die hier in opleiding zijn en militairen die op de basis zaten en dan blijkt dat er twee politiemannen gewond zijn geraakt en hier op Kamp Holland zijn behandeld. Pas als we het voorleggen, wordt het uitgezocht en bevestigd.

Als een hoge officier tijdens een interview vertelt over een recente operatie waarbij dertig doden vielen waaronder zeven mullahs die binnen de Taliban een belangrijke rol speelden, kijken ze je eerst ook aan alsof ze vuur zien branden. Het zou in eerste instantie een actie van de Amerikanen zijn geweest, maar later blijkt dat er ook Nederlandse commando’s bij betrokken waren om de vallei af te sluiten van de buitenwereld.

Amerikaanse acties worden per definitie niet door de Nederlandse voorlichters wereldkundig gemaakt, dus is het niet prominent in de kranten gekomen. Maar het is wel in Uruzgan, dus hebben de acties directe invloed op de Nederlandse pogingen tot wederopbouw en dus blijf ik vinden dat het Nederlandse publiek wel degelijk ook over deze Amerikaanse acties moet worden geïnformeerd. Hierover verschillen de voorlichter en ik van mening…

Overigens kunnen de Amerikanen alleen in actie komen na goedkeuring van de Nederlanders. Tot nu toe heeft kolonel Vleugels, de baas van de missie, volgens de voorlichter ‘een keer de rode kaart getrokken’ toen de Amerikanen ‘met veel geweld de Baluchi-vallei in wilden’. In zulke geval beslist het centrale commando in Kandahar of een actie alsnog doorgaat of niet. En in dit geval ging het niet door.

Met die voorlichters valt best te werken. Wat ik vreemder vind, is dat er hier van alles gebeurt dat in Nederland niet of nauwelijks het nieuws haalt. Militairen in voorpost Poentjak liggen bijna dagelijks onder vuur. Twee dagen geleden ontplofte er een 107-millimeter-raket in het kampje, een tent vloog in de brand. Als door een wonder verloor niemand het leven. Het is geen nieuws. Soldaten die bevriende troepen beschieten? Geen nieuws. Dertig Taliban gedood in Uruzgan? Geen groot nieuws. Nederland is in oorlog. Militairen gaan vanaf deze basis dagelijks naar het front en hebben te maken met levensbedreigende situaties. Als embedded journalist zit je daar met je neus boven op. Waarom zitten de dagbladen of het NOS-journaal hier niet veel vaker? Mocht er een dode vallen staan dan ze waarschijnlijk allemaal te trappelen om naar Uruzgan af te reizen om tranen op te vangen. Het is incidenten-journalistiek. De Canadese nieuwsmedia zitten hier wel permanent (zie eerdere weblog), en dat lijkt me niet meer dan normaal.

Kamp Poentjak

Terug in Kamp Holland meteen weer ondergedompeld in het nieuws. De voorpost aan deze kant van de Baluchi-vallei, die eind november werd ingericht om de Taliban beter in de gaten te houden, wordt vrijwel dagelijks aangevallen. Gisteren vielen er twee lichtgewonden toen de Taliban een wand raakte die rond het kampje is opgetrokken. De wand bestaat uit zogenaamde Hesco’s, grote manden gevuld met kiezelstenen. Een militair kreeg een steen tegen zijn hoofd, de ander een splinter in een van zijn ledematen. Ze bleven gewoon op het kamp.

Bij een eerdere actie raakten twee Afghaanse politiemannen die een post in de buurt bemanden gewond. Wellicht door geweervuur van de Nederlanders. Vanuit het kampje beschoten zij per ongeluk politiemannen die naar de politiepost reden om hen te hulp te snellen. Inmiddels zijn afspraken gemaakt met de politie, dat ze niet onaangekondigd bij nacht en ontij naar de posten rijden. De twee Afghanen zijn hier in het ziekenhuis behandeld.

Ook vanavond is het weer bingo. Boven het gebied worden terwijl ik dit schrijf (22.15 uur plaatselijke tijd) lichtgranaten afgevuurd. Een deel van de Nederlandse militairen schuilt bij aanvallen in hun pantserwagens binnen de omheining, anderen proberen met nachtkijkers de Taliban die beneden in het dal zit in het vizier te krijgen. Vaak is niet te zien of het strijders zijn of gewone burgers, dus wordt zeer terughoudend opgetreden. ‘Wij maken het de Taliban nu moeilijk, daarom treiteren ze ons. Maar we
gaan daar niet weg, we zitten daar goed,’ zegt Gerard, de overste die is belast met de wederopbouw.

Overigens is het kampje hier door eenheden van de prinses Irene-brigade – die nu op missie zijn in Uruzgan – tot Poentjak gedoopt. Dit was de eerste buitenpost van de brigade tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië. Vlakbij Deh Rawod, de kleinere Nederlandse basis ligt een voorpost die ‘Volendam’ is gedoopt, naar het schip waarmee het derde Bataljon van de Irene-brigade in 1946 naar Indië voer. Andere eenheden hier op het kamp grommen een beetje over die herinneringen aan het niet zo fraaie Nederlandse koloniale verleden.

afghanistannovember2006143.jpg
Vanuit Kamp Holland stijgen af en toe Apache-helikopters op om de militairen in Poentjak te hulp te schieten. Op dit moment zijn niet alle Apaches beschikbaar, omdat in de provincie Kandahar een groot offensief is gestart tegen de Taliban. Een aantal Apaches, de voorlichters willen niet zeggen hoeveel, staan daar nu standby. Maar zo verzekeren ze bij Defensie, er blijft voldoende luchtsteun beschikbaar voor Poentjak en de rest van Uruzgan.

Terug uit Chora

Vanmiddag ben ik veilig teruggekeerd uit Chora, na een tocht van drie dagen. Doel: het bekijken van projecten van het Nederlandse leger hier in Uruzgan. Hierover zal ik begin januari een artikel schrijven in Vrij Nederland, dus ik kan nu niet alles weggeven. ‘Onze jongens’ doen hun best, maar het is verdomd ingewikkeld om in een zo onderontwikkelde provincie als Uruzgan de juiste mensen te vinden om zaken mee te doen. Hoogopgeleide Uruzgani’s wonen in Kaboel of in het buitenland. En Afghanen van elders kijken wel twee keer uit voordat ze in het primitieve en gevaarlijke Uruzgan gaan werken.

We reden in een konvooi van tien militaire voertuigen, waarvan negen ter bescherming van die ene Bushmaster (een pantserwagen van Australische makelij) waarin ik samen met een collega van de KRO-televisie en twee officieren van de PRT, het Provincial Reconstruction Team had plaatsgenomen.

De tocht voerde door een vruchtbare vallei langs de rivier de Dorufshan (net de Betuwe, veel amandelbomen) en dan via een woestijn naar Chora. Het zou sneller zijn geweest om via de Dorufshan-vallei, ook wel de Baluchi-vallei genoemd, te reizen, maar daar is de Taliban de baas.

In Chora logeerden we in het White House, het districtskantoor van de Afghaanse overheid. Toen de Taliban eerder dit jaar het stadje een paar dagen bezet hielden hebben ze geprobeerd het gebouw te vernielen, onder andere door met explosieven pilaren op te blazen, maar dat deden ze zo amateuristisch dat alles overeind bleef staan. Nu is het White House met Nederlands geld opgeknapt. Ook een middelbare school die in vlammen was opgegaan wordt weer klaar gemaakt voor gebruik.

afghanistannovember2006209.jpg
Op de binnenplaats traden politiemannen aan die met hulp van Nederlandse Marechaussees zijn opgeleid. Maar hoe kan je vertrouwen winnen bij de plaatselijke bevolking als van de politiechef, commandant Mahmad Gul (zie foto), algemeen wordt gezegd dat hij corrupt is? En dan de drie schandknaapjes die hij om zich heen heeft hangen? Wat zouden hun ouders daarvan vinden? En houdt Gul ze vast tegen hun wil? Toch kunnen de Nederlanders (voorlopig) niet om hem heen.

Nieuwe Afghaanse burgerwachten

Marechaussee-instructeur Ben (‘hier noemen ze me Tali-Ben’), kijkt om zich heen. Op de grond zitten kersverse Afghaanse burgerwachten, een kalashnikov tussen de knieën. ‘De wapens en de uniformen komen van de Amerikanen, wij leveren de handboeien en de knuppels,’ zegt Ben. De groep van 122 cursisten is vandaag begonnen met een opleiding die twee weken duurt.

Uruzgan kampt met een groot gebrek aan regeringsgetrouwe politiemensen om checkpoints te bemannen en patrouilles te lopen. Deze cursus moet in die leemte voorzien. Ben hoopt dat hij de cursisten over een tijdje bij de checkpoints kan bezoeken. ‘Maar door de onveilige situatie buiten de poort is dat niet waarschijnlijk.’

Ondertussen wordt de Afghanen de kunst van het fouilleren bijgebracht. ‘Voordat je zijn zakken controleert, eerst vragen of de man iets scherps bij zich draagt,’ zegt wachtmeester Jan via de tolk tegen een cursist. De cursisten zijn in vijf groepen verdeeld. In het klasje dat ik volg zitten vooral Hazara’s, afstammelingen van de Mongolen, die een bijna Chinees uiterlijk hebben. De Taliban heeft de Hazara’s die shia’s zijn altijd beschouwd als ketters en zwaar vervolgd. Geen wonder dat de 33-jarige Mohammed blij is met de Amerikanen, met de Nederlanders, met iedereen die er maar voor zorgt dat de Taliban niet langer de baas is in Uruzgan. ‘Wij zijn zo blij dat jullie er zijn,’ vertaalt de tolk, terwijl Mohammed zijn gehavende gebit bloot lacht.

Mohammed en de andere Hazara’s komen uit het district Kash Uruzgan, waar de Amerikanen een kleine buitenpost hebben. In de bergen daaromheen hebben de Taliban vrij spel. Mohammed wil dan ook niet op de foto, want de Taliban mag niet weten dat hij een opleiding krijgt van de buitenlanders. Er komen steeds meer cursisten om ons heen staan. Als ik zeg dat ik uit het land kom dat hun opleiding financieel mede mogelijk maakt, is het hek van de dam. ‘We hebben veel te weinig eten,’ roept een man. ‘Wij komen uit het dorp Siah Bagal en daar leiden we honger,’ roept een tweede. ‘We hebben een waterput nodig,’ zegt een derde.

De cursisten zijn allemaal van oorsprong boer, een enkeling kan lezen en schrijven, de rest is analfabeet. Zij hebben nu hun kaarten gezet op de regering in Kaboel en op ‘de buitenlanders’ omdat ze denken dat het niet alleen veiliger wordt, maar ook omdat ze hopen op een beter leven.

Morgen vertrek ik naar Chorah aan de andere kant van de Baluchi-vallei, drie uur rijden hier vandaan. In Chorah zijn de bewoners – net als de Hazara-agenten – altijd overwegend anti-Taliban geweest. Uruzgan is een stammengemeenschap en de stammen die in Chorah wonen hebben nooit veel Talibanstrijders geleverd. Maar anderhalve kilometer van Chorah begint de vallei en daar is de Taliban de baas… Deze weblog sluit dus voor drie dagen, daarna meld ik mij weer met nieuwe verhalen!

Mijnen en bermbommen

Gisteren hebben eenheden van de Taliban in Tarin Kowt een politieman uit zijn auto getrokken en door zijn nek geschoten. Zijn gloednieuwe politie-auto is sindsdien spoorloos. De kans is groot dat ze die nu gaan gebruiken voor een zelfmoord-aanslag. De agent heeft het nekschot wonder boven wonder overleefd en ligt in het ziekenhuis.

Er is nog meer slecht nieuws: eergisteren zijn twee Afghaanse vertalers omgekomen nadat zij op een mijn waren gereden. Het gebeurde in de vallei waar het Nederlandse kamp is gevestigd, ongeveer twintig kilometer verderop. De Afghanen werkten met Amerikaanse Special Forces die hier ook zijn gelegerd. Gisteren troffen Nederlanders een soortgelijke mijn aan die door de Explosieven Opruimingsdienst onschadelijk is gemaakt.

De bermbommen zijn het grote gevaar voor de Nederlandse troepen op dit moment. Tot nu toe is er een serieus ongeval geweest. Bij het kamp in Deh Rawod reed in oktober een pantserwagen op een mijn, waarbij een soldaat zijn beide benen verloor. Het is eigenlijk een mirakel dat er niet meer incidenten zijn geweest. Ook de bom die gisteren is gedemonteerd was zo sterk dat een pantserwagen er mee in de lucht zou zijn geblazen.

In het zuiden van Afghanistan zijn de Taliban sinds deze zomer bezig met een groot offensief. In de buurprovincies Helmand en Kandahar sterven vrijwel dagelijks Engelse en Canadese militairen. In Uruzgan is het nu relatief rustig, maar door het plaatsen van bermbommen en het vermoorden van politiemensen blijft het moeilijk om aan de wederopbouw te werken. Alleen met enorme veiligheidsmaatregelen kan buiten het kamp worden getreden.

Maar hoeveel aanslagen er ook gepleegd worden en zelfs als er Nederlandse doden vallen; de missies buiten de poort zullen doorgaan. ‘We kunnen hier niet op het kamp gaan zitten niets doen,’ zegt de persvoorlichter. ‘Na een aanslag worden de troepen gedebriefed, maar dan gaan ze weer gewoon op patrouille.’

En dan is er nog een naar nagekomen bericht. De Afghaanse politie-agent die een nekschot kreeg is vanavond overleden in het ziekenhuis hier op de basis. Hij laat een vrouw en drie kleine kinderen na.
 

 

Afghaanse bewakers

Nesar Ahmad (23, zie foto) ging de afgelopen jaren met de Amerikanen op Taliban-jacht in de bergen. Hij is van de Barakzai-stam, die nooit veel van de Taliban moesten hebben. Nu is Nesar werkzaam voor de Nederlanders. En die willen niet dat hij en zijn medestrijders nog langer vechten. ‘Wij werken niet met milities,’ zegt de defensievoorlichter die – vanzelfsprekend – bij het gesprek aanwezig is. En dus zijn Nesar en zijn collega’s nu bewakers van de buitenste ring van Kamp Holland onder de naam Afghan Security Guard (ASG). Er is een klein voetbalveldje, waar de mannen een balletje trappen.

afghanistannovember2006074.jpg
Nesar mist de dagen in het veld niet. ‘We hebben nu het Afghaanse leger en de politie, die doen het werk wat wij vroeger deden. Ik hoef niet zo nodig de bergen in. Het is goed zo.’ Nesar moet lachen als ik zeg dat het opvallend is dat een jongeman van 23 leiding geeft aan meer dan 200 strijders in een land waar oudere mannen het traditioneel voor het zeggen hebben. ‘Die oude mensen hebben Afghanistan kapot gemaakt. Wij bouwen het weer op.’

Een dag eerder sprak ik met een tolk die ook lang met de Special Forces door de bergen was getrokken. Hij was geschokt over de manier waarop de Amerikanen dorpelingen uitscholden. Het was motherfucker voor en motherfucker na. Op een dag besloot de tolk alles letterlijk te vertalen.

Hij kreeg de woede van de dorpsbewoners over zich heen. Hoe durfde hij zulke lelijke scheldwoorden te gebruiken… Nesar lacht als ik hem het verhaal vertel. Verder doet hij er het zwijgen toe. Over de botte werkwijze van de Amerikanen wil hij niet veel kwijt. Misschien moet hij in de toekomst opnieuw met ze werken.

Even verderop zit ASG-medewerker Abdul in een krakkemikkige, van sloophout gemaakte wachttoren. Hij heeft de wanden van de uitkijkpost opgefleurd met plaatjes van pikante Westerse dames met enorme borsten die uit te kleine bh’s puilen. Alleen al voor het bezit van deze naaktfoto’s was de kogelronde Abdul vijf jaar geleden opgeknoopt door de religieuze fanatiekelingen van de Taliban.

afghanistannovember2006077.jpg
Hij komt uit Deh Rawod, waar het kleinere Nederlandse kamp is gevestigd. Ondanks de aanwezigheid van de buitenlandse troepen in Uruzgan is Abdul als de dood dat zijn werkzaamheden bekend worden. ‘Zelfs mijn kinderen weten niet dat ik hier werk,’ zegt hij. ‘Als de Taliban er achter komt zullen ze mijn keel afsnijden.’




About

De komende twee weken is VN-redacteur Harm Ede Botje ‘embedded’ bij de Nederlandse troepen in Tarin Kowt, Uruzgan. Komt er iets terecht van de beloofde wederopbouw van de zuid-Afghaanse provincie?

De bijdragen zijn voor publicatie door Defensie gelezen op veiligheidsaspecten.


Vrij Nederland